*

 

De schijnbare jeugd van twee gelauwerde diva's

Peter van der Lint − 07/02/00, 00:00

recensie Wat een leuk weekend was het voor liefhebbers van zelden gespeelde muziek en voor bewonderaars van diva's in het bijzonder.

In Rotterdam werd vrijdagavond in de Doelen de film 'Rapsodia satanica' (1915) vertoond met in de hoofdrol filmdiva Lyda Borelli; het Rotterdams Philharmonisch Orkest speelde er live de filmscore van Pietro Mascagni bij.

Zaterdagmiddag presenteerde de matinee in het Amsterdamse Concertgebouw Janáceks opera 'Vec Makropulos' (1925). Daar werd de hoofdrol vanwege ziekte van Gabriela Benackova onverwacht opgeëist door nog zo'n diva-legende: de Duitse sopraan Anja Silja.

Twee bijzondere gebeurtenissen met toevallige raakvlakken. Gaat het in de Italiaanse stomme film over een oude vrouw die in een pact met de duivel de liefde vaarwel zegt om zo haar jeugd terug te krijgen, in Janáceks opera blijft een operazangeres eeuwig jong omdat zij 337 jaar geleden van een levenselixir gedronken heeft; haar stem is in al die jaren uitgegroeid tot een unicum.

Dit thema werd mooi gesymboliseerd in de persoon van Anja Silja, die ook over een schijnbaar eeuwige jeugd lijkt te beschikken. Over haar leeftijd zijn de verschillende handboeken het niet eens; het ene noemt 1935 als haar geboortejaar, het andere 1940.

Maar of Silja nou zestig of vijfenzestig is, de jeugdige kracht van haar stem en haar intense spel verwijzen die vraag naar de achtergrond.

'Vec Makropulos' (De zaak Makropulos) is dit seizoen bijzonder populair. Dat zal vanwege het thema van de opera wel met het nieuwe millennium te maken hebben.

Gelukkig maar dat verschillende operahuizen het werk spelen, want zodoende kon de matinee redelijk makkelijk voor vervanging zorgen. Niet alleen sopraan Benackova meldde zich vorige week ziek, maar ook Edo de Waart moest onder de wol kruipen. In Hamburg was Anja Silja juist bezig aan een reeks voorstellingen van Janáceks opera. Zij wilde, samen met haar Hamburgse dirigent Ingo Metzmacher wel naar Amsterdam komen.

Vrijdagavond stonden beiden nog in het theater in Hamburg, zaterdagmiddag redden zij met overdonderend succes de matineevoorstelling. De manier waarop Silja in een zwart broekpak tijdens de eerste akte de grote trap van het Concertgebouw kwam aflopen - dat alleen getuigde al van haar diva-status.

Silja's stem is nog steeds een wonder van straling en kracht. Begin jaren zeventig schreven critici al dat Silja uitgezongen was omdat ze te zware rollen op haar repertoire nam. Niets is minder waar gebleken. Het soms uitwaaierende vibrato van toen is gebleven, maar de laserprecisie waarmee zij hoge tonen de zaal inslingerde en het schijnbare gemak waarmee zij Janaceks niet eenvoudige muziek bemeesterde leverden haar terecht grote ovaties op.

Metzmacher liet het Radio Filharmonisch Orkest zeldzaam mooi zinderen en haalde samen met de andere, goede zangers de grootsheid van de partituur naar boven.

Groots is Mascagni's partituur voor 'Rapsodia satanica' niet, maar het is alleszins meeslepende, goede gebruiksmuziek. Helmut Imig leidde het Rotterdams Philharmonisch met passie door de drie kwartier heen. Verbluffend hoe naadloos de muziek op de stomme filmbeelden aansloot. Als Lyda Borelli verveeld een paar tonen op de piano speelde, klonk er ook pianomuziek en de verschillende onderdelen van de film begonnen en eindigden steeds synchroon met de muziek. Borelli zelf leefde zich uit in een geëxalteerde aan de opera van toen verwante speelstijl. Machtig mooi en lachwekkend tegelijk. Dit programma - een samenwerking tussen orkest, het Filmmuseum en het Rotterdams Filmfestival - bood de zeldzame gelegenheid om de componist van 'Cavalleria rusticana' ook eens in een andere hoedanigheid te beluisteren.

Directeur van het Filmfestival Simon Field kondigde vooraf een verdere samenwerking tussen de instellingen aan. Graag!

mailIcon print |