recensie Met een reisbeurs van het Fonds voor de Letteren ging Henny Fortuin 1954) naar het regenachtige Ierland, waar ze zich liet inspireren tot het magische verhaal 'De reis van de dwerg'. Het had ook 'Mirda, kind van de voorspelling' kunnen heten, of 'Birõg, weefster van verhalen'.
Veel titels waren mogelijk, zoveel lijnen heeft het verhaal. Ze leiden allemaal tot dat ene doel: de voorspelling dat het derde kind zal heersen over het Heemland, moet uitkomen.
Waarom moet die voorspelling zo nodig uitkomen? Ach, zie het als een tijdverdrijf van heksen en tovenaars. Een van de personages, de minstreel, zegt het als volgt: ,,Soms weten we zelf niet wie onze bondgenoten en wie onze tegenstanders zijn. Het houdt het spannend. Voor ons is het leven hier een spelletje. We winnen of verliezen en beginnen een volgend spelletje.' Een voorspelling doen en daarna laten uitkomen, is zo'n spel.
Voor hen die magische krachten hebben, is het óók riskant en gevaarlijk, maar toch vooral spannend. Voor stervelingen kan het echter betekenen dat hun leven wordt opgeofferd. Wie sterft, wie leeft -het maakt de slechterik weinig uit, zolang hij maar aan de winnende hand is. En stervelingen maar denken dat het 't leven is, het toeval, het lot dat hen in bepaalde richtingen duwt...
De roerige tijden beginnen wanneer Bodb Derg, de oude koning van het Heemland, overlijdt. Voor zijn sterven spreekt hij uit dat zijn oudste zoon hem niet zal opvolgen. In plaats daarvan krijgen zijn drie kinderen een even groot stuk grond. Het Heemland bestaat voortaan uit het Oostland, het Westland en de Zuiderstaten. ,,Een van jullie zal drie kinderen krijgen', voorspelt de koning. Het derde kind wordt de nieuwe koning van het gehele Heemland.
Het is te ingewikkeld om in enkele alinea's te worden naverteld. Er is het verhaal van de moeder die haar ongeboren zoon in een meisje laat veranderen door de heks Mistral, die in ruil daarvoor het hart van de vrouw opeist. Er is Fianna, de oudste dochter, die ziek van jaloezie raakt omdat niet zij zal heersen, maar de nieuwe baby.
Er is Leonard, de vader, die niet kan verkroppen dat zijn derde kind geen jongen is en dus geen koning kan worden. Er is Mirda, het kind van de voorspelling, die door haar vader en zussen Maandag wordt genoemd, opdat ze voor altijd herinnert aan de ongeluksdag waarop ze werd geboren. En er zijn nog vijfmaal zoveel personages...
Het verhaal wordt verteld in vier delen, steeds door iemand anders. De dwerg Bann vertelt het eerste deel: de geschiedenis van de voorspelling en de geboorte van Mirda. Spinnenvrouw Birõg vertelt deel twee, waarin Mirda opgroeit en voorbereidingen worden getroffen voor de toekomst -voor als de voorspelling is uitgekomen. Mistral, heks van de mist, laat weten hoe tovenaar Croch aan de macht probeert te komen. Tot slot mag minstreel Oisin verklappen hoe Croch te grazen wordt genomen, hoe de voorspelling nu toch uitkomt en Mirda koningin wordt van het Heemland.
Iedere verteller is deelnemer aan de wedstrijd', zo blijkt. Ze hebben allemaal een kracht waardoor ze stervelingen als pion kunnen gebruiken. En ze zitten alle vier in hetzelfde team: tegen Croch, voor Birõg.
Door hun gaven kunnen ze bovendien zien wat er gebeurt op plaatsen waar ze niet aanwezig zijn: de dwerg luistert naar de wind, Birõg hoort het van haar spinnen, Mistral is als de mist en komt in die hoedanigheid overal, Oisin leest het in de gedachten van zijn toehoorders. Zo is het alsof je door een raam meekijkt naar het verloop van het verhaal. Vanaf veilige afstand kijk je naar een magische, boeiende film. Werkelijk angstig of beklemmend wordt het voor de lezer nooit.
De reis van de dwerg' is alweer het vijfde boek van Fortuin. Wellicht levert het haar meer bekendheid op, ze heeft het zeker verdiend. Niet alleen vanwege de verhaallijnen die ze als een ingewikkelde puzzel in elkaar laat vallen. Dat is echt ongelooflijk knap: met zoveel personages en zo'n lang tijdsverloop toch alles soepeltjes naar het gewenste einde leiden.
Maar ze verdient ook waardering, en vooral, omdat ze kraak- en kraakhelder blijft. In haar taalgebruik, haar inhoud met alle wendingen en verrassingen, haar sfeertekeningen. Paul Biegel bijvoorbeeld veroorlooft zich zinnen van desnoods zes regels en moeilijke, volwassen woorden als die de juiste sfeer neerzetten -hoe geweldig het resultaat ook is. Maar Fontein creëert haar even mooie, magische sferen met simpele, gewone woorden in korte, leesbare zinnen.
Zie hoe het een tovenaar en zijn leerling vergaat, twee pionnen, als ze het kasteel van de enge Croch naderen: ,,Ze hebben hun warme tovenaarsmantels thuisgelaten en lopen te bibberen van kou in dunne floddermanteltjes. De wind blaast er dwars doorheen. Het is geen gewoon fris windje. Het is de koude wind van angst en beklemming. Het is de ijzeren greep waarin Croch de Bovenlanden en de Zuiderstaten houdt en het harteloze bewind van Fianna. Het is de wind van spionnen en verraad, die ieders gedachte, ieders hoop of stil verlangen blootlegt en afstraft.'
'De reis van de dwerg' is zonder twijfel een echte aanrader. Het is werkelijk heel, heel knap.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.