recensie Kansloos is het kind dat wordt geboren zonder hersenen. Maar mag het worden gebruikt om anderen een kans te geven op verlenging van het menselijk bestaan? Filosofe Lieke van der Scheer beziet de overwegingen.
De vooruitgang in de medische techniek leidt tot morele problemen die vroeger niet bestonden. Altijd zijn er kinderen geboren zonder hogere hersenen, anencefalen, die nimmer langer dan een paar weken hebben geleefd. Maar sinds het mogelijk is organen te transplanteren, worden zij met andere ogen bekeken. De wet verbiedt het organen weg te nemen uit anencefale kinderen, maar dat belet de medische ethiek niet zich af te vragen of het moreel ook ongewenst is de organen van die kinderen te gebruiken voor mensen wier leven ervan afhangt.
De filosofe Lieke van der Scheer gebruikt dit voorbeeld in haar proefschrift Ongeregelde moraal om te laten zien welke verschillende antwoorden de medische ethiek geeft op zulke vragen. Zo vinden de gezondheidsethici De Wert en De Beaufort dat het moreel toelaatbaar kan zijn organen weg te nemen uit anencefale kinderen. Dat beredeneren zij door anencefalen trapsgewijze als dood te definiëren. Het loutere leven van anencefalen is nog geen menselijk leven. En menselijk leven is nog geen persoonlijk leven. Voor persoonlijk leven is immers het vermogen tot bewustzijn nodig, en dat hebben anencefalen niet. Alleen persoonlijk leven is echt leven. Mensen die geen vermogen tot persoon-zijn hebben, mag je als doden behandelen, dus mag je hun organen wegnemen. Die laatste conclusie laten de beide ethici uiteindelijk liever over aan de experts: de neurofysiologen die op den duur antwoord zullen geven op de vraag of het bewustzijn in de hogere hersenen zetelt. Zo ja, dan zijn anencefalen dood; zo nee, dan leven ze.
De Wert en De Beaufort, zegt Van der Scheer, zien een scheiding tussen lichaam en persoon, waarbij het lichaam alleen waarde heeft als het ten dienste staat van een persoon. Daar staat een ander beeld tegenover waarin het lichaam op zichzelf respect verdient omdat het ademt, warm en menselijk is. Zo'n levend lichaam cremeren of begraven we niet, laat staan dat je het bij het vuilnis zet.
Dat intuïtieve lichaamsbeeld heeft al een lange staat van dienst. Aristoteles beantwoordde de vraag 'wat is het lichaam' met: 'de ziel'. De bezieling is niet los te maken van het lichaam. De Duitse filosoof Gadamer meent dat het lichaamsbeeld van ethici als De Wert en De Beaufort een voorbeeld is van de vervreemding die ons wordt aangedaan door de moderne wetenschap met haar ideaal van objectiveerbaarheid. De vraag of het toelaatbaar is organen te verwijderen uit levende mensen wordt uiteindelijk dan ook gedelegeerd aan een wetenschappelijke autoriteit. Verschillende uitgangspunten ten aanzien van het lichaam, leiden tot verschillende morele houdingen. Maar wie heeft gelijk? Is het louter een kwestie van opinie?
,,Dat procesmatige begrijpen biedt ook de mogelijkheid om mensen niet alleen te bekijken als wilsbekwamen en wilsonbekwamen, mensen met en mensen zonder hogere hersenen. Iemand is niet alleen het een of het ander, maar is ook het kind of de ouder van iemand, of een zieke. Daardoor wordt een andere ethische benadering mogelijk van bijvoorbeeld anencefale kinderen.''
Van der Scheers benadering vertoont enige overeenkomsten met de hermeneutiek van met name de Nijmeegse filosoof Paul van Tongeren. Van der Scheer: ,,In het hermeneutisch proces ga je het probleem van ouders met een anencefaal kind vanuit zoveel mogelijk aspecten bekijken, zonder dat van tevoren vastligt welke aspecten belangrijk zijn: Welk kind hadden die ouders zich voorgesteld, hoe is de bevalling verlopen, hoe is de moeder eraan toe, hoe is dat gezin, zijn er meer kinderen, hoe hadden de ouders zich hun leven voorgesteld, hebben ze een religieuze achtergrond, kennen ze mensen die al heel lang wachten op een donororgaan of kennen ze iemand die met een donororgaan juist helemaal niet opgeknapt is, maar nog zieker is geworden? Al deze zaken kunnen invloed hebben op hun morele overtuiging en daarmee op de beslissing die ze uiteindelijk nemen over een orgaandonatie. De hermeneutiek accepteert morele overtuigingen niet zonder meer. Zij ziet die als één mogelijk antwoord op een vraag, en probeert meer antwoorden naar boven te halen.''
Toch neemt Van der Scheer geen genoegen met de hermeneutiek alleen. ,,Met die benadering maak je de werkelijkheid inderdaad rijker. Door vanuit zoveel mogelijk perspectieven te kijken naar een probleem komen er veel meer verhalen boven tafel dan bijvoorbeeld in de benadering van De Wert en De Beaufort. Aangenomen wordt dat de uiteindelijke keuze daardoor ook een betere zal zijn. Maar of dat ook zo is, en hoe je dat kunt beoordelen, vertelt de hermeneutiek er niet bij. De hermeneutiek biedt geen normen waarmee je de uiteindelijke beslissing kunt staven en ook achteraf kunt beoordelen of die juist was.''
,,Die stap kun je wél zetten met het pragmatisme van Dewey. Daarin gaat het niet alleen om je interpretatie van de werkelijkheid. Als je je een doel voor ogen stelt geeft dat richting aan je handelen. Dat ideaal vorm je op grond van je eigen geschiedenis en door de zaak vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Ook materiële omstandigheden en technische mogelijkheden en onmogelijkheden doen ertoe. In het nadenken over wat je idealiter wilt bereiken, vormt zich meteen een beeld van hoe je het moet aanpakken; doel en middelen verschijnen tegelijk. En dan kun je het ook gaan uitvoeren. Dat doen staat centraal in het pragmatisme. Achteraf kun je dan nagaan of je je doel ook hebt bereikt.''
,,Mensen krijgen een anencefaal kind. De vanzelfsprekendheid van hun leven is doorbroken. Ze moeten nadenken. Dat kind zal kort leven en andere mensen kunnen gebaat zijn bij zijn organen. Wat te doen? Die ouders gaan praten met mensen die hetzelfde hebben meegemaakt, of met de maatschappelijk werkster die ervaring heeft met mensen die iets dergelijks is overkomen. Stel dat die maatschappelijk werkster zegt: 'Wij weten uit ervaring dat ouders het beter kunnen verwerken als ze hun kindje afstaan om zijn organen te gebruiken voor anderen die daar weer langer door kunnen leven. Dan hebben ze het idee dat het leven van hun kind toch zin heeft gehad.' Stel dat die ouders daar gevoelig voor zijn, dat ze dat een mooi idee vinden en besluiten tot orgaandonatie. Dan moet je in mijn model ook achteraf nagaan of die orgaandonatie werkelijk heeft bijgedragen aan een beter verwerkingsproces bij die ouders. Of denken ze achteraf: 'Ons kindje was al zo gehandicapt, en nou hebben ze het ook nog opengesneden'?''
,,Als dat kantiaanse principe niet meer functioneert als instrument voor een goed leven moet je het loslaten. Ook de vraag of iets wel of geen mens is, is te simpel om een complexe nieuwe situatie te benaderen. Stel dat we straks hersenweefsel kunnen aanmaken ter genezing van de ziekte van Parkinson. Dan kom je weer in het al te simpele dilemma terecht: 'Is dat hersenweefsel een mens? Dan mag je het niet gebruiken.' In al die nieuwe situaties heb je meer aan een ethiek waarin je die situaties analyseert en je afvraagt: 'Wat voor wereld willen wij?' Dat is een grote, abstracte vraag, die je voor elke situatie specifiek moet formuleren. In een bepaalde context formuleer je je doel.''
,,Ethiek is een vragende discipline: Hoe willen we leven; wat is goed en wat is kwaad? Als je tevoren vaststelt dat je mensen nooit alleen als middel mag gebruiken, dan heb je ook geen echte vraag meer. Maar ethiek is ook een normatieve discipline. Ze draagt maatstaven aan om onderscheid te maken tussen morele overtuigingen. Dat is tegenwoordig een ongewone gedachte. Dat merk ik aan studenten. Die denken vaak: 'Er zijn tegenwoordig geen absolute normen meer en in een gegeven geval vind jij dit en ik dat. Klaar.' Ze denken dat het een kenmerk is van ethiek dat verschillende meningen niet beoordeeld kunnen worden. Zelfs de hermeneutiek komt daar niet helemaal los van. Van Tongeren zegt wel dat je zolang mogelijk met elkaar in gesprek moet blijven, de 'strijd van interpretaties' moet aangaan, maar het blijven interpretaties. In mijn voorstel gaat het ook om de situatie die ontstaat nadat er is gehandeld vanuit die interpretaties. Op grond van die situatie moet je de interpretaties of ideeën beoordelen. Heeft de voorgestelde handeling inderdaad bijgedragen aan je doel?''
,,Het doel geeft de ethische analyse ook een toekomstperspectief. Vanuit de formulering van het doel volgt namelijk de handeling. Een waardeoordeel spreekt een verwachting van de toekomst uit: 'Als ik, als uitkomst van mijn analyse, dit doe, dan bereik ik mijn ideale doel.' Dat doel is er ook binnen de hermeneutiek, maar het wordt niet gethematiseerd. Bij mij blijft het niet op het niveau van alleen maar iets zeggen of vinden. Er wordt gehandeld waardoor een nieuwe situatie ontstaat die je vervolgens kunt beoordelen. Voor veel filosofen betekent handelen dat je ophoudt met filosoferen. Ik maak dat onderscheid minder scherp. Als je streeft naar het goede leven, waarom zou je dat onderscheid dan maken? Het leven hoort er gewoon bij.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.