recensie Men zou de jonge Joegoslavische schrijver Borislav Cicovacki (1966) – hij woont sinds 1991 in Amsterdam – in zekere zin een nazaat van Aleksander Tisma en Danilo Kis kunnen noemen. Net als zijn illustere landgenoten is Cicovacki afkomstig uit Vojvodina, het gebied tussen Belgrado en de Hongaarse grens, en ook bij hem staat het moeizame samenleven van de diverse bevolkingsgroepen op de noordelijke Balkan centraal.
'Bijdragen tot een klein geografisch leesboek', luidt de ondertitel van Cicovacki's debuut 'In oude tijden heette dit land Haemus', waarin hij schrijft over jonge mensen, twintigers en dertigers vooral, die te kampen hebben met de gevolgen van recente Joegoslavische oorlogen. De broers Ivan en Stevan bijvoorbeeld, afkomstig uit Servië, zijn na hun studie in het Kroatische Zagreb eind jaren tachtig – toen alles nog pais en vree leek – ongewild in tegengestelde militaire kampen beland, omdat de een naar Vojvodina verhuisde en de ander in Kroatië bleef wonen. In sommige verhalen contrasteert Cicovacki de idealistische wereld van studenten of kunstenaars met de oorlogshandelingen. "Haar sprookjesachtige wereld werd aangevreten door het zweterige zuur van de Balkenhel", heet het over de jonge musikante Galja die in het bezit is van een kostbaar spinet. Na een verhuizing moet ze afstand doen van haar lievelingsinstrument. Andere verhalen gaan over uitgeweken Joegoslaven. Igor bijvoorbeeld woont al zes jaar in Londen, maar hij is tijdelijk teruggekeerd en vertelt in een lange brief hoezeer zijn vaderland is veranderd. Te midden van de 'genetisch bepaalde Balkendomheid' voelt hij zich niet meer thuis. Cicovacki heeft duidelijk plezier in het schrijven en hij wisselt behendig tussen diverse stijlen (bargoens naast verheven taal). Ook de vorm van de verhalen varieert hij vakkundig; één vertelling bestaat volledig uit flarden van telefoongesprekken. Zijn debuut is onmiskenbaar een proeve van talent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.