recensie Op de omslag heet 'Het geheime wonder' een schaakroman. In feite is het een lange, levendige, knappe reportage van wat zich afspeelt op en om het jaarlijkse schaaktoernooi in de Zuid-Spaanse provinciestad Linares.
De schrijver, Dirk Jan ten Geuzendam, kan op royale journalistieke ervaring met dit toptreffen bogen. Zijn schets, niet door enige partijnotatie ontsierd, geeft een fascinerend beeld van het emotionele tumult achter de ogenschijnlijk serene façade van het 'Wimbledon van het schaken'. Organisator en financier is Luis Rentero, ooit een middenstander met een bakfiets, nu eigenaar van een supermarktketen. Soms poogt hij de ondernemingszin van de grootmeesters te prikkelen door hun heimelijk extra geld aan te bieden als ze niet te snel remise maken. De topspelers die hij engageert, komen in 'Het geheime wonder' intrigerend tot leven. Ivantsjoek, die, na een nederlaag, in een parkje als een wolf stond te huilen. De innemende, beschaafde Anand. Judit Polgar, drie jaar lang door wereldkampioen Kasparov straal genegeerd omdat ze het als zeventienjarige had gewaagd hem, wegens een faux pas op het bord, terecht te wijzen. En natuurlijk Kasparov zelf. Zijn medespelers noemen hem 'God'. Dit waanidee, maar dan ontdaan van de bijbehorende ironie, lijkt zo nu en dan ook hemzelf te teisteren. In het restaurant bepaalt hij wat zijn secondant Dochoian te eten krijgt. Gênant is de serviliteit waarmee ook anderen, onder wie de schrijver, de geniale bordspeler moeten benaderen. Ook de entourage van de grootmeesters, de stamgasten in Linares en een fameuze stierenvechter die daar het leven liet, portretteert Ten Geuzendam met een vaardigheid waarvoor een echte romancier zich niet zou behoeven te schamen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.