*

 

Chinese tieners citeerden Grote Roerganger zelfs in bed

Maghiel van Crevel − 29/09/01, 00:00

recensie Anchee Min, Chinees migrant in de Verenigde Staten, is de schrijfster van het veelgeprezen 'Rode Azalea'.

Dat deels autobiografische boek gaat over de krankzinnige belevenissen van een Chinese jeugd tijdens de Culturele Revolutie (1966-1976) - een term die kan gelden als hét eufemisme van de twintigste eeuw. In haar jongste boek, 'Wilde Gember' (naar de gelijknamige hoofdpersoon), borduurt ze voort op haar centrale thema. Dat is een voor de welgedane post-ideologische lezer nauwelijks voorstelbare wereld van maoïstisch China. De toenmalige persoonlijkheidscultus rond de Grote Roerganger zou de lachlust wekken, als het niet zo'n wreed, verdrietig verhaal was. Wat te denken van tieners die niet alleen in hun dromen citaten uit het Rode Boekje opdreunen, maar dat ook tijdens de geslachtsdaad doen? In Min's beschrijving moeten we die opmerkelijke scène denkelijk zien als enerzijds oprecht en anderzijds baldadig en kinky. Onder andere daarin schuilt het belang van haar werk. Ze zet een al te gemakkelijke eenduidigheid over die schokkende jaren op losse schroeven. Naast getuigenis van de spectaculaire gruwelen van die tijd -de eigen ouders aangeven, leraren mishandelen- loopt eventuele nuancering van de ervaring immers het gevaar te verbleken. In literair opzicht schiet 'Wilde Gember' tekort. De dialogen, bijvoorbeeld, doen niet aan als authentieke tienertaal, veeleer als de woorden van een volwassene die terugblikt. Maar als illustratie van een verbijsterende episode uit de geschiedenis biedt het verhaal interessante leesstof.

mailIcon print |