*

 

Het kwaad houdt niet halt voor de gevangenispoort

door Samuel de Lange − 29/01/00, 00:00

Het boek van de filosoof Michel Foucault over de opkomst van het gevangeniswezen, 'Surveiller et Punir' ('Bewaken en straffen', 1975), begint met de executie van de koningsmoordenaar Damiens in 1757. De misdadiger wordt het vlees van het lijf gescheurd, kokend lood wordt hem in de wonden gegoten, en tenslotte wordt hij door paarden gevierendeeld. Alsof het allemaal niet erg genoeg was, beschrijft de chroniqueur hoe stuntelig het scheuren, branden en vierendelen in zijn werk gaat, zodat Damiens nog eens extra lang lijdt.

Op die verschrikkelijke beschrijving volgt de minutieuze dagindeling van een gevangene, zoals die tachtig jaar later in een Franse gevangenis gold. Een strikt toezicht en een streng regime, de klok rond. De these van Foucault is namelijk dat de straf zich van het lichaam van de gevangene naar de ziel heeft verplaatst. Het beklemmende gevangenisregime dat ontstond zou de maatschappelijke elite greep geven op lastige groepen die zich niet wilden plooien naar het burgerlijk bestel. Een psychologische oorlogsvoering tegen de onaangepasten. Foucault bestreed dat er in het strafrecht sprake was van humanisering, ook al was er geen emplooi meer voor openbaar beulswerk zoals hierboven. Integendeel, de machtsuitoefening over de veroordeelden was totaal geworden.

Een kwart eeuw na deze aanklacht tegen de geestelijke martelingen in het penitentiair systeem - waar overigens alleen een kleine intellectuele voorhoede iets van geloofde - worden de Fransen opgeschrikt door berichten dat het gevangeniswezen ook de barbaarse gewoonten uit vroeger dagen nog herbergt. Frankrijk blijkt veel minder modern dan Foucault vreesde. Volgens een voorpublicatie in Le Monde van 14 januari jl. uit een boek van de gevangenisarts Véronique Vasseur, worden alle denkbare vormen van geweld bedreven op en tussen de ingezetenen van de beroemde Parijse gevangenis die ironisch genoeg 'La Santé', de Gezondheid, heet.

De gevangenis is van 1867. Bij aankomst in 1992 stelde dokter Vasseur vast dat de staat van onderhoud zeer slecht was, en de hygiëne evenzeer. De celruimten waren koud, vochtig en smerig, en te klein voor de bevolking. De matrassen zaten onder de vlooien, en ratten en kakkerlakken hadden vrij toegang, tot in de apotheek. Overal modder, etensresten, en peuken. De gevangenen vertoonden dan ook in grote getale huidaandoeningen. Dit 'architectonisch geweld' had een pendant in 'personeel geweld'. Vasseur moest wel constateren dat er door de bewakers geslagen werd, en hard ook. Ze suggereert ook dat de bewaking bepaalde gevangenen -de travestieten - chanteert en prostitueert. Terwijl overigens de officiële houding er een van verbod en ontkenning van seksuele praktijken in de gevangenis is.

De atmosfeer van geweld wordt vooral bepaald door de terreur die sterke gevangenen over zwakkeren uitoefenen. Driemaal stelde ze verkrachting vast bij een door haar behandelde patiënt. Die onderlinge gewelddadigheid zou het personeel oogluikend toestaan. Onmiddellijk na aankomst kwam Vasseur in aanraking met zelfmoordpogingen en zelfverminkingen. Vooral in de isoleerafdeling nam de wanhoop groteske vormen aan. Temidden van die misère handhaven zich slechts de zeer sterken, en het kleine aantal 'VIP's' dat een voorkeursbehandeling krijgt: de Corsicaanse prefect, de oorlogsmisdadiger, de maîtresse van de minister, en de directeur van het staatsoliebedrijf. Uit het excerpt in de krant rijst een meer impressionistisch dan systematisch beeld van de wantoestanden op, de beschuldigingen lijken soms eerder klacht dan aanklacht, en bij bepaalde passages ziet de lezer de chique Parisienne de hand voor de mond slaan: 'hoe is het mogelijk!'. Maar de gevangenis - inmiddels is Vasseur hoofd van de medische dienst - reageerde als gestoken. De dag na de publicatie organiseerde de gevangenisdirecteur Alain Jégo een bezoek van de pers aan de 'Santé'. 'Om zaken recht te zetten en toe te lichten.' Bij het verslag van dat bezoek (18 januari) merkt Le Monde fijntjes op dat de eigen verzoeken om toegang tot de inrichting het afgelopen jaar tot drie maal toe zijn afgewezen.

De directeur vertelt de journalisten dat Vasseurs voorstelling van zaken in het verleden misschien klopte, maar dat inmiddels vele verbeteringen zijn uitgevoerd. De genodigden vinden de sfeer binnen verstikkend en somber, maar stellen geen van de verschrikkingen vast waar Vasseur over rept. Vasseur ontkent later dat er in de gevangenis veel verbeterd is, behalve in de ziekenboeg zelf. Op die plek, waarvan Le Monde getuigt dat hij netjes en ruim oogt, ontspint zich voor de ogen van de pers een gespannen dialoog tussen de dienstdoende arts en de directeur: 'Het zou niet gek zijn als er wat minder ratten waren, en schonere ruimten. De betrekkingen tussen de gevangenen zijn niet goed. Het seksuele geweld is een groot probleem.' De directeur: 'Maar zeggen dat verkrachtingen aan de orde van de dag zijn is verkettering. Ik ben het absoluut niet eens met de stelling dat zoiets voortdurend gebeurt.'

De verantwoordelijke minister van justitie Elisabeth Guigou, die volgens Vasseur op geen van haar eerdere verzoeken om hulp geantwoord heeft, geeft toe dat 'de toestanden een land als het onze onwaardig zijn'. Op 19 januari verschijnt een open brief in de kranten waarin 27 VIP's een 'wereld van vernederingen en schandalige ongelijkheid, waarin het recht van de sterkste en de macht van het geld overheersen' aan de kaak stellen. Een rake typering van hun situatie buiten de gevangenis, zou men zeggen. De politieke ritselaar Bernard Tapie heeft niet willen tekenen omdat 'voor 90 procent van de gevangenen het leven in de bak nog beter is dan in de verziekte voorsteden'. Op die dag hervat Vasseur ook, volgens eigen zeggen zonder al te veel problemen, haar werk. Slechts een enkele bewaker die niet meer met haar wil spreken, een enkel dreigement. Anders dan de geestelijk verzorger van de extra beveiligde inrichting in Vught die na kritiek onlangs uit zijn werk werd gezet.

'La Santé' is oud, overbevolkt en bevat een enorm percentage zwarte vreemdelingen. Bijna de helft van de 1200 gevangenen zit in voorarrest. In verdoemde oorden als Rusland en de Antillen geen ongewone toestanden. Openlijk en geheim geweld bestaat trouwens ook elders. Ook Nederland schrikt regelmatig op van berichten over mishandeling in zwakzinnigeninrichtingen, gevangenissen en bejaardentehuizen. De Franse ophef verbaast ook een beetje in een land met een notoire minachting voor 'excentrisch gedrag'. Misdaad in Frankrijk is niet in de eerste plaats een zaak tussen burgers en een onafhankelijke rechterlijke macht. Criminaliteit draagt een odium van 'staatsgevaarlijkheid' met zich mee. Het wrede toezicht waar Foucault over schrijft komt deels voor rekening van dat Republikeinse wantrouwen tegenover lastpakken en ordeverstoorders.

mailIcon print |