*

 

Digitale architectuur: zwaartekracht bestaat niet meer

Robbert Roos − 22/01/00, 00:00

recensie Nederlanders doen het goed in de wereld van de 'digitale architectuur'. In deze glossy van Thames & Hudson zijn vier van de twaalf gepresenteerde bureaus Nederlands (Nox, Oosterhuis Associates, UN Studio/Ben van Berkel & Caroline Bos en Winka Dubbeldam). Onder de 'buitenlanders' zitten Marcos Novak, Greg Lynn, Stephen Perrella en Morphosis. Het gaat derhalve om oude bekenden die elkaar in het circuit veelvuldig tegenkomen en die de ruggengraat vormen van de 'stroming', voorzover daar sprake van is. Ze hebben gemeen dat hun ontwerpen zich soms weinig aan lijken te trekken van de zwaartekracht. Dat diagrammen en wiskundige volumes heer en meester zijn over oude vitruviaanse bouwwetten. Dat ruimtes schier ongedefinieerd en vliedend lijken. Dat constructies langsflitsen, ingewikkelde curves maken of zijn opgebouwd uit uiterst complexe staketsels van pilaren, balken en dwarsliggers. En dat de huid flexibel is, plooibaar is en soms zelfs informatiebron is (bijvoorbeeld door het gebruik van LED-schermen). Dit laatste zien we bijvoorbeeld in een ontwerp van Kas Oosterhuis. In opdracht van Trouw bedacht hij twee jaar geleden een concept voor de inrichting van de woonmodule van het International Spacestation. De binnenwanden kunnen in het ontwerp van Oosterhuis vervormen, terwijl er tegelijkertijd informatie of beelden op kunnen worden geprojecteerd.

Peter Zellner beschrijft gedegen de verschillende aspecten van het digitale bouwen en probeert de ontwikkelingen in de vloeibare architectuur te plaatsen in de grotere lijn van de architectuurgeschiedenis. Interessant is zijn betoog over de manier waarop deze generatie architecten een brug probeert te slaan tussen de hardware (het materiaal, de constructie) en de software (de digitale technieken en hun vormentaal).

mailIcon print |