*

 

Bhutaanse koning dicteert paradijselijk geluk

Merlijn Schoonenboom − 04/01/00, 00:00

Er was eens een land waar het gras groen was, de lucht zuiver, en de mensen gelukkig. Het land werd geregeerd door een strenge doch rechtvaardige koning, van wie iedereen hield. Een sprookje? In het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden is voor het eerst in Nederland een grote tentoonstelling te zien over dit vermeende paradijs in de Himalaya: 'Bhutan. Het land van de donderende draak'.

Het land Bhutan spreekt tot de verbeelding van de westerling. Tot in de jaren zestig waren er nauwelijks buitenstaanders doorgedrongen. De ligging van Bhutan bood eeuwenlang een natuurlijke begrenzing, en sinds de eenwording van het koninkrijk rond 1860, weerden de vorsten bewust alle invloeden van buiten af.

De kenmerkende westerse ontwikkelingen van de laatste twee eeuwen gingen aan Bhutan voorbij: geen technologie, industrie en democratie. Bhutan bleef een agrarische samenleving, waarin het respect voor de natuur en oude religieuze tradities in ere werden gehouden. Zo kreeg Bhutan in de geïndustrialiseerde westerse landen de status van een paradijs.

De laatste jaren kruipt Bhutan echter langzaam uit zijn schulp, en komt tot het besef dat er in de buitenwereld ook voordelen te halen zijn. Onder toeziend oog van de huidige koning worden enkele moderne ontwikkelingen toegestaan. Sinds 1986 verschijnt er een weekblad, vorig jaar kwam er (staats)televisie en de vorst denkt zelfs aan de invoering van internet. Ook is Bhutan samenwerkingsverbanden aangegaan met enkele (kleine) westerse landen. In 1994 werd een verdrag op het gebied van milieu en cultuur met Nederland gesloten.

Maar de Bhutaanse koning zet de deur zeker niet uitnodigend open voor westerse invloeden: massatoerisme wordt geweerd (een toerist die wordt toegelaten, moet 200 dollar per dag besteden) en eigen tradities en rituelen worden nog eens benadrukt.

De tentoonstelling in het Museum voor Volkenkunde is in 1998 in Oostenrijk samengesteld in overleg met de Bhutaanse overheid. Het is een ruim opgezette tentoonstelling, waarin met divers materiaal een beeld wordt gegeven van de natuur, de religie, de monarchie en het dagelijks leven.

Foto's en videofilms laten zien hoe de Bhutanen met de prachtige natuur omgaan. De natuur is een kenmerkend onderdeel van de Bhutaanse identiteit. Een evenwichtige en eerbiedige omgang met de natuur is voor de Bhutanen ondergeschikt aan economische groei.

Het beeld van het dagelijks leven in Bhutan wordt opgeroepen door een op ware grote nagebouwd hutje, gebruiksvoorwerpen en kleurige kledij (die ook door de jeugd nog wordt gedragen, maar dan vaak met een spijkerbroek er onder). Vele rijkelijk versierde religieuze en koninklijke attributen tonen het toegewijde vakmanschap en de boeiende symboliek van dit Himalaya-volk. Een topstuk op de tentoonstelling is de ravenkroon, de koningskroon met een ravenkop, symbool van de oprichting van het koninkrijk Bhutan. Alles wordt met korte teksten uitgelegd.

De kleurrijke pracht van de Bhutaanse cultuur bezorgen de aan soberheid gewende Nederlander aangename mijmeringen. En natuurlijk zijn er de interessante verrassingen van het cultuurverschil: zo kan het gebeuren dat de bezoeker op een boeddhistisch huisaltaar tussen wat kommetjes offerrijst een enorme fallus ziet staan. De fallus is in de Bhutaanse cultuur (al dan niet in gevleugelde vorm) een veel gebruikt afweermiddel tegen boze geesten; oude animistische natuurgodsdiensten hebben zich in Bhutan op unieke wijze met het boeddhisme vermengd.

Toch kan de bezoeker zich niet aan de indruk onttrekken dat hier een wel erg paradijselijk plaatje wordt getoond. Een kritische blik ontbreekt. Want het paradijs Bhutan kent ook z'n keerzijde. Behalve frisse lucht en groen gras bestond er in dit land tot 1961 slavernij, het kindersterftecijfer is nog altijd zeer hoog, en het koningshuis bezit een absolute macht. Geen 'Bruto Nationaal Product', maar 'Bruto Nationaal Geluk' is de favoriete leus van de koning. Maar uiteindelijk beslist hij wat er voor zijn 650000 onderdanen goed of slecht is.

In de afdeling monarchie van de tentoonstelling wordt 's konings grandeur wel uitgestald, maar niets wordt verteld over eventuele gevoelens van onvrijheid onder de bevolking. En waarom wordt er niets gemeld van het grote Nepalese vluchtelingenprobleem in Zuid-Bhutan?

De tentoonstelling is toch vooral het visitekaartje van de Bhutaanse overheid, en houdt daarom vast aan het westerse beeld van een paradijs op aarde.

'Bhutan. Het land van de donderende draak' is tot en met 30 april in het Rijksmuseum voor volkenkunde in Leiden te zien. Catalogus: 'Mountain fortress of the gods' verscheen bij uitgeverij Serendia, en kost 75 of 125 gulden.

mailIcon print |