Expositiecentrum De Appel in Amsterdam heeft de laatste paar jaar het patent op groepstentoonstellingen waarin interessante jonge talenten aan bod komen, maar waarvan de thematische samenhang duister is. Zo ook bij het derde deel van de reeks 'Unlimited.nl' over kunstenaars die in Nederland wonen en werken.
De expositie in De Appel, die dit keer door Zdenka Badovinac is samengesteld, raakt een aantal kernvragen van het hedendaagse kunstdiscours: hoeveel conceptuele abstractie is nog zinvol? Wat is de betekenis van een beeld? En vooral, mag ik dit kunstwerk niet gewoon opgeklopte lucht vinden?
Presentatie is tegenwoordig alles in de beeldende kunst. De pose van het kunstwerk overstijgt de fundamentele waarde ervan. Installaties zijn op zo'n manier opgebouwd, dat ze er buitengewoon interessant uitzien, zelfs als ze geen barst te vertellen hebben. Ook komt het voor dat wat er wordt verteld, in een mist van zelfverklaard intellectualisme vervliegt. Zo bouwde Carlos Amorales een judozaal met op de wanden afbeeldingen van tattoo's, logo's en symbolen die allemaal verwijzen naar de vechtcultuur. Maar verder? Moeten we gaan rollebollen op de mat als daad van kunst? De diepere bedoelingen zijn wel enigszins voelbaar (geweld als hoofdmotief in de hedendaagse maatschappij), maar worden niet inzichtelijk.
Een video van Tariq Alvi is ook zo'n typisch product van de late jaren negentig. Een pseudo-documentaire over een subthema uit de samenleving, die als een zelfstandige waarheid de kijker een spiegel moet voorhouden over de staat van onze cultuur. In dit geval draait het om gay-parties, de persoonlijke niche van Alvi. Bruce Nauman kon met zijn constaterende video's nog scoren, omdat hij iets nieuws deed èn reflecteerde op het vak van kunstenaars, zodat er een nieuwe kijk op ontstond. Maar de homevideo's van Alvi weerspiegelen feitelijk alleen maar dingen die we al weten. Ze willen zo dicht op de realiteit kruipen, dat de toegevoegde waarde die van een tv-documentaire niet meer overstijgt. Hooguit laat hij een meer subjectieve manier van filmen zien.
Dat geldt niet voor de aandoenlijke film van Joost Conijn. Hij verhaalt van zijn zucht om te kunnen vliegen in een eigen gemaakt vliegtuig. Je ziet hem de materialen verzamelen op de meest afgelegen plekjes, het apparaat bouwen, naar Marokko rijden (inclusief de nodige reparaties aan zijn oude Citroën) en vervolgens te midden van bedoeïenen zijn eerste pogingen tot vliegen wagen. En jawel hoor: airborn. In een vliegtuig à la de gebroeders Wright maakt hij een vlucht die even heroïsch overkomt als de vlucht van de luchtvaartpioniers. Beelden van begin 1900, maar dan in kleur. Het zorgt voor een interessant spel met heden en verleden, terwijl Conijn tegelijkertijd het archetype van een kunstenaar neerzet: tegen de stroom in zijn eigenwijze ding doen. Niemand gelooft erin, maar de kunstenaar zelf wel. Als een alchemist die uit lood goud weet te maken.
In 'Unlimited.nl' zit nog zo'n oorspronkelijke geest. Federicio d'Orazio maakt 'proceskunst', installaties waarin de betrokkenheid van de kunstkijker gewenst is. In De Appel heeft hij simpelweg een pasfotohokje neergezet. De toeschouwer moet daarin een onalledaagse pasfoto van zichzelf laten maken. Dat leidt tot gekke bekken, halve stripteases, innige momenten, introspectieve poses. In foto-hokjes kijk je in een spiegel en wordt je evenbeeld afgedrukt. Interessante kunst houdt mensen een spiegel voor. En het is helemaal van deze tijd om het spiegelbeeld op een fotografische manier manifest te maken. Het is een simpele ingreep, maar inhoudelijk veelzeggender dan de moeizame conceptuele constructies die andere deelnemers aan de expositie hebben opgezet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.