*

 

Liefde voor wie op een stoel zit

David Sneek − 18/01/01, 00:00

recensie Het Internationaal Film Festival Rotterdam, dat volgende week begint, brengt onder meer de Nederlandse première van 'Die Unberuhrbare', de film die actrice Hannelore Elsner ook buiten Duitsland beroemd maakte. Op deze pagina een interview met Elsner, en een portret van 'filmmaker in focus', de Zweed Roy Andersson. Op Pagina 18 de projecten van het Hubert Bals fonds voor filmmakers uit ontwikkelingslanden, eveneens prominent aanwezig in Rotterdam. InternationaalFilmFestivalRotterdam

Een beteuterde familie bekijkt de zojuist aangeschafte en scheef opgehangen klapdeurtjes en in een vliegtuig ruziën twee zwaarlijvige zakenmannen om de gezamenlijke armleuning van hun stoelen. Voor de films en reclames van de Zweed Roy Andersson, 'filmmaker in focus' tijdens het Filmfestival Rotterdam, is niets alledaags of banaal.

Vijfentwintig jaar lang bereidde Andersson zijn magnum opus 'Songs from the second floor' voor. In een showroom van Ikea vond hij zijn ideale hoofdrolspeler en met obsessieve precisie creëerde hij grauwe stadsgezichten en woonkamers met truttige behangetjes. ,,In wat volkomen triviaal lijkt zoek ik het universele.''

Als een direct te herkennen stijl het kenmerk van een groot filmregisseur is behoort Andersson tot de grootsten. Het bekijken van slechts twee of drie van de ruim driehonderd commercials die hij de algelopen decennia maakte is voldoende zijn manier van filmen te beschrijven. Een stilstaande camera, een groothoeklens. Een fout ingericht decor in grijs en bruin, waarin een of meerdere personages zwijgend voor zich uitstaren of eindeloos dezelfde teksten herhalen.

En dan de ramp: wie de telefoon oppakt om een autoverzekering af te sluiten zal onmiddelijk een boom op zijn geliefde voertuig zien neerstorten, en wanneer de goochelaarsassistente in een van de eerste scènes van 'Songs from the second floor' een bezoeker van de magische show uitnodigt om zich te laten doorzagen staat de bloedige afloop ook al vast.

Liefde voor wie met zijn vinger tussen de deur komt / Liefde voor wie op een stoel zit zijn de regels van de Spaanse dichter Cesar Vallejo, die vijfentwintig jaar geleden de eerste inspiratie voor 'Songs from the second floor' gaven. Nadat 'Gilliap' uit 1975 door de kritiek unaniem was afgekraakt - en slechts 5 procent van de gemaakte kosten werd terugverdiend - wist Andersson echter dat zijn idee voor een monumentale film samengesteld uit tientallen onbenullige scènes alleen in eigen beheer te produceren was. Hij trok zich terug uit de filmindustrie en ontwikkelde zich tot een veelbekroond reclamemaker met het doel het jaren durende draaien van 'Songs' zelf te financieren en in zijn eigen studio's te kunnen filmen.

Hoe nauwgezet hij tijdens de vier jaar durende productie van zijn film te werk ging is te zien in de documentaire 'The greatness of the small man'. Niet alleen werd elk van de 46 korte opnamen die 'Songs from the second floor' telt voorafgegaan door eindeloze repetities met de (amateur)acteurs en proefopnames om kleur en cameragebruik te kunnen beoordelen, maar bovendien aarzelde Andersson niet, nadat hij eindelijk zijn meticuleuze voorbereiding had beëindigd en weer een fragmentje aan zijn meesterwerk ging toevoegen, om scènes veertig keer te laten overdoen of duizend figuranten te laten wachten tot het juiste wolkje het zonlicht brak.

Het resultaat is een indrukwekkende collage, waarin een paar onbeduidende en losse verhaallijnen - een man steekt zijn winkel in brand en hoopt winst te maken in de crucifixverkoop, een illusionist verwondt met zijn zaag de buik van een vrijwilliger uit het publiek - samen versmelten tot een pessimistisch portret van een Scandinavische stad.

Was er in het oubollige Zweden van 'A Swedish love story' (1970) tussen de vermoeide veertigers nog enige schoonheid te vinden in de opbloeiende liefde van twee romantische pubers, nu nemen de tragikomische banaliteit en de gevoelloosheid van het moderne leven fatale vormen aan. Kantoorbedienden poetsen hun schoenen voor het gesprek waarin hun chef ze gaat ontslaan. Voorbijgangers leveren smalend commentaar op de man met zijn vinger tussen de deur van een treinstel. In de woorden van Andersson is het ,,een vergissing te denken dat het kwaad een zwart uniform draagt''.

mailIcon print |