recensie Vergeer kon het ermee doen en ontstak op zijn beurt in de woede van de wetenschapper die zich niet serieus genomen voelt. De redactie zat ermee en vroeg mij 'er eens naar te kijken'. Waar gaat het om?
In zijn boek presenteert Vergeer een radicaal andere dan de gangbare interpretatie van het lijdensverhaal en de persoon van Jezus. Hij doet dat via analyse van het evangelie van Marcus, dat hij al analyserend (naar eigen zeggen) op zijn kop zet. Aan de hand van een aantal 'scharnierteksten' laat Vergeer zien dat Marcus een oudere traditie overgeschilderd heeft, omdat die hem niet van pas kwam. Sleuteltekst voor hem is Marcus 14 vers 63: ,,De hogepriester scheurde zijn klederen...''. Het gedeelte waarin deze tekst staat, beschrijft hoe Jezus na zijn gevangenneming voor de hogepriester geleid wordt. Die vraagt hem: ,,Zijt gij de Christus, de Zoon van de Gezegende?'' Jezus antwoordt: ,,Ik ben het.'' Waarna de tekst volgt van het scheuren van de kleren. Maar wiens kleren scheurt de hogepriester? Volgens de traditie waren dat zijn eigen kleren, maar juist op dat punt is de tekst niet honderd procent waterdicht. Er staat letterlijk: ,,De hogepriester scheurde de klederen van hem'' (en niet 'van zichzelf'). Wie is die 'hem'?
In de krant van 3 november maakte de Amsterdamse theologe Bara van Pelt gehakt van het boek 'Het Panterjong' van de filosoof Charles Vergeer. ,,Boude stellingen; gezochte woordverdraaiingen; bizar moeilijk te volgen; onbetrouwbaar; rechtvaardigt geenszins de aanschaf.''
Het is op dit punt dat Vergeer zijn breekijzer in de traditie zet: de hogepriester scheurde volgens hem niet zijn eigen kleren, maar die van Jezus. Die dus klaarblijkelijk aangekleed als 'Zoon van de Gezegende', dat wil zeggen in traditioneel koninklijk/priesterlijk gewaad tegenover hem staat.
Jezus, aldus Vergeer, was een telg uit het geslacht van David, van voorname en rijke komaf. Hij had zich bij zijn intocht in Jeruzalem door zijn volgelingen tot koning laten zalven en had als teken van zijn waardigheid een 'kostbaar, koninklijk pronkgewaad' aangetrokken. Vervolgens had hij zich in het tempelcomplex als davidisch koning gepresenteerd, waarop een heftige strijd was uitgebroken tussen de tempelbewakers van de heersende hogepriesterlijke kaste en de volgelingen van Jezus. Deze laatsten werden aangevoerd door Judas Iskariot. Dat wil zeggen, aldus Vergeer, Judas de Sicariër. Sicariërs (letterlijk: dolkdragers) waren joodse opstandelingen die moord en doodslag niet schuwden in hun strijd tegen de Romeinen en de met deze overheersers pacterende priesterkaste.
Terzijde: Judas was dus geen verrader, zoals hij later in de evangeliën is neergezet, maar integendeel de leider van de discipelen en bovendien de eerste martelaar. Als er bij de naam Judas steeds staat: 'een van de twaalf', dan betekent dat volgens Vergeer 'de eerste van de twaalf' (namelijk de eerste martelaar). Kortom: als Vergeer zegt 'op zijn kop zetten', bedoelt hij ook 'op zijn kop zetten'.
De strijd tussen de strijdgroep van de hogepriester en die van Jezus was voor de laatsten rampzalig verlopen. Aan het eind was het 'redde wat zich redden kan' en had iedereen zich uit de voeten gemaakt. Alleen Jezus, met zijn zware koninklijke gewaad had niet kunnen wegkomen en was gepakt. En zo verschijnt hij voor de hogepriester, die hem eerst vraagt of hij zichzelf zo beschouwt als hij er uit ziet, en dan Jezus' koninklijke kleden doormidden scheurt.
Vergeer bouwt deze verstrekkende visie op een filologische analyse van tekst en woordgebruik en daarop pakt Van Pelt hem in haar recensie aan. Volgens haar schiet Vergeers analyse wetenschappelijk tekort en werkt hij met onjuiste feiten, waardoor zijn boek onbetrouwbaar is.
Al vind ik dat Vergeer wel erg ver gaat in het construeren van een consistent bouwwerk naar eigen ontwerp (en het weglaten van wat hem daarbij voor de voeten zou lopen), toch ligt voor mij, in tegenstelling tot Van Pelt, het springende punt niet in de wijze waarop Vergeer zijn bewijsvoering voert, maar in de vooronderstelling waarop hij deze baseert. Daar komt bij dat ik weinig heil zie in een aanpak, waarmee je al heel snel in een welles/nietes verzeild raakt.
Waar gaat het om? Vergeer zoekt, en hij is de eerste niet, achter het evangelieverhaal naar de ware feiten. Is hij die echt op het spoor gekomen? Volgens hemzelf wel. Maar Vergeers feiten kunnen, net als de feiten die andere zoekers naar de historische Jezus vaststelden, alleen staande blijven dankzij de onderbouwing en ondersteuning van de interpretatie, die tot de feiten heeft geleid. Deel je Vergeers interpretatie niet, dan kom je ook niet tot Vergeers feiten.
Bovendien blijft bij Vergeers interpretatie volledig onverklaarbaar hoe het christendom zich na die mislukte binnenjoodse claim van Jezus op een joods koningsschap tot een wereldreligie kon ontwikkelen. Vergeer doet dat dan ook niet. ,,Die vormen van christendom, die zich vastklampen aan die man, Jezus van Nazaret, de gekruisigde, zijn vormen van idiolatrie,'' schrijft hij. ,,Het geloof in de gezalfde (...) klampt zich niet vast aan een mens en diens lotgevallen, maar stelt vertrouwen in de Eeuwige.''
Vergeer rekent daarmee radicaal af met het belang van Jezus voor het christendom. Maar waarom de Eeuwige na de kruisdood van deze mislukkeling aankomt met de opstanding, blijft onverklaarbaar in de lucht hangen. Al verklarend, maakt Vergeer de oorsprong van het christendom alleen maar onverklaarbaarder en schakelt en passant de joodse wortels van het christendom uit. Eigenlijk is dat mijn voornaamste bezwaar tegen zijn intrigerende boek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.