*

 

TZUM

T. van Deel − 02/09/00, 00:00

recensie Het Groningse tijdschrift Tzum, dat tot dusver weinig indruk heeft gemaakt, verrast met een nummer voor de helft gewijd aan de dichteres Maria van Daalen, van wie onlangs 'Elektron, Muon, Tau' is verschenen, een ingenieus opgebouwde bundel erotische en mystieke sonnetten, geschreven in een taal die er ook naar streeft de lezer aan te raken.

Tzum publiceert een nieuw sonnet van haar en redacteur Coen Peppelenbos hield een interview. Hij stelt de opmerkelijke vraag: ,,Valt je wel eens een zin in tijdens het vrijen?' en krijgt het antwoord: ,,Ja, ja. Het komt heel veel voor. Bij een mooi gedicht valt me vaak de eerste en tweede regel in tijdens het vrijen. Compleet. En dan denk je: vasthouden, vasthouden, totdat ik een uur later het mag uitwerken op de computer en dan komt de rest ook wel. Een soort uitgesteld orgasme is dat.' Vijf dichters hebben tegensonnetten geschreven ter gelegenheid van de nieuwe bundel: Arjen Duinker, Remco Ekkers, Jan Kuijper, Anne Vegter en Mirjam van der Zee. Verder van Van Daalen de bewerking van een lezing over het sublieme, waarin het over veel meer dan dat gaat -over pijn, macht, onmacht en vertellen (schrijven)- maar waarin deze dubbeldefinitie opvalt: ,,Het sublieme is de verwachting van het onmogelijke. Het sublieme is de verwarring van het mogelijke.'

Arthur Japin schrijft in de rubriek Carte Blanche over wat hem maar invalt korte notities. Onder meer deze: ,,Iemand vraagt op het boekenbal aan de voorzitster van onze Tweede Kamer wie zij de grootste vindt, Harry Mulisch of Freek de Jonge. Ze moet even nadenken en zegt dan ze allebei even goed te vinden. De vraag stellen wie van die twee belangrijker is, is al stompzinnig, erover nadenken absurd en dan nog niet kunnen kiezen... Wat moet ik in dit land?'

mailIcon print |