*

 

Verscheurdheid als kracht

Jann Ruyters − 10/02/00, 00:00

recensie Het zal inmiddels eenieder wel bekend zijn dat Johan van der Keukens film 'De grote vakantie' niet het einde heeft waar hij aanvankelijk op aanstuurde. Toen van der Keuken begon met filmen dacht hij dat hij binnen korte tijd dood zou gaan en dat dit zijn laatste film zou worden. Hij en zijn vrouw Noschka van der Lely besloten op reis te gaan en de plekken te bezoeken waar ze nog heen wilden, zowel oude bekende plekken (Bhutaan, Tibet, Braziliƫ), als nieuwe nog te ontdekken plekken (de Sahel). Dat de reis op film werd vastgelegd was vanzelfsprekend voor de filmer die de camera gebruikt om te observeren maar ook om de werkelijkheid - in dit geval de naderende dood - naar zich toe te halen.

'De grote vakantie' is een persoonlijke film geworden die bij momenten direct getuigt van Van der Keukens verwarring. We merken zijn nervositeit op bij de gesprekken met de dokters, en we voelen ons ongemakkelijk bij zijn overgave aan de rituelen van de Tibetaanse sjamaan. De filmer spreekt onomwonden zijn verguldheid uit met erkenning in het buitenland, terwijl tegelijk het besef van zijn naderende einde de gouden rand er vanaf knaagt. Het zijn scènes die ondanks hun directheid de kloof tussen ziek en niet-ziek (filmer en toeschouwer) niet helemaal overbruggen. Van der Keukens verscheurdheid zorgt er voor dat je als toeschouwer wat op afstand blijft.

De kloof lijkt in hemzelf nog niet overbrugd te zijn en dus blijft zijn ziekte ook een abstractie die wel voortdurend een rol speelt in zijn handelen. Het is in de scènes waarin zijn ziekte gewoon vergeten kan worden, dat het contact tussen filmer en kijker versoepelt, zoals in het Afrikaanse dorp, waar 108 kinderen zich voorstellen aan Van der Keukens camera. Toch is de verscheurdheid juist ook de kracht van 'De grote vakantie'. Het is geen testament van woede, wanhoop en berusting, liefst in die volgorde, maar een zwabberende zoektocht, soms naar binnen maar liever naar buiten, waar het leven gewoon doorgaat.

En net als iedere productie van Van der Keuken kweekt de film zijn beklijvende herinneringen. Dit keer de ongemakkelijke glimlach van een witte dokter en 108 verschillende, zwarte kindergezichten.

mailIcon print |