*

 

Museum of Modern Art toont ambitieuze terugblik op honderd jaar kunst

Robbert Roos − 12/01/00, 00:00

Het Museum of Modern Art (Moma) onderneemt een ambitieus project waar veel musea van zullen dromen: een overzicht van alle ontwikkelingen in de 20ste eeuwse kunst en de geschiedenis die daaraan vooraf ging. Het Moma knipte de periode in drie stukken ('Modern Starts 1880-1920', 'Making Choices 1920-1960' en 'Open Ends 1960-2000') en maakte er een expositiedrieluik van dat in totaal zeventien maanden alle verdiepingen van het museum in beslag neemt.

Het eerste luik 'Modern Starts' toont met 450 werken de kraamkamer van de moderne kunst en de eerste schreden op weg naar een nieuwe verbeelding. Het is de tijd van Cézanne, Van Gogh, Monet, Picasso, Matisse, Duchamp. Het kunsthistorische verhaal kennen we wel. Daar vermoeit het Moma ons niet mee. Het museum zoomt in op keuzes, op attitudes, op persoonlijke inventies.

Om enigszins orde te scheppen in de vloedgolf aan schilderijen, beelden en foto's die zouden passen in een overzicht zijn drie thema's gekozen om de ontwikkelingen tussen1880-1920 te laten zien: 'Things', 'People' en 'Places'. Voor ieder thema is een verdieping gereserveerd.

De opdeling zit zeer vernuftig in elkaar. Alleen al de themawoorden, die verwijzen naar de aloude categorieën 'stilleven', 'portret' en 'landschap'. Maar ze symboliseren tegelijk de veranderende attitude ten opzichte van die genres die aan het einde van de vorige eeuw zijn intrede deed.

In 'Things' komt de andere, meer conceptuele kijk op de dingen om ons heen aan de orde (zoals de dadaïstische omgang met objecten). In 'People' wordt aandacht besteed aan vernieuwende compositorische inzichten stonden (zowel in uitbeelding als behandeling van motieven).

En in 'Places' gaat het onder meer over de nieuwe horizonten die op het platte vlak werden verkend (zoals de blik op het landschap die langzaam verschuift richting het stadsbeeld en de opkomst van de abstractie).

Picasso is rijk vertegenwoordigd op de tentoonstelling. Het Moma put voor de expositietrilogie vrijwel uitsluitend uit eigen depot en de Spaanse meester is daar goed in vertegenwoordigd. Het museum bezit zelfs één van de sleutelwerken in Picasso's oeuvre: Les Demoiselles d'Avignon uit 1907. Met dit doek introduceerde Picasso zijn kubistische stijl, die zijn werk voor decennia zou tekenen.

'Les Demoiselles' hangt in de sectie 'Composing with the figure' op de verdieping 'People'. Dit deel van de tentoonstelling is vrij educatief van aard. Er wordt getoond hoe schilders en beeldhouwers af gingen wijken van de werkelijkheid om op een soms zuiver formele manier de mens te verbeelden. De betekenis van de schilderijen en beeldhouwwerken verschoof van inhoud naar beeld.

Op andere momenten zijn de samenstellers van 'Modern Starts' veel vrijer in het combineren van kunstwerken. Zo krijg je op een gegeven moment de postbeambte Joseph Roulin geschilderd door Van Gogh naast van een symbolistisch schilderij van Klimt en een kubistische compositie van Picasso. Zo ontstaan fascinerende zalen met subthema's als 'De taal van het lichaam' (over de uitdrukking van stemmingen door middel van het lichaam), 'Geposeerd/Ongeposeerd' (over de veranderende aanpak in de fotografie) en 'Unreal City' (over de metropool als exponent van het moderne leven).

Een verrassende combinatie is te vinden in een zaal met werk van James Ensor en de Mexicaan José Guadelope Poseda. Beiden verbeeldden het groteske, de dood, het carnavaleske.

Hun motieven zijn verwant, maar beiden werkten vanuit hun eigen specifieke cultuur, waardoor de betekenis van hun werk toch anders is.

'Modern Starts' concentreert zich op de periode 1880-1920, maar soms maken de samenstellers een uitstapje naar hedendaags werk om te laten zien hoe invloedrijk ontwikkelingen zijn geweest. In 'Componeren met het menselijk lichaam' duikt bijvoorbeeld een videowerk van Gary Hill op: een stuk of tien beeldschermen van groot naar heel klein waarop steeds één lichaamsdeel centraal staat.

In de sectie 'baders, acteurs en dansers' binnen de afdeling 'People' hangt een foto van Rineke Dijkstra uit 1993 pal naast een bader van Cézanne uit 1885. Het is de vraag of Dijkstra deze letterlijke inspiratiebron heeft gebruikt, maar het is opmerkelijk om te zien hoe twee kunstenaars ruim een eeuw apart van elkaar een motief op dezelfde manier behandelen.

Dit soort lijnen en dwarsverbanden (zeg maar de Fuchs-manier van hangen) zijn interessant en hadden wel talrijker mogen zijn. Het is te hopen dat in de volgende luiken van het expositiedrieluik de subtiele verhaallijnen uit 'Modern Starts' doorgetrokken kunnen worden naar de kunst van latere tijden.

Tot en met 14 maart in het Museum of Modern Art, 11 West 53 Street, New York. Dag., behalve wo 10.30-17.45 uur (vr tot 20.15 uur). Cat. fl70. Internet: www.moma.org.

mailIcon print |