recensie In de tijd dat ik Engels ging studeren, in de tweede helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw, bestond de Engelstalige literatuur nog uit twee overzichtelijke hoofdstromen: de Britse literatuur en de Amerikaanse literatuur.
Tot de Britse literatuur werd de Ierse gerekend, alsook wat verdwaalde schrijvers uit de voormalige kolonieën, terwijl een Canadese auteur als Margaret Atwood voor Noord-Amerikaans doorging. Maar sinds die tijd is de zaak grondig herverkaveld, of liever, gepreciseerd. Naast Engelse en Noord-Amerikaanse literatuur bestaat er nu onder meer Canadese, Australische, Nieuw-Zeelandse, Afrikaanse, Ierse, en Schotse literatuur die in het Engels geschreven is. In het kielzog van Salman Rushdie wordt nu ook Engelstalige literatuur die haar oorsprong heeft in India, in het Nederlands vertaald. 'Uit de Schaduw' is het debuut van de in Bombay woonachtige Ruchira Mukerjee. De vertelling heeft trekken van een klassieke 'Bildungsroman': een meisje vindt met vallen en opstaan haar weg naar onafhankelijkheid. Megha, dochter uit een gegoed doktersmilieu, is als twaalfjarige diep onder de indruk van haar veel oudere oom Nilu. Immer op zoek naar schoonheid gaat zij Engels studeren, en geeft zij zich over aan de literatuur. Na haar studie kijkt Nilu, inmiddels ongelukkig getrouwd en vader van twee dochters, met andere ogen naar de jonge vrouw die Megha inmiddels is geworden, en oom en nicht beginnen een hartstochtelijke briefwisseling.
Mukerjee wisselt de verhaallijn rond Megha af met hoofdstukken over Damyanti, een vrouw van halverwege de veertig die voortdurend vernederd wordt door haar echtgenoot Beni Madho. Pas onder invloed van de nieuwe huurder, docent geschiedenis aan de universiteit, herwint Damyanti langzamerhand haar zelfrespect, en uiteindelijk komt zij in verzet tegen haar man. Aan het eind van de roman vlecht Mukerjee de verhalen samen. Het tweeluik biedt een dubbelperspectief op vrouwen in een patriarchale samenleving, de één geprivilegieerd maar veronachtzaamd door haar ouders, de ander arm en schijnbaar hopeloos gevangen in een benauwend huwelijk. Mukerjee's roman vormt geen spectaculaire variant op het emancipatieverhaal van twee vrouwen, en de schrijfster slaagt er nog niet altijd in de lezer emoties en gebeurtenissen te laten beleven in plaats van ze te beschrijven. Zo valt het moeilijk Megha's jeugdige fascinatie voor haar oom toe te schrijven aan de verwaarlozing door haar ouders, zoals de roman ons wil doen geloven, want van die verwaarlozing blijkt weinig. Verder worden de verhaallijnen enigszins geforceerd tot een eind gebracht. Op deze momenten staat de auteur niet genoeg boven haar verhaal, en ontbeert ze het raffinement werkelijk te ontroeren. Anderzijds verwoordt Mukerjee wel knap de gevoelens van het jonge meisje voor de aanbeden oom, en verrast ze met aardige zinswendingen en beeldspraken: ,,opnieuw (...) onthulde ze haar diepste gedachten, als een hond die zijn buik toont.'' We zullen moeten afwachten hoe Mukerjee zich verder ontwikkelt.
Ook Jhumpa Lahiri (1967) heeft Indiase roots, maar de personages in haar verhalenbundel 'Een tijdelijk ongemak' wonen in Amerika. Daardoor treedt het spanningsveld tussen de Indiase en Angelsaksische cultuur veel sterker op de voorgrond dan in Mukerjee's roman. In 'Ziekentolk' is een in Amerika wonend Indiaas echtpaar met drie verwende kinderen op vakantie in India. Daar wordt de familie door een taxichauffeur rondgereden langs een aantal toeristische attracties. De taxichauffeur, meneer Kapasi, voelt zich aangetrokken tot de vrouw, en zij doet hem, als haar man en kinderen niet in de buurt zijn, confessies over haar slechte huwelijk. Meneer Kapasi fantaseert over de correspondentie die ze, als zij naar Amerika is teruggekeerd, zullen gaan voeren. Ondanks de gedeelde etnische achtergrond gaapt er een diep gat tussen hen beiden. Het in Amerika gesitueerde 'Als meneer Pirzada kwam eten' thematiseert juist culturele verschillen tussen groeperingen die door de Amerikanen op één hoop gegooid worden, namelijk Indiërs en Pakistanen. Het conflict tussen de twee volkeren, ooit inwoners van één land, wordt voor naar Amerika geëmigreerde Pakistanen en Indiërs gecompliceerd door de omstandigheid dat de Amerikaanse samenleving er hoegenaamd niet in geïnteresseerd is. In zekere zin spreekt uit 'Het derde en laatste continent' hetzelfde sentiment, maar in een minder bittere context. De verwesterde hoofdpersoon woont in bij de bejaarde mevrouw Croft in Boston, en wacht op zijn in India opgegroeide echtgenote. Ze zijn door hun ouders aan elkaar uitgehuwelijkt en kennen elkaar nauwelijks, en het contact verloopt aanvankelijk stroef. Een bezoek van de echtgenoten aan de oude hospita betekent onverwachts een doorbraak in de relatie tussen de echtelieden. Het spanningsveld tussen het willen vasthouden aan tradities van het land van oorsprong en de wenselijkheid van aanpassing aan de cultuur van het nieuwe vaderland worden subtiel verbeeld in 'Het gezegende huis'. De man van een jongg
etrouwd stel houdt vast aan traditionele Hindoestaanse waarden, terwijl zijn vrouw tot zijn afschuw gefascineerd raakt door de christelijke heiligenbeelden die de vorige bewoners in het huis hebben achtergelaten.
De Nederlandse vertaling ontleent de titel van de bundel aan een schrijnend verhaal over twee dertigers, Sjoekoemar en Sjoba, die een kind hebben verloren, en over dit traumatische verlies niet kunnen praten. Pas als door onderhoudswerkzaamheden een aantal avonden het licht niet werkt, en ze bij kaarslicht lang verzwegen geheimen aan elkaar opbiechten, lijkt de impasse doorbroken te kunnen worden. Maar wat gezegd is, kan nimmer meer ongezegd worden: ,,Ze huilden samen om de dingen die ze nu wisten.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.