recensie Mag het een onsje meer zijn? Tjonge, wat was Valery Gergjev woensdagavond ouderwets fel en groots in de weer met Beethovens vijfde symfonie. Alsof de tijden van Mengelberg en Furtwüngler voor eventjes herleefden in het Concertgebouw. Met een flink uit de kluiten gewassen Rotterdams Philharmonisch Orkest (32 violen, 8 contrabassen!) zette Gergjev deze Vijfde neer als een statement. Zo kan het dus ook nog.
Ouderwets meeslepend was het, wat in Gergjevs geval niet wil zeggen dat hij zich niets gelegen heeft laten liggen aan de ontwikkelingen in historisch verantwoorde uitvoeringspraktijken. Het was verbluffend om in de muur van geluid schitterende details naast subtiele fraseringen te ontwaren. Met die als libellevleugels trillende vingers van de linkerhand kan Gergjev werkelijk wonderen verrichten. Een orkestrale balans in de gaten houden, is een van de grote kwaliteiten van de Russische dirigent. Zo kon in het laatste deel de piccolo boven het orkest uit kwetteren en begreep je waarom dat in 1808 zo'n noviteit was. Die acht contrabassen konden in het tweede deel, vlak voor het opzwepende trompetthema een heerlijke dreun in de laagte uitdelen.
Een deel later zorgden die contrabassen voor een heerlijke opzet van het fugatische motief, dat Gergjev verder in de andere strijkers wonderbaarlijk uitwerkte.
Al direct aan het begin met dat allerberoemdste thema's der thema's raakte Gergjev de roos. Spannende, languit klinkende tonen en niet van die afgekapte, droge klappen. Beethoven schreef boven het eerste deel 'allegro con brio', maar Gergjev veranderde dat in het Mahleriaanse bovenschrift 'wuchtig' (krachtig-massief). Het pompeuze karakter van de symfonie werd dus vet onderstreept en dat resulteerde aan het eind in een zinderend spannende overgang van deel drie naar vier.
Voor de pauze stond Beethovens enige vioolconcert geprogrammeerd. Het eenmalige concert vond plaats in de serie 'Grote Solisten'. Violist Vadim Repin mocht de grote solist spelen en hij deed dat alleszins bewonderenswaardig. Toch was de meeslependheid van na de pauze hier niet aanwezig. De samenwerking tussen Repin en Gergjev verliep keurig, maar ook saai. Pas in de virtuoze cadenzen kon Repin zich uitleven en maar daar was zijn spel dan ook onnavolgbaar. In het larghetto zorgde Gergjev nog wel voor enkele magische begeleidingsmomenten, maar verder bleef het allemaal teveel aan de oppervlakte.
Buiten de zaal was het tijdens het concert uiterst rumoerig. In de foyers en gangen stonden feestdissen opgesteld, om de gasten van de sponsor na afloop rijkelijk te kunnen onthalen. Snelle voetstappen en haastig uitgesproken orders bedierven regelmatig de broze spanning die Gergjev zo zorgvuldig opbouwde.
Het is zeker heel mooi dat concerten als deze mede doorgang kunnen vinden vanwege de sponsor, maar dit openbare concert had daardoor toch wel iets teveel van een besloten nieuwjaarsfeestje.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.