opinie 'Life could be a dream' stond er op de sneeuwvlokken die bij de laatste voorstelling van NDT1 op het publiek neerdwarrelden. Het grapje werd door de Zweedse danser en choreograaf Johan Inger ter harte genomen. Hij durfde een droom te verwezenlijken door zich voor NDT2 aan het eerste deel van Stravinsky's Sacre du printemps te wagen.
Maar Inger deed meer. In zijn 'Dreamplay' -live begeleid door het Nederlands Balletorkest- beroept hij zich op de roemruchte Amerikaanse mytholoog Joseph Campbell: ,,een mythe is een publieke droom, een droom is een privé-mythe''.
'Dreamplay' een voltreffer. Nog voor de beroemde klarinet inzet ter aankondiging van de lente suggereren oerwoudgeluiden een betoverende natuurwereld. Een kokette dame in rood dribbelt voorbij, waarop een jongeman zijn hoge rode puntmuts verliest en voorover stort. De verwijzing naar Roodkapje lijkt alle droomuitleggers op de hak te nemen, maar zodra de klarinet opstijgt wordt het menens.
De lokroep van de lente laat Miguel Oliveira, de hoofdpersoon, over zijn hele lichaam trillen. Samen met drie lotgenoten transformeert hij in een stampend en maaiend kwartet van zwartgerokte en -gesokte krijgers.
Twee vrouwen betreden hun grond en direct is duidelijk dat zij allebei om de gunst van uitverkorenschap dingen. De gunstverlening aan de een is de afgunst van de ander. Al wordt deze droom als een spel gepresenteerd, de nachtmerrie neemt de vorm aan van natuurgeweld.
Door krachten buiten hem om moet de man in tweestrijd de opoffering van zijn geliefde ondergaan. Het oergeweld wordt door een naar voren glijdende plankier geaccentueerd. Het ruwe hout schermt de jonge danser en de krijsende vrouw, Sawako Iseki, af van elk contact met de anderen.
Maar de schutting voorkomt niet dat Iseki daarachter verdwijnt. In haar plaats treedt afgunst verleidelijk naar voren. Het houten plankier wordt zelfs een schavot, waarop de vier beulen het doodsvonnis moeten voltrekken. De radeloze Oliveira weet de verdoemde Iseki nog eenmaal met een sterke theatrale vondst vanonder de planken tevoorschijn te halen, maar allen worden door een hard schot overrompeld.
Niet hij of zijn maten zijn dodelijk getroffen, maar de jonge vrouw. Dromen zijn bedrog, maar als ik wakker word lig jij er nog? Inger is zo wijs met het kostuumgrapje uit het begin af te sluiten. De rode puntmuts keert weer op het hoofd van de dromer terug en de vrouw in het rood loopt nog even parmantig voorbij.
In hoeverre was deze droom een verkapte doodsangst of -wens? Hoe waarheid en wens zich hier ook verhouden, dit liefdesdrama is niet aan Stravinsky opgeofferd. Inger blijft het ritmische geweld choreografisch de baas. Hoe de zes NDT2-dansers deze psycho-symboliek zo overtuigend weten te vertolken is een droom op zich.
Even overrompelend, maar dan vooral door de overdosis aan rusteloosheid, is de tweede première van dit programma. Ook 'Animal Trigger' van de Italiaan Jacopo Godani op muziek van Diego Dall'Osto verwijst naar dierlijke krachten waarmee dansers zich naar hun keurslijvende lichaam moeten schikken. Godani, afkomstig uit de school van Forsythe, laat daartoe elf dansers als een menselijke klomp klei aantreden. Aanvankelijk werkt dat begeesterend. Ledematen lijken in de snerpende, ciselerende klanken te vervloeien en zij maken daarbij dankbaar gebruik van Balanchine's voorbeeldige kruip en sluipkunst. Maar in Godani's dansatelier beklijft niets. Zelfs het lange slotduet zakt als een soufflĂ© in elkaar. Dit ballet van ruim een halfuur mist een schaar. Het overhalen van de danstrekker leidt tot een vuurzee van losse flodders. Niemand is geraakt en een spoor van lege hulzen blijft achter
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.