recensie De Mont Ventoux heeft een reputatie van ongenaakbaarheid sinds Tommy Simpson in de Tour de France gedrogeerd en wel voor eeuwig de strijd staakte op de hellingen van deze bijzondere berg. Het is niet dat hij zo hoog is, maar dat hij zo plotseling en zo steil oprijst uit het dal van de rivier. Een soort kale pukkel in het hete landschap, maanachtig kaal en bovenal heel winderig. De naam Ventoux, van het Franse woord vent, wind, vindt daarin ook zijn oorsprong. Aan de voet van de Mont Ventoux bevinden zich twee wijngebieden, op de grens van de Rhone en de Provence.
Op de hellingen van de Ventoux is er allereerst de appellation Cotes du Ventoux, een groot wijngebied dat in 1973 de status verwierf van appellation controlée. Dat betekende nog niet direct dat deze streek daarmee boven jan was. Het probleem was - en is in bepaalde opzichten nog steeds - dat er een grote plas wijn geproduceerd wordt van een redelijke, maar niet altijd heel bijzondere kwaliteit. Van de liefst veertig miljoen flessen die de streek jaarlijks verlaten komt verreweg het grootste deel uit de cooperaties van de streek. Niets ten nadele van deze gemeenschappelijke producenten - er zijn er hier enkele duizenden boeren bij aangesloten - maar in de Ventoux maken ze in de regel geen grote kwaliteitswijnen.
Deze moeten komen van de onafhankelijke wijnmakers, op dit moment nog geen honderd in getal, maar twintig jaar geleden niet meer dan een stuk of vijfentwintig. In stijl liggen de wijnen sterk aan tegen die van het Rhonegebied, zeker de rode. In de praktijk heeft Ventoux het heel moeilijk om tegen de Rhonewijnen te kunnen concurreren. Rhone heeft veel meer naam en produceert ook een grote hoeveelheid niet al te dure rode wijnen. Hoewel de Ventoux ook bij de Rhone hoort, steekt men daar geen vinger uit voor wijnen die de eigen wijnen alleen maar kunnen beconcurreren.
Aan de overkant van de rivier de Calavon, iets meer naar het zuiden, vinden we een tweede, vergelijkbare streek: Cotes du Lubéron. Officieel is de Lubéron een onderdeel van de Provence, maar de streek wordt voor het gemak toch vaak bij de Rhone gerekend. De wijnen lijken op die van de Cotes du Ventoux, mede omdat voor beide wijntypen zo'n beetje dezelfde druivenrassen worden gebruikt. Voornaamste druif voor de rode wijnen is de grenache, aangevuld met carignan en cinsault. Daarnaast vinden we er druiven als syrah en mourvèdre, maar dan in kleinere hoeveelheden. In essentie dezelfde druiven als in de appellation Cotes du Rhone, zeker als we kijken naar het zuidelijke gedeelte van dit enorme gebied. Witte druiven zijn voornamelijk grenache blanc, bourboulenc en clairette, vrij neutrale druiven, die door middel van veel techniek kunnen worden verwerkt tot aromatische wijnen. Twee gebieden die veel wijnen naar Nederland exporteren, maar die toch nog vrij onbekend zijn gebleven.
Perrin 1999, Cotes du Lubéron wit
Sauter, fl.14,85
Belangrijk voor de ontwikkeling van de Ventoux, en vooral de Lubéron, zijn investeringen die buitenstaanders in het gebied doen. De familie Perrin, eigenaar van Chateau de Beaucastel, een prachtig domein in Chateuneuf-du-Pape, zijn hier al jaren actief. Zij begonnen ooit met de Vieille Ferme, maar hebben nu een witte Lubéron en een rode Ventoux gelanceerd met de eigen familienaam, Perrin. Voor deze wijnen worden druiven aangekocht met kwaliteit, waarmee voortreffelijke wijnen worden gemaakt. Van deze twee wijnen is de witte Cotes du Lubéron het lekkerst. Hij is mooi sappig, met perzik, noten, een goede smaak, balans en lengte, heel jeugdig en fris, levendig, met concentratie en lengte.
Chateau Val-Joanis 1999, Cotes du Lubéron wit
Verbunt, fl.13,75
Chateau Val-Joanis is een immens bezit, een van de grootste van het zuidelijke Rhonegebied. Het omvat liefst 125 hectare, eigendom van de vermogende Jean-Louis Chancel. Chancel was een stuwende kracht achter het verwerven van de appellation controlée door de Lubéron, in 1988. Een gebied heeft altijd een paar wijnboeren nodig die als een soort locomotief fungeren om de zaak in beweging te krijgen. Val-Joanis heeft een nieuw aangeplante wijngaard, die zo langzamerhand steeds betere wijnen gaat voortbrengen. Het is bemoedigend om hier goede witte wijnen te vinden, want de regels maken het de boeren niet gemakkelijk. Er moeten van bepaalde druiven minimale percentages in zitten, en van een andere druif weer een maximumpercentage. Aantrekkelijke druiven als chardonnay of viognier zijn niet toegestaan. Er zijn boeren die ze toch hebben aangeplant, in afwachting van een verandering van de regels. Deze Val-Joanis is exotisch van karakter, breed, met abrikoos en een licht zoetje, mondvullend, een elegante wijn, met een goede frisheid.
Chateau Pesquié, Cuvée des Terrasses 1997, Cotes du Ventoux rood
Goessens, fl.14,50
Het Chateau Pesquié is een van de fraaiere oude domeinen van de Cotes du Ventoux. Het chateau maakt verschillende cuvées, waarvan er sommige bedoeld zijn om lang te rijpen. Dat is vrij uitzonderlijk in een streek waar de wijnen meestal het jaar na de oogst worden gedronken. Heel eerlijk gezegd zijn de wijnen ook inderdaad het lekkerst als ze nog wat jeugdig fruit hebben. Deze '97-er is nu precies goed: hij heeft wat zoet in de geur, confiture, rood fruit, is open, met een vleugje zwoelheid en room, kersen, bessen, een leuke kruidigheid, met een aardige smaak, die een tikje stevigheid heeft.
Tour d'Aigues 1999, Cotes du Ventoux rood
Taams, fl.6,75
De Cotes du Ventoux worstelt, meer nog dan de Lubéron, met het imago van goedkope wijnen. Het is nu eenmaal lastig om voor weinig geld een mooi glas wijn te leveren. De enige die daartoe enigszins in staat zijn, zijn de cooperaties van de streek. Bijna elk dorpje of stadje heeft zijn eigen cooperatie, waarin de boeren het voor het zeggen hebben. Die in het typisch Provencaalse dorpje Tour d'Aigues is een van de betere. Deze jonge rode wijn, van '99 is lekker gerijpt en kruidig, met wat chocola, smakelijk en sappig, met wat kersen en bitter.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.