*

 

Een Bruckners Zevende om diep de pet voor af te nemen

Peter van der Lint − 28/01/00, 00:00

recensie Na de nogal gemengd ontvangen uitvoeringen van Mahlers Achtste van twee weken terug waagde Riccardo Chailly zich woensdag met het Koninklijk Concertgebouworkest voor de eerste keer aan de Zevende van Anton Bruckner. Bruckners Zevende en Mahlers Vierde zijn de hoofdwerken op een uitgebreide wereldtournee die het KCO vanaf morgen maakt.

Chailly's platenmaatschappij Decca bracht kennelijk daarom een opname van vijftien jaar terug op de markt -een opname van Bruckners Zevende door Chailly en het Radio Symfonie Orkest van Berlijn. Die opname toont aan dat Chailly zich drie lustra terug al als een vis in het water voelde met Bruckners Zevende. De enorme helderheid die Chailly in Bruckners partituur-kathedraal wist te bereiken, was er woensdagavond ook in grote mate. Het KCO speelde opvallend soepel en alert, alleen binnen de hoorngroep, dit keer aangevoerd door Julia Studebaker, waren bepaalde inzetten en samenklanken onder de maat. Fluitiste Emily Beynon speelde echter werkelijk subliem (slot tweede deel), de Wagnertuba's klonken intens vibrerend en een magnifiek klinkende strijkersgroep liet geen wens van Chailly onvervuld.

In de vele climaxen die Bruckner in zijn vierdelige symfonie invlocht, was Chailly op zijn allerbest. Met subtiele vertragingen en passen-op-de-plaats bereidde hij de driedubbele fortes goed voor en hield hij een en ander binnen al te overdadige decibelgrenzen. Naar het hoogtepunt in het adagio-deel, dat hij met de optionele bekkenslag liet spelen, werd door dirigent en orkest formidabel toegewerkt. Daarna zetten de Wagnertuba's met precisie en gevoel het thema in dat de dieptreurende Bruckner neerschreef toen hij op de hoogte was gesteld van het overlijden van zijn grote idool Wagner. Bijzonder was ook de consequent volgehouden vertraging die Chailly in de staart van het eerste thema van het vierde deel uitwerkte. Die behandeling gaf aan dat thema een ongekend profiel en hielp mede om luchtigheid in het finale-deel te brengen.

Ondanks die doorzichtigheid en detail-uitlichtingen (de derde trompet bijvoorbeeld in het tweede deel mocht van Chaily heerlijk uitpakken) was dit vreemd genoeg ook een ouderwetse Bruckner -in de goede betekenis van het woord. Een Bruckner uit één brok gehouwen. Toen zeventig minuten na het begin het allereerste thema van de symfonie nogmaals in volle glorie klonk, ontlaadde de over vier delen opgebouwde spanning zich magistraal. Een Bruckner om diep de pet voor af te nemen. En dat zullen ze in het buitenland zeker doen.

Energiek was Chailly voor de pauze begonnen aan de orkestrale inleiding van Mozarts pianoconcert in A, KV 488. Een inleiding gebaseerd op contrastwerking en ritme, goed opgepakt door pianist Andreas Haefliger. Haefliger mag mee op tournee, samen met pianist Jean-Yves Thibaudet, die vanavond in Amsterdam voorafgaand aan een herhaling van Bruckner het eerste pianoconcert van Liszt zal spelen.

mailIcon print |