De Amerikaanse illustrator Norman Rockwell werd vijftien jaar geleden nog afgedaan als 'een schep glitter', maar na zijn herontdekking is hij opeens 'een instituut'. De Amerikanen lijken hun eigen fundament te hebben opgegraven: het moralisme, dat stoelt op algemeen aanvaarde waarden en vaderlandsliefde, dat het goede wil laten zegevieren over het slechte.
'Norman Rockwell'', schrijft Amerika-kenner Robert Hughes in 1978 bij diens overlijden, ,,had met Walt Disney de bijzondere overeenkomst een kunstenaar te zijn die bij vrijwel iedereen in de Verenigde Staten bekend was. Rijk en arm, blank en zwart, museumbezoeker en cultuurbarbaar, academicus en analfabeet.''
Hughes' waarneming is sociologisch; iets meer van een waarde-oordeel blijkt uit die andere voorzichtige vaststelling: ,,Hij heeft nimmer zijn sporen verdiend in de kunstgeschiedenis en zal dat ook nooit meer doen. Maar zijn stempel op de illu stratie en de massacommunicatie is groot en onuitwisbaar.'' Nee, dan kunstcriticus Arthur Danto, die een catalogus over Rockwell in 1986 bestempelt als 'een schep glitter'. En de jonge student kunstgeschiedenis die hem in 1949 bij een bezoek aan het kunstinstituut van Chicago aanspreekt met 'U bent toch Norman Rockwell?'. Het voldane gevoel van herkend te worden verdwijnt snel als de student vervolgt: ,,Mijn professor zegt dat u nep bent.''
Laurie Norton Moffatt, directeur van het Norman Rockwell museum in Stockbridge (Massachusetts), memoreert deze uitingen van misprijzing in de catalogus 'Norman Rock well: Afbeeldingen voor het Amerikaanse volk'. De catalogus begeleidt de rondreizende tentoonstelling van de illustrator-schilder, die tussen 1923 en 1970 wekelijks zijn entree maakte bij een miljoen Amerikaanse gezinnen, de abonnees van het blad The Saturday Evening Post.
Tot 24 september exposeert The Corcoran Gallery of Art in Washington DC het werk van Rockwell; de rondreis wordt tussen november 2001 en februari 2002 afgesloten in het New Yorkse Solomon R. Guggenheim museum. Het is de eerste grote Rockwell-tentoonstelling sinds diens dood in 1978.
,,Rockwell is een instituut geworden'', stelt Moffatt. Zijn naam roept het beeld op van een idyllisch Amerika, waar zowel sentimenteel als cynisch over wordt gedaan. Hij staat voor een moralisme dat stoelt op algemeen aanvaarde waarden en vaderlandsliefde, dat het goede wil laten zegevieren over het slechte. Moffatt: ,,Rockwells schilderijen geven op krachtige wijze de universele waarheden weer, de aspiraties en de zwakheden van de mensheid. Zijn werk geeft aan waaruit Amerika is opgebouwd en geeft op zijn best aan hoe we in wezen over onszelf als volk denken.''
En toch is de illustrator tot na zijn dood genegeerd door de gevestigde kunstwereld. En anders werd er wel geringschattend over hem gedaan. Ned Rifkin, directeur van het High Museum of Art in Atlanta dat eerder Rockwells werk exposeerde, maakt een vergelijking met twee andere deels verguisde, deels bewonderde kunstenaars: de Engelse schrijver Charles Dickens en de Amerikaanse filmmaker Frank Capra. ,,De eerste'', zegt Rifkin, ,,schreef zijn oeuvre voor tijdschriften voor het grote publiek, maar wordt vandaag de dag door een breed publiek gewaardeerd. En Capra - van de tranentrekkers 'Mr. Smith Goes to Washington' en de Kerst-klassieker 'It's a Wonderful Life', allebei met Jimmy Stewart - gaf treffend aan hoe Amerikanen aankeken tegen zichzelf en het dagelijks leven in een jonge republiek die leed onder economische tegenslag. Hij bracht hulde aan de democratie en het individu, met hun plussen en hun minnen.''
Rockwells bekendste en meest gewaardeerde schilderijen - zeker onder het wat oudere Amerikaanse publiek - zijn de 'Vier Vrijheden'. In zijn State of the Union van 1941, toen Europa al in de Tweede Wereldoorlog was verwikkeld maar de Verenigde Staten 'Pearl Harbor' nog moesten krijgen, vestigde Franklin Delano Roosevelt de aandacht op vier grondrechten die overal ter wereld dienden te gelden: de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, het recht op de dagelijkse behoeften en het recht op een leven zonder vrees. Bekend is vooral Rock wells afbeelding van een familie, die op 'Thanksgivingsday' de immense kalkoen krijgt opgediend. Een lief tafereel met een heel hoog fondantgehalte. Indringender is zijn afbeelding van het leven zonder vrees: twee jongetjes die worden ingestopt door hun ouders. De vader heeft een krant in de hand met nieuws over de Blitzkrieg tegen Londen.
Kinderen spelen een grote rol in Rockwells werk. Zijn eigen kroost wordt met grote regelmaat opgetrommeld om te poseren voor een van de tafereeltjes. Dat geldt niet voor 'The Runaway' (Het weglopertje). Een door-en-door Amerikaans onderwerp: je krijgt je zin niet en je pakt je spullen. Wie met de Donald Duck is grootgebracht kent het wel: Wolfje, de biggetjes, de neefjes Duck. Altijd jongetjes. Heel traditioneel: jongetjes zijn avonturiers, meisjes huiselijk. 'The Runaway' kan niet Amerikaanser: twee barkrukken met op een ervan een agent. De broodrooster op de plank en 'spaghetti met gehaktballetjes' als de specialiteit van de dag op het bord. En natuurlijk het weglopertje: spijkerbroekje, T-shirt en op de grond de geknoopte doek met de spullen.
'Kerst' speelde een grote rol in het werk van Rockwell. De productietijd van de grote tijdschriften vereiste dat al maanden voor de kerstdagen de titelbladen werden ingeleverd. En dus moesten de figuranten van Rock well zich al in de late zomermaanden in de kledij van de kerstman hullen. De kinderen Rockwell groeiden dan ook al vroeg op met het beeld dat mamma de cadeautjes in het feestpapier aan het wikkelen was. 'The Discovery' (De ontdekking) is universeel. Er met een schok beseffen dat de kerstman uit de onderste la van de kast komt.
Het overgrote deel van Rockwells schilderijen geeft het maatschappijbeeld weer van het Amerika van voor en rond de jaren veertig en dan nog letterlijk beperkt van kleur. Huidskleur. Als er al zwarte Amerikanen in voorkomen dan is het in een ondergeschikte rol. Zoals de kelner die in een New Yorkse trein een jongetje helpt bij het kiezen van zijn eten. Dat verandert met 'The Problem We All Live With' uit 1964. Ruby Bridges wordt onder begeleiding van de politie als zwart kindje naar een blanke school gebracht. Op de muur staat 'nikker' en op de grond ligt een uiteengespatte tomaat. Psychiater Robert Coles begeleidt het in de catalogus met een eigen ervaring. In 1960 is hij in New Orleans getuige van een relletje. Wat is er aan de hand? Een keurige, vriendelijke mevrouw geeft uitleg: ,,Ze willen een nikkerkind op school brengen; nou, over ons lijk!''
Boeiender is de weergave van Rock well voor het blad Look van de moord in Philadelphia (Mississippi) in 1965 op drie burgerrechtenactivisten. Zijn voorstudie is primitief, hard en somber en omdat het voor een groot publiek is poetst hij de illustratie op. Look kiest voor het origineel. Het illustreert misschien nog wel het beste op de hele tentoonstelling hoe Rockwell op het eind van zijn arbeidzame leven op een breukvlak stond. Zijn weergave van het oude vertrouwde Amerika is te zien; die van het nieuwe Amerika blijft verborgen. En daarom is Norman Rockwells Pictures for the American People wat het is: nostalgie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.