*

 

Moeilijke mannen bestaan niet

TONJA KIVITS − 22/01/00, 00:00

recensie Mannen zijn moeilijke en lastige wezens, in de ogen van vrouwen. En mannen vinden vrouwen maar ondoorgrondelijk en onvoorspelbaar. Toch zoeken ze elkaar steevast op om hun leven in liefde en geluk -,,tot de dood ons scheidt''- te delen. Soms neemt deze trouw onbegrijpelijke vormen aan. Want meer dan eens komt het voor dat vrouwen, zelfs al is hun huwelijksleven een hel, toch niet hun koffers pakken, en blijven.

De Engelse psychologe Arabella Melville praat uit eigen ervaring. Haar man Colin, een filosoof, is een buitengewoon moeilijk man. Toch zal Melville hem, zo vertrouwt ze ons in 'Moeilijke Mannen. Strategieën voor vrouwen die ervoor kiezen te blijven' toe, nooit verlaten. Dat hoeft ook niet, want tegenwoordig weet ze hoe ze met hem moet omgaan. Deze wijsheid wil ze nu aan alle vrouwen die leven met mannen wier handjes wat loszitten, overbrengen. Vrouwen hebben nooit geleerd om met geweld om te gaan, voert Melville aan. Weggaan of blijven verandert niets. Kijk maar naar de overvolle 'Blijf-van-mijn-lijf-huizen'. De spiraal van geweld is zeer moeilijk te doorbreken. En meer dan eens verruilen vrouwen de ene partner die hen mishandelt voor de andere, die het mogelijk nog bonter maakt.

Vergeefs had Melville ooit aangedrongen dat haar man hulp zou zoeken. Een omslag bereikte ze toen ze besefte dat ze hem niet kon veranderen. Daarom veranderde ze zelf maar, want was ze niet voor het overgrote deel debet aan zijn agressieve uitbarstingen? Zij gedroeg zich immers als een angstig, schichtig kind dat machteloos naar haar agressor opkeek. Geheel in de lijn van de cognitieve gedragstherapie beschouwt zij hulpeloosheid als aangeleerd gedrag, dat kan worden afgeleerd. Hoe Melville zich kon ontdoen van haar slachtofferrol leerde ze uiteindelijk van haar kippen en eenden op haar boerderijtje in Wales. Die lieten zich immers niet door hun tegenstanders, hoe groot en imposant die ook waren, onderwerpen en intimideren. De sleutel tot succes, aldus Melville, is het hoofd koel houden en kalm blijven. Het feminisme heeft dan misschien wel wat goeds voor vrouwen opgeleverd, betoogt ze, maar mannen zijn er niet door veranderd. Als we afgaan op de verhalen van de vrouwen die ze in haar boek opvoert, is het inderdaad treurig gesteld met de meeste mannen. Praten doen ze niet, emoties tonen hó maar, en begrippen als tederheid en houden van vrouw en kinderen zijn aan hen niet besteed. In Melville's boek komen de vrouwen van dergelijke mannen uitgebreid aan bod, zoals bijvoorbeeld de vrouw van een agressieve man, die zegt dat ze onvoorwaardelijk van hem houdt, ook al zou hij de ergste misdaden begaan. Hij is immers ziek en onbehandelbaar. Toch zoekt het paar hulp bij een therapeut, en komt het met hen, zo vindt Melville althans, nog allemaal goed. Ook Tessa vindt het 'geluk'. Haar man is kunstschilder, maar verruilt onophoudelijk het penseel voor het bed. Tessa lijdt in stilte, maar ach, Picasso was ook geen heilige boon, zo houdt ze zichzelf voor. Pas als ze vriendschap sluit met de minnares van haar man, en zijn amoureuze escapades accepteert, keert het tij. Tessa's man voelt zich in de zevende hemel en schildert nu zowel zijn minnares als zijn vrouw. Het relaas van de bloedmooie Chrissie is zo mogeli

jk nog triester. Na eerst haar liefde te hebben geschonken aan een muzikant die travestiet bleek te zijn en ten slotte aan een overdosis drugs overleed, deelt ze nu opnieuw huis en haard met een drugsverslaafde die haar beliegt en bedriegt. Over de toekomst denkt ze, wijselijk, maar niet na, ook al wil ze de man van de ondergang redden.

Melville heeft een ouderwets provocerend boek geschreven. Vrouwen zijn goed en mannen zijn slecht, doceert ze in haar inleiding, en ze is zich van deze simplistische seksistische stellingname heel goed bewust. Op zich is daar niets mis mee. Het doet wel amusant aan, ware het niet dat hier een afschuwelijke adder onder het gras verborgen zit. Vrouwen dienen wederom de hand in eigen boezem te steken. Zij zijn het die moeten veranderen, hopende dat hun mannen er een graantje van oppikken. De mannen zelf staan niet ter discussie. Dat ze gewelddadig, oversekst, verslaafd of noem maar op zijn, valt hen, volgens Melville, niet aan te rekenen. Het zit immers in de genen. Vrouwen provoceren hen, halen het slechtste bij hen naar boven. Nog bouder gezegd, mannen zijn niet moeilijk, maar vrouwen vinden hen moeilijk. Tja, en om dan een lijstje met goede aanwijzingen achter in het boek op te nemen om vrouwen te leren met 'zieke mannen' om te gaan, getuigt van weinig vernieuwingsdrang en psychologisch inzicht. Of gaat het hier gewoon om een goeie grap?

mailIcon print |