recensie De Stichting Korrelatie zit al klaar achter de telefoon. Voor als de Vara zondagavond het eerste deel uitzendt van de Britse driedelige dramaserie 'Kid in the corner', over hoe een gezin ontwricht raakt door een kind met ADHD.
De serie is het afgelopen jaar van alle kanten bewierookt. 'Kid in the corner' won bijvoorbeeld drie Gouden Nymph Awards op het Monte Carlo Televisie Festival, Britse tv-critici riepen de serie uit tot de beste productie van 1999 en hoofdrolspeler Eric Byrne, die de rol van Danny vertolkt, de jongen met ADHD, was genomineerd voor de onderscheiding 'Beste nieuwkomer' van de Britse Royal TV Society Awards.
De eerste vijf minuten van het eerste deel zijn genoeg om te begrijpen hoe terecht alle jubel is. In die minuten wordt de essentie van 'leven met ADHD' verpletterend helder neergezet: we zien hoe de familie Lett boodschappen doet. ,,Ik hoop dat ze ons nog binnenlaten'', zegt moeder Theresa Lett, gespeeld door Clare Holman, die eerder de rol speelde van patholoog-anatoom in de detective-serie 'Morse'.
Want de achtjarige Danny bracht het nodige leven in de winkel. Hij schold het personeel uit, schoffeerde een klant (,,U bent zeker aan de schijterij met al dat wc-papier''), rende door de supermarkt, gooide een trolly met dozen om, snaaide een vak leeg, klom op de lopende band van de kassa en scheurde de verpakking van een ijsje open, waarna hij het ijs naar binnen slokte. Tot slot maakte hij ruzie met zijn vader Alex, gespeeld door Douglas Henshall.
Ook blijkt uit de serie alle onbegrip voor het probleem en de eenzaamheid van het gezin Lett. Dat ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) in het spel is, wordt hun door een arts uit het hoofd gepraat. ,,U moet eens weten hoeveel ouders zich hier melden met dat idee.'' De man zoekt het in een 'probleem in de hersenen' dat mogelijk met medicijnen is te ondervangen. Een andere deskundige schrijft de problemen toe aan een 'gehoorprobleem'. En de therapeut maakt het helemaal bont: zij wroet in de relatie tussen de ouders van Danny.
De eerste aflevering komt tot een dramatische ontknoping als Danny het marmotje van zus Lucy vermoordt. Alex, tot wanhoop gedreven, slaat woedend in op zoon Danny en verlaat daarop het huis: ,,Ik kan niet meer met hem leven. Ik wil zijn vader niet zijn.'' En juist als je verwacht dat het drama daarmee ten einde is, is de climax daar: hartverscheurend zoals Danny zich aan zijn vader vastklampt: ,,Pappa, het spijt me!'' Tevergeefs.
Het kan niet anders of de schrijver van de dramaserie, Tony Marchant, put uit persoonlijke ervaring, zo natuurlijk en overtuigend zijn de dialogen, zo intelligent is de verhaallijn. En inderdaad, Marchant heeft een vijftienjarige zoon, die lijdt aan een vorm van autisme, verklaarde hij twee jaar geleden op een persbijeenkomst ter presentatie van de serie.
Maar afgezien daarvan: iedere ouder kan zich op de een of andere manier wel identificeren met de problematiek, meent Marchant.
,,Niet iedereen komt weliswaar voor dezelfde dilemma's te staan, maar ik denk dat de meeste mensen zich wel kunnen voorstellen wat het betekent om een 'moeilijk' kind te hebben.''
Pas in deel twee lijkt het gezin Lett weer enigszins op adem te komen, als Alex weer thuiskomt en moeder Theresa bij toeval hoort hoe een ADHD-kind zich gedraagt en kan worden gewerkt aan een oplossing. Die dient zich vooral aan als Danny, in deel drie van de serie, op kostschool gaat. Maar daarmee zijn de sporen nog lang niet uitgewist.
Marchant veegt verder de vloer aan met het beeld dat ouders altijd van hun kinderen houden: soms is dat gewoon niet zo eenvoudig. De woede waarmee Alex de deur achter zich dichttrekt, de woorden die hij aan het begin van de dramaserie uitspreekt (,,Soms wens ik dat je dood was''), zelden zijn die woorden zo invoelbaar als juist in deze film. Des te schrijnender is de radeloosheid die Danny bevangt zodra Alex de deur achter zich dichtslaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.