recensie De Surinaamse schrijver Hugo Pos is ongetwijfeld de productiefste onder de oudere Nederlandstalige auteurs. Hij vierde onlangs zijn 86ste verjaardag, heeft een boeiend leven als procureur-generaal achter de rug (sla zijn alom geprezen autobiografie 'In Triplo' er maar op na), en debuteerde pas na zijn pensionering als literair auteur. Zeventig jaar oud was Pos toen de verhalenbundel 'Het doosje van Toeti' verscheen, een weerspiegeling van Pos' jeugd in het Suriname van de jaren twintig. De markante verhalenverteller beaamt volmondig ,,ontstellend'' laat te zijn gestart. Niet dat hij voor die tijd nooit een letter op papier gezet heeft. Integendeel, als rechtenstudent in de jaren dertig in Leiden publiceerde hij al recensies en poëzie. Pos heeft bovendien de Surinaamse literatuur gestimuleerd en in kaart gebracht. De schrijver heeft zich echter nooit gewaagd aan het schrijven van een roman. Daar heeft hij eenvoudigweg het uithoudingsvermogen niet voor, evenmin als het benodigde talent. Het schrijven van korte verhalen is hem op het lijf geschreven. Als romancier zou hij zijn personages tot op het bot moeten ontleden, maar volgens Pos is het geen wet van Meden en Perzen dat een schrijver op de hoogte zou moeten zijn van alle intieme bijzonderheden van zijn personages.
Aan de hand van zijn jongste pennenvrucht 'De Ongewisse Tijd' bewijst Pos opnieuw dat het Caribisch gebied een vruchtbare voedingsbodem is. Het boek bevat een reeks verhalen waarin mysterie en geschiedenis als telkens terugkerende thema's de boventoon voeren. Pos schetst een pakkend beeld van de Caribische regio en haar bewoners, waarbij hij de macht van de verbeelding laat concurreren met de onmacht van het geheugen. De vertellingen zijn doordesemd van kleurrijke herinneringen en evenzo kleurrijke gevolgen. Verrassende wendingen liggen voortdurend op de loer, en de lezer stuit als vanzelf op de steeds wisselende perspectieven van de diverse personages. In Pos' bespiegelingen heeft de geschiedenis soms naam en toenaam, dan weer is ze klein of anoniem. De aanleiding wordt gevormd door een reis of een boek, of ook, zoals in 'Lucretia', een overlijdensbericht in de krant.
In de petite histoire 'La Belle Creole' vestigt de schrijver de aandacht van de lezer op Josephine van Martinique, de vrouw die ooit de echtgenote van Napoleon Bonaparte en keizerin van de Fransen werd. ,,Daar sta ik dan, meegenomen door een stel jonge vrienden op een autorit langs de kust van Martinique, aan de voet van de vulkaan Mont Pelée. Het is de vulkaan die in 1902 tot uitbarsting kwam en de totale bevolking van de stad Saint-Pierre met haar 35 000 inwoners onder zijn lavastroom heeft bedolven. Toch voelde ik mij niet op vreemd terrein, want een van mijn favoriete journalisten-schrijvers Lafcadio Hearn heeft zo omstreeks 1890 twee jaar in Saint-Pierre gewoond en heeft er een genotvolle tijd beleefd. Zijn bewondering voor de vrouwen van het eiland is me altijd bijgebleven.''
Pos' bewondering strekt zich ook uit tot het standbeeld van Josephine de Beauharnais, keizerin van de Fransen, de ex-vrouw van Napoleon Bonaparte. Zij, la belle creole, werd op 1763 in Martinique geboren, als oudste van drie dochters: ,,Ik vermeld dit hoogst onbelangrijke feit alleen maar, omdat juist dit beeld, waarvan een tijdje geleden het hoofd werd afgeslagen, de controverse tussen blank en zwart en alles wat daartussen zit, heeft aangewakkerd.''
Pos' verteltrant staat garant voor tegenstrijdigheden. Al schrijvende probeert de schrijver zich een gebeurtenis helder voor de geest te halen. Zo vertelt hij in 'De tranen van Joop den Uyl' op dramatische wijze over de decembermoorden van 1982 in Paramaribo. Journalist en dichter Jozef Slagveer was een van de slachtoffers. Pos heeft getracht de beschrijving van Slagveers ondergang een sobere, dramatische vorm te geven. In die opzet is hij geslaagd. ,,Slagveer verschijnt voor de Surinaamse tv en legt een bekentenis af. Zijn gezicht ziet er gezwollen uit, zijn bril hangt scheef. Als het toneel donker is, hoort men de stem van Slagveer, die het laatste couplet van zijn gedicht voordraagt.
Hier wil ik sterven
Met erebogen
Van kokospalmen
Dit is mijn land
Mijn eigen land
Niemand die me
Dit ontnemen kan.''
'De tranen van Joop den Uyl' is volgens Pos niet als drama bedoeld, maar eerder als een kunstzinnige manier van herdenken, in de vorm van een literair monument. De foto op het boekomslag is voorzien van de tekst 'Bienvenue au Suriname'. Volgens Pos valt die filosofisch te verklaren: ,,Dit boek is uitgekomen aan de vooravond van mijn 86ste levensjaar. Op een gegeven ogenblik schrijf je, de tegenwoordige tijd is nu. Wat ik me herinner en hetgeen me voor ogen staat, is dit moment. En wat eraan voorafgaat, is een jarenlang bedolven verleden. Dat rakel ik op. Ik schrijf natuurlijk niet uitsluitend over Suriname. Ik merk wel dat ik voortdurend terugval op mijn geboorteland. Dat is immers de oorsprong, het vruchtbaarheidsbeginsel. Ook al leef ik al meer dan een kwart eeuw in de diaspora, ik kan me geen leven voorstellen waarbij Suriname niet aan te pas zou komen. Ik beland ook steeds meer bij mezelf. En uiteindelijk vanzelfsprekend bij de dood.''
Intussen schrijft de nestor van de Surinaamse letteren onverdroten door.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.