*

 

'En alles zonder romp de zee insmijten'

Hans Oranje − 07/02/00, 00:00

opinie Ramsey Nasr is een dichter, die in het dagelijkse leven ook acteur is, en wel bij Het Zuidelijk Toneel. Zijn debuut is door Thomas Rap uitgegeven: '27 Gedichten en Geen Lied'. Dat laatste gedicht, 'Geen lied', vormt de tekst van de gelijknamige voorstelling waarmee de dichter op dit ogenblik een kleine tournee door Nederland en België maakt.

'Geen lied' is een ruim uitgevallen klaagzang, een eposje van bijna duizend verzen. De ik-persoon is, zo blijkt uit zijn attributen en de beelden die hij oproept, nauw verbonden met de zanger Orpheus uit de Griekse mythologie, die met zijn betoverende zang de goden van de onderwereld bewoog hem toe te staan zijn gestorven geliefde, Eurydice, terug te voeren naar het rijk der levenden. Omdat hij naar haar omkeek voordat ze de Hades hadden verlaten, verloor hij haar voor de tweede keer.

'Het klagen is begonnen'. Zo begint Nasr zijn gedicht: het is het moment waarop hij zijn geliefde opnieuw verloren heeft. Hij heeft zijn lier weggesmeten, en aan het slot wacht hij, de 'half-begaafde zanger', op de kinderen die hem komen verscheuren, zoals Orpheus door de maenaden aan stukken werd gereten. Nasr schrijft een sterk ritmische tekst van min of meer even lange vijfjambige verzen. Binnen deze strakke vorm roept hij met een enorme kracht geweld en sensualiteit op: het verlangen naar zijn geliefde drukt hij zo intens met gezichtsuitdrukking en woorden uit, dat het bijna pijn doet; de gewelddadigheid van de Orpheus-mythe slaat door het hele gedicht heen.

Het fatale moment van omkijken is hier geworden tot het moment waarop Orpheus, 'gekomen om de dood kapot te maken', het meisje dwingt zelf om te kijken. Er volgt dan een catalogus van gestorven meisjes die de onderwereld bewonen, vaak lachend, maar verstild in de gruwelijke details waarin ze aan hun eind kwamen: 'Eén lacht. Haar hoofd ligt als een hoed op straat', of: 'Eén zit met zeven gaten op de schommel'.

Het gedicht gaat soms langs de afgrond van het morbide, maar Nasr kan goed relativeren. Hij kan ook mooi zijdelings grapjes maken, zoals met de uitdrukking 'zijn lier aan de wilgen hangen', wanneer de dichter tegen het eind wordt verscheurd: 'Laat ze het lijf verscheuren helemaal / En ook de lier voorzichtig uit de wilgen / Lostrekken, daar het hoofd aan spijkeren, / En alles zonder romp de zee in smijten.' Een tot innige tevredenheid stemmende voorstelling.

Tournee tot 4 maart.

mailIcon print |