recensie Op een groot rechthoekig scherm, dat verticaal boven het toneel zweeft, verschijnt een luid applaudisserend publiek in beeld. Een voice-over kondigt de gastheer van het programma 'Rondom Ton' aan, waarna René Groothof als een 'popie-jopie' televisiepresentator zijn eerste gast introduceert. ,,Welkom, vanavond hebben wij een bijzondere gast in ons programma, een hartelijk applaus voor Heer Pierlala, de man met de zeis, uw aandacht voor meneer De Dood!''
Met deze inleidende videofilm begint de familievoorstelling 'De Dromer; wat ging er mis...?' geschreven en geregisseerd door René Groothof, onder muzikale begeleiding van filmorkest Max Tak. Dit hobbygroepje is uitgegroeid tot een muziektheater, bestaande uit strijkers, riet- en koperblazers, slagwerk en piano. Donderdag vond de generale repetitie plaats in het Amsterdamse Jeugdtheater De Krakeling.
Nadat De Dood tijdens de uitzending via zijn mobiele telefoon wordt weggeroepen voor zijn volgende 'opdracht', wordt het donker in de kleine theaterzaal. Een begrafenisstoet -de twaalf muzikanten van Max Tak- draagt, onder het gezang van kerkliederen, een doodskist het toneel op. 'Gemene Dood, valse Dood!', beklaagt het gezelschap zich. Op dat moment doet De Dood (René Groothof) letterlijk zijn intrede. Hij neemt het de mensen kwalijk dat hij, ten onrechte, als de schuld van al het kwaad, dood en verderf wordt gezien. ,,Ik ben ook maar een product van onze Schepper!'', begint hij zijn versie van het scheppingsverhaal.
'De Dromer' is gebaseerd op het beeldverhaal 'Scheppingsverhaal, getekend voor een meisje' (1959) van Peter Vos. Gedurende de hele voorstelling zijn het ook de tekeningen van Vos die het 'pleidooi' van De Dood visueel begeleiden. Composities van Anton Bruckner, Boudewijn de Groot en The Beatles en jiddische liederen passeren de revue. ,,Omdat het scheppingsverhaal eigenlijk een joods sprookje is'', legt Groothof uit.
Het is niet de eerste keer dat de theaterman ('De Broertjes', 'De Fanfare') en het filmorkest samenwerken. Twee jaar geleden waren beiden te zien in 'Twintig mijlen onder zee'.
In 'De Dromer' vertelt De Dood hoe de Schepper 'met een schep' de zeeën groef en de bomen maakte. Een decor van schemerige bergen doemt op achter het orkest. De dieren waren het volgende project; de neushoorn, de panter, de slang, de olifant. Iedere muzikant van Max Tak vertolkt met zijn instrument een van de geschapen beesten. Adam was Zijn voorlaatste creatie, en tenslotte Eva, omdat Adam zo alleen was.
,,Toen het verhaal veertig jaar geleden verscheen, werd het als heel schokkend ervaren'', vertelt Groothof. ,,Het heeft zeven jaar op de plank gelegen voordat het werd uitgegeven. Ik las het verhaal voor het eerst toen ik zeventien was en ook ik vond het schokkend.''
Schokkend omdat Vos de Schepper neerzet als de slang die Adam en Eva verleidt een hap van de verboden vrucht te nemen. ,,Het was in die tijd een hele kwalijke zaak om de Schepper in een kwaad daglicht te stellen.''
Groothof vindt het niet immoreel om kinderen het scheppingsverhaal op deze manier voor te schotelen. ,,De jongste generatie is niet meer gelovig opgevoed, kent het verhaal slecht of helemaal niet. De Schepper is eigenlijk maar een verzinsel. Het is een man met een baard, zoals iedereen zich hem voorstelt. En ook Hij is slechts een dromer die iets heeft geschapen naar Zijn eigen fantasie.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.