opinie Het gaat goed met De Rotterdamse Dansgroep. De elf dansers en vijf stagiaires openden dit jubileumseizoen met 'Northern light', het flitsende visitekaartje van hun nieuwe artistiek leider Ton Simons op Bach's 'Goldberg variaties'. Als erfgenaam van een zeer verscheiden repertoire dat onder leiding van Küthy Gosschalk in een kwart eeuw van eigenzinnig dansexperiment werd opgebouwd, acht Simons het aan zijn nieuwe functie verplicht om in het tweede seizoensprogramma duidelijk te laten blijken waar zijn voorkeuren liggen.
Om vooruit te kunnen moet de balans van het eigen verleden worden opgemaakt. De kracht van de DRD-dansers ligt volgens Simons in hun visualiserend vermogen van snelheid, soepelheid, fysieke kracht, volharding en bovenal in de scherpte waarmee zij hun dansvervoering tot een persoonlijke bekentenis maken. Die vervoering komt niet voort uit betekenisvolle expressie, maar wordt juist veroorzaakt door bewegingen die ontdaan zijn van iedere psychologie.
Simons favoriete choreografieën uit de DRD-kast zijn voorbeelden van de verrassend tijdloze vormen en visuele houvasten die de DRD-dansers in hun architectonische omgang met tijd en ruimte wisten op te roepen. In dat opzicht biedt het recente werk van Jacopo Godani (tot voor kort solist en choreograaf bij Billy Forsythe in Frankfurt), maar ook het al wat oudere repertoire van Stephen Petronio (ex-danser van Trisha Brown) een pittige uitdaging.
In 'Mars in Aries', de choreografie die Godani al een klein jaar terug in opdracht van Küthy Gosschalk maakte, worden vijf dansers als biologische machines voorgesteld. In een kale, open ruimte reageren twee vrouwen en drie mannen in voortdurend wisselende configuraties op de lichtval die door een groot zeildoek schuin boven hun hoofd wordt opgevangen en die als gefilterd zonlicht voor een veelvoud aan sferen zorgt. De vijf bewegers lijken ten prooi gevallen aan onvoorspelbaarheid. Zij zitten als in een caleidoscoop gevangen en ondanks het feit dat hun bestemming vaststaat, gaan zij een bijzonder knap weefwerk aan. De vijf draden van hun collectief staan garant voor een complex aan patronen en interacties. Mede door de bruin-beige kostuums is het alsof zij zich in een smederij bevinden, waarin een staalkaart van pure dans wordt geslagen. Met name Raymond Esterhuizen en Mikah Smillie zijn daarbij blikvangers, die voor spetters en vonken zorgen.
Ook in het twaalf jaar oude 'Surrender' van Stephen Petronio is zo'n opwindend staaltje van snelheid, soepelheid en vooral springkracht te beleven. 'Landschappen voor de zintuigen' noemt deze Amerikaanse choreograaf zijn balletten en een beter etiket lijkt mij niet te verzinnen. De titel slaat op de overgave waarmee vijf vrouwen en drie mannen in turquoise, simpele rokjes en tuniekjes nu eens een woelig wateroppervlak, dan weer een woud vol dierlijk-organische taferelen verbeelden. Ook Petronio is een meester in wiskundige patronen en groepsformaties die bijna ongemerkt in elkaar overvloeien en die geen moment verslapping of rust toelaten. Van dansers vraagt hij het uiterste van hun fysieke krachten en omdat zij die ook met een onvermoeibaar ogend gemak etaleren is deze choreografie een echte DRD-uitsmijter.
Zowel 'Surrender' als 'Mars in Aries' zijn pronkstukken van al bijna historisch geworden pure dans: beide balletten, voortreffelijk uitgevoerd, bewijzen welke vooraanstaande positie De Rotterdamse Dansgroep in de nationale en internationale danswereld inneemt. Simons wil die positie naar eer en geweten, maar ook met hand en tand (laten) verdedigen. Ook zonder de hete adem van een nieuwe kunstsubsidieronde in zijn nek, weet hij dat zonder omzien naar eigen verleden geen nieuwe toekomst mogelijk is.
Ook aan de première van 'Sample story', een choreografie van Anouk van Dijk, ligt bezinning en verwerking van dat Rotterdamse-internationale verleden ten grondslag. Voor het 25-jarig jubileum van het gezelschap, waarin zijzelf ruim vijf jaar haar sporen trok, ging zij als een alternatieve dj/vj met het DRD-dansbestand aan de slag. Samplend en scratchend met stijlcitaten uit die met dierbare collega's gedeelde periode, vermengde zij hun videoportretten (gemaakt door Colette Bothof) met fragmenten uit hun podium- en studioverleden. De kenner zal flarden uit het werk van Gaby Allard, Tere O'Connor, Shusaku Takeuchi en Ton Simons herkennen. In die samensmelting van verleden en heden, met onvermoede nieuwe verbanden tussen beeldscherm en vloer kom ik domweg zintuigen tekort: mijn betrokkenheid bij dit gescratch in mijn eigen geheugen speelt mij parten. Moeizaam ontdekte herkenningsmomenten leiden mij voortdurend af van het totaalbeeld en ook de interactie tussen filmscherm en toneel laat mij in duister tasten. Van Dijks gekluts en geroer in deze historische hutspot vereist duidelijk de blik van een nieuwkomer, die zonder de ballast van dat aangeroerde verleden het chemische proces voor twaalf dansers kan ervaren. Bij een eerste proeve kon ik de nieuwe smaak nog niet vatten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.