*

 

Rainer zoekt in zijn werk dialoog met geschiedenis

Robbert Roos − 02/02/00, 00:00

De meeste kunstenaars die een catalogus signeren, zoeken een leeg voorblad op, schrijven een boodschap en zetten dan hun handtekening. De Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer (1929) niet. Hij gaat naar het titelblad en signeert dwars door zijn geprinte naam heen. Het is zijn werk in een notendop: met een intense tekenbeweging reageren op bestaande voorstellingen. ,,Het overschilderen van mij is geen respectloosheid of agressie. Integendeel. Ik overschilder alleen dat wat ik liefheb.''

Hoe veelzijdig de motieven zijn die Rainer liefheeft, is te zien op een grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum. De expositie valt in een aantal delen uiteen: schilderijen, overtekeningen van eigengemaakte foto's en overschilderingen van gravures. Waar Rainer op reageert, varieert van zelfportretten in excentrieke houdingen, dodenmaskers en zelfportretten van Rembrandt, tot de Christusfiguur, scènes uit Shakespeare's toneelstukken en landschappen.

Rainer: ,,Ik ben een dialoog-kunstenaar. Zoals een realist de dialoog met de natuur zoekt, zoek ik de dialoog met de kunst- en cultuurgeschiedenis. De overschilderingen van de Christussen zijn voor mij bijvoorbeeld een uiteenzetting met de vroege Italiaanse kunstenaars, zoals Cimabue. Pas later kreeg ik belangstelling voor de gotiek en dan met name de gotische Christusbeelden en -koppen. Ik fotografeer vaak zelf de onderwerpen die ik wil overschilderen. Op een foto van een driedimensionaal beeld kan je het gezicht beter naar voren laten komen.''

,,Mijn beleving van het geloof loopt via de kunst. Ik heb daarom ook helemaal niets met het boeddhisme, omdat het geen schilderkunst kent. Er zijn wel boeddhistische beelden, maar die missen de persoonlijke signatuur van de maker. Toen ik de Christustekeningen net maakte, werd ik er wel van beschuldigd blasfemisch te zijn. Inmiddels is iedereen overtuigd van de waarde van het werk. Ik heb veel respect voor religie. Ik bespot haar niet. Ik ben alleen niet op een bewuste manier met Christus als religieus fenomeen bezig. Ik reageer vooral op de fysionomie van het lijden. Dat fascineert me. Zo kan ik niets met de opstanding. Het is me te zwaar. Al dat licht, dat luminisme. Recentelijk heb ik wel een oecumenische bijbel geïllustreerd.''

Rainers fascinatie voor het lijden past bij de melancholische, soms claustrofobische sfeer in zijn werk. De kleur zwart is prominent aanwezig, zowel in de overschilderingen op schilderijen als in de overtekende foto's, waarin de heftigheid van de beweging fysiek wordt gemaakt in dikke zwarte krassen. Die melancholische ondertoon erkent Rainer meteen. ,,Je moet dat echter niet verwarren met depressie. Het is een melancholie die je kunt vergelijken met het gevoel dat de Duitse romantici oproepen. Het werk van Casper David Friedrich bijvoorbeeld. Maar ook Victor Hugo en de Franse schilder Claude Lorrain. Ik kan een melancholisch mens zijn wanneer ik alleen ben, maar ik probeer dat te compenseren met clownerie.''

Die clownerie kwam al vroeg in Rainers carrière aan de oppervlakte in een serie zelfportretten die hij aan het begin van de jaren zeventig maakte. De zwart-wit-foto's zijn schimmig en vaak onscherp, maar het ging Rainer om de expressie van het gezicht en het lichaam. Met de ruwe overtekeningen accentueerde hij die expressie of gaf er nog meer dynamiek aan. ,,Na zeven jaar kon ik mezelf niet meer zien. Ik zocht daarom naar een contrast, iets dat niet nerveus was, waarin geen clownerie zat en kwam uit bij dodenmaskers. Die hebben een rustige gezichtsuitdrukking, zijn ontspannen. Ik kon bij toeval bij een belangrijke verzameling dodenmaskers in het Historisch Museum in Wenen komen. Die fotografeerde ik, waarbij ik met de lens heel dicht op de maskers ging zitten. Bij het overtekenen reageerde ik primair op de fysionomie van de dode gezichten, maar als ik daar geen aansluiting bij vond, probeerde ik ze een metaforische lading mee te geven. Ik wilde weliswaar rustige gezichten, maar ze moesten wel getekend zijn door de Todeskrankheit. Want de serie gaat uiteindelijk over de sterfelijkheid van de mens.''

Van een andere orde is de Shakespeare-serie, een reeks overschilderingen van gravures met scènes uit toneelstukken van de Engelse schrijver. ,,De serie is ontstaan vanuit mijn interesse voor het theater, waarin mimiek een grote rol speelt. In feite waren mijn zelfportretten met grimassen ook een vorm van 'autotheater'.''

,,Ik wilde de Shakespeare-scènes met mijn overschilderingen levendiger maken. Ik reageerde direct op wat ik in de bladen zag, niet op de inhoud van het toneelstuk. Je kunt inderdaad zeggen dat ik de voorstellingen heb ingepakt in mijn eigen wereld. Dit is echter een andere wereld dan de droombeelden die later zijn ontstaan bij het overschilderen van landschapsfoto's. In de Shakespeare-werken zit geen perspectief, in de landschappen wel. Sinds een paar jaar woon ik in de winter op Tenerife en ik ben gefascineerd geraakt door de uitzichten over zee, met die lage horizonten. Recentelijk ben ik daarom begonnen met een reeks tekeningen gebaseerd op werken van Ruysdael.''

Rainer geldt als een van de belangrijkste hedendaagse Oostenrijkse kunstenaars. Zijn action Malerei staat model voor een prominent genre binnen de Oostenrijkse kunst. Ook het performance-werk van Hermann Nitsch en Otto Muhl past in die traditie. Rainer: ,,Met Nitsch ben ik goede vrienden. Met Muhl kon ik ook goed opschieten, maar toen hij de commune begon, ben ik afgehaakt. Het is een jongere generatie. Mijn invloed op hen is indirect. Ik heb ze vooral gestimuleerd. Ik heb wel les gegeven, maar dat is gestopt na een voorval in mijn atelier, een jaar of vijf geleden. Studenten van de academie hebben toen ingebroken in mijn atelier en 35 schilderijen vernield. Het was hun versie van het bewerken van bestaand werk. De helft van de werken kon gerestaureerd worden, maar de rest was verwoest. Dat is een heel ingrijpende ervaring geweest en het betekende het einde van mijn docentschap.''

mailIcon print |