recensie Sinds Konrad Heiden in 1936 de eerste Hitlerbiografie schreef is elke daaropvolgende levensbeschrijving van de nazi-dictator in omvang alleen maar toegenomen. Met 1228 pagina's leek Joachim Fest in 1973 het plafond te hebben bereikt, maar de nieuwste studie over de Führer, door de Britse historicus Ian Kershaw, slaat alle records.
Thans ligt het slotdeel vertaald in de boekhandel. Samen met deel 1 telt het 2039 bladzijden. Daarvan had de uitgever er moeiteloos een kleine honderd kunnen schrappen, want de auteur vervalt, met name in het tweede deel, vaak in herhalingen. Het net een keer teveel hanteren van de term 'de Führer tegemoet werken' ('dem Führer entgegen arbeiten') is nog het minste euvel.
Deze wat houterige vertaling doelt op het begrip 'werken in de geest van de Führer' -gebezigd door de Pruisische staatssecretaris Werner Willikens- dat door tienduizenden militairen, beambten en partijbonzen in praktijk werd gebracht. Hun overdreven ijver aan de wensen van 'de Chef' te voldoen werkte cumulatief-radicaliserend.
Bij de holocaust -door Kershaw terecht veel prominenter behandeld dan door de eerdergenoemde Fest- leidde dit ertoe dat Hitler slechts het algemene kader hoefde te schetsen en de ideologische haat-impulsen te geven. Vervolgens haastten zijn paladijnen zich die ideeën zo efficiënt mogelijk in praktijk te brengen. Zelf bleef de nazi-leider zorgvuldig op de achtergrond. Zo mocht in diens aanwezigheid slechts in versluierde termen over de uitroeiing van de Joden worden gesproken en draagt geen enkel Endlösungs-bevel zijn handtekening.
Revisionistische historici als David Irving zien dit als 'bewijs' dat de Jodenmoord buiten de nazi-leider om is doorgevoerd. Kershaw ontkent dit ten stelligste, al blijft Hitlers houding ook voor hem een raadsel. Wel geeft hij een aantal mogelijke verklaringen, zoals de vrees van Hitler voor wraak door het Amerikaanse Jodendom en het feit dat hij ook veel van zijn andere daden met geheimzinnigheid omringde.
Kershaw is er van overtuigd dat de eindbeslissing voor het afslachten van de joden (en het 'euthanasie'-programma in Duitsland) bij Hitler lag. Hij ontleent deze zekerheid aan het feit dat uit documenten blijkt dat zelfs voor de executie van relatief kleine groepen Polen het persoonlijk fiat van de Führer vereist was.
Volgens Kershaw ontkracht dit tevens de stelling van functionalisten als Hans Mommsen dat Hitler een 'zwakke dictator' is geweest. In werkelijkheid was hij een ware meester in het uit elkaar spelen van ondergeschikten en het ten eigen bate benutten van de bestuurlijke chaos binnen het regime. Hij maakte zich tot enige verbindende schakel tussen de diverse, elkaar op leven en dood beconcurrerende, instanties van het bewind. Op die manier hield Hitler tot het laatst alle touwtjes strak in handen, zoals Himmler en Göring in april 1945 tot hun schade ondervonden.
Overigens gaat Ian Kershaw niet zover als Allan Bullock die in zijn monumentale 'Hitler. A study in tyranny' (1952) de Führer afschildert als een demonische tiran, omringd door marionetten. Zo gemakkelijk komen de honderdduizenden mededaders en meelopers bij Kershaw niet weg.
Net als voor het eerste geldt voor dit tweede deel van Kershaws biografie dat er geen opzienbarend nieuwe feiten in staan. Dat kan ook nauwelijks, gezien de gigantische hoeveelheid materiaal over het onderwerp. De Engelsman toont zich echter ook nu een meester in het tot een synthese brengen van al die, elkaar soms tegensprekende bronnen en studies.
Zich baserend op zorgvuldige documentatie, tot uitdrukking komend in een omvangrijk notenapparaat, schetst hij in sobere stijl en zonder psychologisch gespeculeer datgene wat hij wil overbrengen: de man Hitler kan men niet los zien van de omstandigheden en omgekeerd. Daarbij weigert Kershaw consequent de vraag te beantwoorden die biografen vóór hem soms wel hebben gesteld: Was Hitler louter de belichaming van het absolute kwaad of moet hij op de een of andere manier toch tot de groten van de geschiedenis worden gerekend? Kershaw meent dat dit soort bijna metafysische vragen niet helpt om het fenomeen Hitler te begrijpen.
Zijn poging om biografische elementen te vermengen met een beschrijving van de sociale geschiedenis leidt er echter toe dat noch het ene noch het andere helemaal uit de verf komt. Zo verdwijnt de persoon Hitler te veel achter de Führercultus en raken zaken als de sociale samenhang binnen de Duitse samenleving, de institutionele structuur van het nazi-regime en het alledaagse leven onderbelicht.
Wat niet wegneemt dat het oordeel van de Britse Economist blijft gelden: ,,Voor wie Hitlers korte wandeling met de duivel wil bevatten is er geen beter startpunt dan deze biografie'. Want Kershaw heeft zonder enige twijfel een standaardwerk geproduceerd. Als weinig anderen voor hem weet hij onjuiste stellingen te weerleggen en cliché's te ontkrachten. Dat leidt tot verhelderende constateringen. Een bloemlezing:
*Omgeven door opportunistische hielenlikkers en groupie-achtige ja-knikkers werd Hitler steeds meer versterkt in zijn grootheidswaan. Hierdoor begon hij de tegenstanders (Rusland, Groot-Brittannië) te onderschatten en verloor hij het koelbloedig calculatievermogen dat hem feilloos de zwakke plekken van zijn contrahenten had doen doorgronden;
*de zorgvuldig opgebouwde Führer-cultus -Hitler als de Messias van een nieuwe tijd- belette niet dat de verering haar grenzen kende. Hitler boette bij de meeste Duitsers snel aan populariteit in toen hij, na de zomer van 1942, hun niet langer de triomfen kon geven waaraan ze gewend waren geraakt. Maar rond die tijd zat het repressieapparaat al veel te stevig in het zadel om zich ervan te kunnen ontdoen. Zelfs militairen wisten de klus niet te klaren, zoals de aanslag in 1944 laat zien. Zo boette het Duitse volk ten koste van enorm veel verwoesting en leed voor het feit dat het zijn lot in handen had gelegd van een Mann ohne Eigenschaften;
*dat Hitler minstens drie jaar eerder dan gepland de gewapende confrontatie met Groot-Brittannië en Frankrijk aanging was geen impulsieve daad. Het had te maken met het feit dat beide landen na 'München' (1938) begonnen waren met herbewapenen. In 1942 of 1943 zouden ze wel eens te sterk kunnen zijn. Daarnaast was de hypochondrische Oostenrijker bang dan niet meer in leven te zijn;
*dat de Wehrmacht in de Oekraïne en Rusland grotendeels buiten het vermoorden van communistische functionarissen, partizanen, zigeuners en Joden, stond is onjuist. Men zat, zo laten documenten zien, er al spoedig tot zijn nek in.
*het reeds in de herfst van 1941 uit koers raken van de Russische veldtocht werd niet alleen en zelfs niet hoofdzakelijk veroorzaakt door Hitlers bemoeienissen met zaken die hij aan zijn generaals had moeten overlaten. De legerleiding blunderde ook. De nazi-leider was trouwens minder een amateur dan officieren na de oorlog beweerden;
*aan de Russische invasie lagen primair politieke en militaire overwegingen ten grondslag: door Engelands laatste potentiële bondgenoot in Europa uit te schakelen hoopte Hitler Londen tot vrede te dwingen, mede om gewapend ingrijpen van de Verenigde Staten te verhinderen. Pas later stelde hij zijn nooit opgegeven ideologische doelstellingen op de voorgrond: de vernietiging van het 'judeo-bolsjewisme en het verwerven van Lebensraum in het Oosten;
*Hitler liet de Joden niet, zoals Sebastian Haffner beweert, uit pure moordlust doden, maar omdat volgens hem het Jodendom -in Hitlers ogen de belichaming van het mondiale kapitalisme en communisme- zijn streven in de weg stond om Duitsland tot wereldmacht te maken;
*er bestond tevoren geen uitgewerkt plan om alle Europese Joden uit te moorden. Het was een stapsgewijs proces. Eerst wilde men de Joden naar Madagascar overbrengen, maar door de suprematie van de Britse vloot was dit praktisch niet uitvoerbaar; vervolgens besloot men ze naar Siberië te deporteren en hen daar door honger, kou en uitputting te laten omkomen. Pas toen dit niet lukte omdat de Russische veldtocht stagneerde en Polen al die miljoenen joden niet kon herbergen, viel het besluit ze allemaal te vergassen;
*Hitler was niet krankzinnig en werd evenmin door zijn lijfarts langzaam vergiftigd. De fysieke problemen (darm-, maag- en hartkwalen, Parkinson) bleken het gevolg van te weinig beweging, eenzijdige voeding, natuurlijke afwijkingen en psychische spanningen. Die laatste waren, met aangeboren opvliegendheid, tevens oorzaak van zijn vele driftaanvallen. Die namen toe toen Hitler na 'Normandië' (juni 1944) besefte dat het spel uit was, al hield hij naar buiten toe tot het bittere einde de rug recht;
*Bij alle beslissingen die Hitler nam stond Wereldoorlog I centraal. Hij was vastbesloten het onrecht te vergelden dat Duitsland in zijn ogen bij de vrede van Versailles was aangedaan. Toen dit uiteindelijk niet lukte motiveerde het hem te strijden tot de laatste man, om de capitulatie van 1918 niet te herhalen.
Tegen al dit soort indringende waarnemingen steekt het analytische slot wat magertjes af. En toch stelde Kershaw aan het begin van zijn magnum opus essentiële vragen, zoals: wat was aan de catastrofe nu typisch Duits, wat een fenomeen van een algemene Europese ziekte? Wie aan het eind van deel 2 een antwoord verwacht komt bedrogen uit. Met een fletse nabeschouwing van krap vier pagina's wordt de lezer heengezonden. Onaanvaardbaar voor een werk van dit kaliber.
Dat zelfs Kershaw de kern van het 'mysterie Adolf Hitler' niet helemaal weet te ontrafelen valt hem veel minder aan te rekenen. Geen duizend bibliotheken vol wetenschappelijke lectuur vermogen echt te verklaren waarom een moderne, economisch en sociaal hoog ontwikkelde natie, een land van denkers en dichters, zo gretig bereid was de kwaadaardige, genocidaal-darwinistische obsessies in praktijk te brengen die een megalomane ex-korporaal zonder grote intellectuele en militaire kwaliteiten in z'n eentje had ontwikkeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.