recensie Als er naar analogie van de 'great American novel' zoiets als een grote Zuid-Afrikaanse roman bestaat, dan wordt die geschreven door Nadine Gordimer (1923) en J.M. Coetzee (1940). Hun werk lijkt nu en dan gelijk op te gaan. Beiden hebben grote romans met een bijna apocalyptische thematiek op hun naam staan.
Begin jaren tachtig, op een dieptepunt in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis, schreef Gordimer 'July's People' ('July's mensen') en Coetzee het onvergetelijke 'Life and Times of Michael K.' ('Leven en werken van Michael K.'). Als antwoord op het niets en niemand ontziende geweld in het 'nieuwe' Zuid-Afrika schreef Gordimer de roman 'The House Gun' ('Het Huiswapen') en onlangs verscheen van Coetzee 'Disgrace' (vertaald als 'In ongenade').
Het verhaal, dat duidelijk geënt is op de actuele situatie in Zuid-Afrika, is gauw verteld; de morele implicaties van dit onthutsende boek, deze genadeloze spiegel, laten de lezer niet meer los. David Lurie, tweeënvijftig jaar en tweemaal gescheiden, doceert aan de Kaapse technische hogeschool, waar een groot aantal bezuinigingen wordt doorgevoerd. Als academicus is Lurie volslagen gedesillusioneerd, en hij verbaast zich allang niet meer over de omvang van de onwetendheid van zijn studenten. De wereld van de literatuur biedt enig soelaas: hij stort zich op de romantici, vooral Byron.
Deze David Lurie, rokkenjager en gepokt en gemazeld in het 'oude' Zuid-Afrika, begint een even kortstondige als fatale verhouding met een studente, Melanie Isaacs. Wanneer een van haar vriendjes daar achter komt, breekt de hel los. Zijn auto wordt vernield, en hij wordt aangeklaagd door een soort universitaire inquisitie, bekent schuld, maar weigert door het stof te gaan.
Na zijn vernederende ontslag vertrekt hij naar het platteland, waar zijn (lesbische) dochter Lucy woont. Hij gaat als vrijwilliger werken in een dierenkliniek. Op een kwade dag komen er drie zwarte mannen naar de boerderij, Lucy en hij worden aangevallen, en Lucy wordt door de mannen verkracht. Ze weigert aangifte te doen. Dan dringen de barre Zuid-Afrikaanse misdaadcijfers door de bladzijden heen en Lurie denkt: ,,Het gebeurt elke dag, elk uur, elke minuut, in alle delen van het land. Prijs jezelf gelukkig dat je er levend vanaf bent gekomen'.
Lurie weet wat er aan het geweld dat zijn leven zo bruut binnenkomt ten grondslag ligt: ,,Het is gevaarlijk om iets te bezitten: een auto, een paar schoenen, een pakje sigaretten. Niet genoeg in omloop, niet genoeg auto's, schoenen, sigaretten. Te veel mensen, te weinig dingen'. Terwijl Lurie met zijn normen en waarden nog helemaal in het oude Zuid-Afrika zit, is Lucy, die een abortus weigert, een kind van haar tijd. En een kind van het nieuwe Zuid-Afrika: ze heeft veel beter begrip voor de nieuwe situatie in het land, weet dat ze niet kan parasiteren, maar dat ze zich een plaats moet verwerven, als blanke haar plaats in het nieuwe Zuid-Afrika moet verdienen.
Dat weet ook haar zwarte buurman en voormalige knecht, Petrus, die als calculerende burger aast op haar land. Hij is -gezien het feit dat ze in verwachting is- zelfs bereid haar tot vrouw te nemen, omdat het hier te gevaarlijk is. Een vrouw moet trouwen, maar dan moet ze wel haar land opgeven. Lucy is bereid het van hem te pachten. Bijwoner te worden. Voor Lurie is dat onaanvaardbaar en vernederend. Maar Lucy houdt voet bij stuk: ,,Ja, ik ben het met je eens, het is vernederend. Maar misschien is het een goed vertrekpunt. Misschien moet ik dat leren aanvaarden. Om van de grond af aan te beginnen. Met niets. Niet: met niets, behalve. Met niets; zonder troeven, zonder wapens, zonder eigendom, zonder rechten, zonder waardigheid.'
,,Als een hond', voegt ze eraan toe, verwijzend naar haar kennel en naar het werk dat Lurie als vrijwilliger verricht in de dierenkliniek. De schande (want dat is de eerste betekenis van 'disgrace') is compleet. Na in ongenade te zijn gevallen als academicus, blijkt Lurie niet in staat zijn bloedeigen dochter te beschermen, die op haar beurt niets wil weten van de platgetreden paden van zijn oude Zuid-Afrika: een aanklacht indienen en de (zwarte) daders hun gerechte straf laten krijgen.
Maar binnen de wereld die Coetzee schetst, telt een mensenleven niet, en een dierenleven evenmin: als assistent in de zieltogende dierenkliniek helpt Lurie bij het ombrengen van menige hond. En binnen deze context vallen dan ook de woorden 'lösen' en 'Lösung', alsof het om een klinische slachting ging, en de honden een metafoor zijn voor alles wat zwijgend lijdt.
En wat wordt er van hem? ,,Een begrafenisondernemer voor honden; een stervensbegeleider voor honden; een harijan', de laagste der mensen, van de kaste van de onaanraakbaren. De kloof tussen het oude en het nieuwe wordt prachtig verwoord wanneer Lurie zegt: ,,Ik weet niet meer waar het om draait. Tussen Lucy's en mijn generatie schijnt een doek gevallen te zijn. Ik heb niet eens gemerkt wanneer het is gevallen'.
Lurie neemt genoegen met het minimale: een nieuwe verstandhouding met Lucy, een nieuw begin. Hij verlegt zijn aandacht helemaal naar de 'Lösungen' in de kliniek en voortaan zal hij ze, de zieke honden en katten, zonder moeite iets kunnen meegeven dat hij bij de naam kan noemen: liefde.
Ik ben het met Bas Heijne eens, die in 'Zeeman met boeken' zei te vinden dat dit boek erg dicht in de buurt komt van het predikaat 'meesterwerk'. Persoonlijk acht ik die kwalificatie zonder meer van toepassing op 'Leven en werken van Michael K.' en 'IJzertijd'. Dat Coetzee als enige schrijver twee keer de Booker Prize heeft gekregen (voor 'Michael K.' en voor 'Disgrace'), blijkt al dat hij een groot schrijver is.
En opnieuw wordt aangetoond dat Zuid-Afrikaanse schrijvers nu de apartheid lijkt verdwenen niet met de armen over elkaar hoeven te gaan zitten. ,,Het heden is een gevaarlijke plek om te leven,' schreef een (zwarte) Zuid-Afrikaanse dichter ergens in het oude Zuid-Afrika. Zijn woorden blijven waar, ook in het nieuwe.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.