*

 

Boulez serveert geen slappe thee

Anthony Fiumara − 03/12/01, 00:00

recensie AMSTERDAM - ,,Het bewerken van mijn eigen composities is een oefening met mezelf'', zei modernist Pierre Boulez ooit. Meer dan bij welke componist dan ook, is zijn oeuvre een constante krachtmeting met zichzelf, de muziekgeschiedenis en met zijn voorgangers.

Het concert dat hij zaterdag met zijn eigen Ensemble Intercontemporain in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw dirigeerde, was een interessante uitwerking van die voortdurende worsteling. Voor Boulez is het niet genoeg om het materiaal dat hij eenmaal heeft gevonden slechts voor één compositie te gebruiken. Ieder akkoord moet volledig worden uitgeput. Daarom bouwt Boulez in nieuwe werken oude elementen uit en beschouwt hij zijn reeds gecomponeerde stukken steevast als verhalen met een open einde. Boulez' oeuvre verkeert zo in een staat van 'werk in uitvoering' en vormt een weerslag van zijn structurele twijfel. ,,Ik beschouw mijn recente muziek als een stamboom, waarbij één tak allemaal nieuwe takken voortbrengt'', zei de componist hierover ooit.

Dat het hergebruik van materiaal niet hoeft te leiden tot de smaak van slappe thee, toonde Boulez aan met 'Dérive', een werk dat in twee versies te beluisteren was. 'Dérive' is afgeleid van studiemateriaal van 'Répons', een werk dat op zijn beurt een 'antwoord' vormde op het jaren eerder geschreven 'Poésies pour pouvoir'. Vooral 'Dérive II' voor twaalfkoppig ensemble maakte grote indruk. Het bestond uit kleine toonwervelingen die als een orkaan door de vele lagen van het stuk heenbliezen. De enorme dichtheid van informatie en de grote snelheid waarmee zich de processen voltrokken gaven 'Dérive II' een welhaast genadeloos karakter.

De eindeloze achtbaan van expressionistische trillers en guirlandes had zeker een verwantschap met het al even demonisch grimlachende 'Pierrot lunaire' van Schönberg. De uitvoering van die liederencyclus miste wat dat betreft iets hallucinants. Boulez harkte de roes van Pierrot aan tot een staat van nuchtere beschouwing. Ook zangeres Anja Silja was te beschaafd. Wat verlangde ik naar de hondsdolle uithalen en bezwerende toon van de gekgeworden Pierrot! Nu was het alsof Boulez zijn hele gezelschap de dwangbuis al preventief had aangemeten. Te esthetisch spel, zonder de zwart-cabareteske gestiek die het werk zo kenmerkt. Opgepoetst klonk ook Boulez' versie van Debussy's 'Danse sacrée', teruggebracht van een bezetting voor harp en strijkorkest tot een negental strijkers. Het gaf de voortreffelijk spelende harpiste Frédérique Cambreling de mogelijkheid haar tonen subtiel te vormen, zonder met veel gepluk boven de massa van het gebruikelijke orkest uit te worstelen. Een betere vertolking kon je je niet voorstellen.

Boulez' verfijnde Debussy, zijn opgeschoonde Schönberg en zijn eigen voortrazende werk boden vooral een mooi zelfportret, waarbij de zilveren huid van Boulez' eigen muziek slechts een dunne beschermlaag over de rusteloze angst voor stilte en de eigen vergankelijkheid legde.

Uitzending Radio 4 morgen, 20.30 uur.

mailIcon print |