recensie Je wordt er niet vrolijk van. De driehonderd pagina's liedteksten, kroegverzen en gedichten van Jan Boerstoel hakken er in. De meester van de weemoed heeft zijn melancholische cabaretliederen en gedichten, waarvan een deel nog nooit eerder was gepubliceerd, gebundeld in 'Veel werk'.
Vanaf 1969, toen Boerstoel voor Cabaret Don Quishocking zijn legendarische debuut 'Opa's verjaardag' schreef, wisten de grote cabaretiers hem te vinden. In 'Veel werk' staan dan ook ruim honderd liederen die hij in opdracht schreef voor onder meer Adèle Bloemendaal, Karin Bloemen, Jenny Arean, en Youp van 't Hek. Teksten met keurig afgemeten zinnen in perfecte ritmes, vaak in de derde persoon geschreven en altijd met een wending of in ieder geval een verdieping aan het eind. Boerstoel raakt telkens de kern van eenzaamheid of droefenis: ,,Juffrouw Iks is bijna zestig, goedgebouwd, althans geweest''.
Maar de treurnis blijft dragelijk, mede dankzij Boerstoels gevoel voor ironie, zoals bijvoorbeeld in 'Lente'(1978): ,,De lente is gekomen, de natuur is weer ontwaakt, / in heel het land worden weer kleine katjes afgemaakt. / En mooie malse lammetjes, die dansen in de wei, / dus dat wordt bij de barbecue straks weer een smulpartij.''
Zijn opwinding over misstanden vertaalt Boerstoel met schrijnend sarcasme. ,,In donker Afrika sterft weer zo'n zwarte spillebeen, / die al een hele week niet heeft gegeten / met veertien fotografen op een afstand eromheen, / die voor hun brood behoorlijk moeten zweten.'' Hoewel pijn, verdriet en rillingen overheersen, valt er soms ook te lachen, met name bij het lezen van de superkorte kroegverzen: ,,Ik ken het klappen van de zweep, / ik ken de regels van het spel, / ik ken de zin van het bestaan, / maar als ik drink dan gaat het wel.''
Een zalige pil om mee te mijmeren op een regenachtige zondagmiddag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.