*

 

Muhammed Ali als symbool van de rebelse jaren zestig

Maarten Roest − 29/01/00, 00:00

recensie Volgens de Ameriaanse journalist David Remnick heeft het boksen zijn langste tijd gehad. Hij lijkt daar niet rouwig om, want ,,een sport die erop gericht is de hersens te raken (is) uiteindelijk onverdedigbaar''.

Waarom, vraag je je af, heeft Remnick dan de moeite genomen om een lijvig boek te schrijven over een van de grootste beoefenaars van de bokssport, Muhammed Ali? Vooral als je bedenkt dat hij zijn oordeel pas op het einde velt en zich tot dan heeft laten zien als verslaggever die op een even zakelijke als onderhoudende wijze verslag doet van de loopbaan van Ali. Ondanks de ietwat misleidende ondertitel 'Muhammed Ali, een heldenleven' in de Nederlandse vertaling, gaat het boek niet over Ali's hele leven, maar over diens ,,eerste carrière'', die ophield met zijn dienstweigering in 1967. Het is zeker het meest interessante deel van Ali's leven als bokser, hoewel latere hoogtepunten, zoals de gevechten tegen George Foreman en Joe Frazier, ontbreken. Je hoopt dat Remnick zich daar nog eens toe zet, want juist in het beschrijven van een wedstrijd toont hij zijn kwaliteiten. Een hoogtepunt vormt zijn weergave van Ali's treffen met Sonny Liston in 1964, dat hem voor het eerst de wereldtitel opleverde. Minutieus beschrijft Remnick de voorbereidingen, vervolgens laat hij je de zeven ronden die het gevecht duurde meebeleven alsof je erbij zit, om uiteindelijk een gedetailleerd beeld van de nasleep te schetsen. Afgezien van dit gevecht besteedt Remnick veel aandacht aan de voorgeschiedenis, de bokswereld van de jaren vijftig en zestig, om Muhammed Ali neer te zetten als een symbool van zijn rebelse jaren zestig. Ali liet zich niet zoals Liston vangen door de maffia en had er ook geen boodschap aan om voor een 'goede neger' versleten te worden, zoals Listons voorganger Patterson. Uitvoerig gaat het boek in op Ali's radicale opstelling als zwarte, en zijn vriendschap met Malcolm X. 'Koning van de hele wereld' houdt daarmee het midden tussen biografie en geschiedschrijving. Rond Ali, het boksen en het rassenvraagstuk wordt een boeiend stuk Amerika uit de jaren zestig zichtbaar. Remnick schenkt minder aandacht aan de bokser Ali die met zijn revolutionaire stijl op zijn minst zoveel opzien baarde als met zijn politieke stellingname. Ook moet je het doen zonder de hilarische anekdotes over Ali als entertainer, zoals te vinden in 'Ali Bomayé', de twee jaar geleden verschenen bloemlezing van artikelen over het fenomeen. Uit een van de bijdragen aan dat boek blijkt dat de meningen over de oorzaak van Ali's ziekte van Parkinson, volgens Remnick een rechtstreeks gevolg van ,,de sport die erop gericht is de hersenen te raken'', onder specialisten sterk uiteen lopen. Gelukkig wordt Remnick zozeer door zijn onderwerp gefascineerd, dat hij zijn oordeel over boksen niet al te zwaar heeft laten wegen.

mailIcon print |