*

 

Bedden verkopen beter dan boeken

PETER WESSELS − 29/09/01, 00:00

recensie Niet zonder reden koos de Nederlandse uitgever niet voor een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke titel: 'Hampels Fluchten'; met 'Hampels vluchten' lok je nu eenmaal geen koperspubliek. Men ging voor een suggestieve titel: 'Lotgevallen van een beddenverkoper'.

Daarmee wordt zonder twijfel ingespeeld op associaties bij de koper/lezer: het gaat hier vast om een erotische roman. Maar die verwachtingen worden allesbehalve ingelost. In de -inderdaad zeer frequente- bedscènes wordt er meer gesuggereerd dan uitgewerkt; het konkretiseren van de climaxen komt voor rekening van de lezer.

De mechanica van de erotiek wordt uitgesproken preuts en vaak ietwat ranzig pseudo-poëtisch beschreven, want anders is het beeld van 'torentje' voor een geërigeerde penis moeilijk te classificeren.

De nieuwe titel zet de lezer ook anderszins op het verkeerde been: de hoofdpersoon oefent het erogene beroep van beddenverkoper slechts kortstondig uit, daarna wordt hij resp. chauffeur, boekverkoper, medewerker van de Stasi, bouwvakker, kellner en liftbediende, banen die stuk voor stuk niet bepaald libertijns gecodeerd zijn.

Verteld wordt het levensverhaal van Heinrich Hampel en zijn achternaam is alleen als je Duits in je pakket gehad hebt als programma te zien: een Hampelmann is een marionet met de connotatie van sukkeligheid, een antiheld.

Aan het begin van het boek trekt de hoofdfiguur in het jaar 1962 tegen de stroom in van West- naar Oostduitsland, zijn beddenzaak is failliet, de schuldeisers zitten hem op de hielen en hij denkt dat de DDR hem voor een gevangenisstraf of andere ellende zal behoeden. Dat is een misrekening: hij raakt daar na een op het oog solide start steeds verder aan lager wal, drie maal zit hij er enkele jaren in de gevangenis, alcohol bepaalt zijn leven steeds meer en hij sterft een ellendige dood, door iedereen verlaten.

De omvang van het boek: 423 dichtbedrukte grote bladzijden wordt niet bepaald door een uitvoerige beschrijving van de figuren: Kumpfmüller werkt net als in de erotische passages voortdurend met aanduidingen en de lezer moet de karakters verder invullen. Dat betekent dat hij bij het lezen altijd weer aan het werk moet om het abstracte geraamte van de figuren met vlees te bekleden.

De flaptekst van de Nederlandse uitgave noemt de hoofdfiguur 'een levens- en liefdeskunstenaar', hetgeen m.i. getuigt van een enorm compenserend plastisch vermogen. Bij de spaarzame gegevens over het karakter van de hoofdpersoon en van de vele vrouwen in diens leven kwam ik niet veel verder in mijn evocatie dan verschillende variaties van duffe kleinburgerlijkheid en doffe ellende. De hoofdpersoon is kleurloos, zijn geliefden stuk voor stuk volgens geijkte sjablonen neergezet: zijn vrouw is een 'gewone' huisvrouw, zijn eerste minnares een uitgekookt loeder met rood haar, het cliché bij uitstek van de slechte vrouw uit de triviale roman.

Uitzonderingen zijn de portretten van zijn eerste geliefde, de Russische Ljoesja en dat van zijn minnaar Karl in de gevangenis in Bautzen : dat zijn karakters die nieuw en spannend zijn en allesbehalve clichématig. In die passages licht het verteltalent van Kumpfmüller even op, maar jammer genoeg heeft hij een nogal ingewikkelde constructie bedacht, die het conventionele vertellen inwisselt voor een voortdurend experimenteren met fragmentarische vormen.

De tijdsstructuur in de roman is opvallend origineel: in de even hoofdstukken springt de verteller steeds verder in de tijd terug, zodat in het voorlaatste hoofdstuk Hampels geboorte wordt beschreven terwijl in het laatste hoofdstuk diens dood wordt verteld. Naar hetzelfde model staan de portretten van de eerste en van de laatste geliefde naast elkaar.

Het werken met contrasten en ambivalenties is een van de belangrijkste bouwprincipes van het verhaal. Typerend is de uitspraak van de hoofdfiguur over zijn relatie met Karl in de gevangenis: ,,das Leben ist erbürmlich und sehr schön'' jammer genoeg vertaald als: ,,het leven is een ellende en heel mooi''.

Door de bank genomen is de vertaling verre van vlekkeloos. Idiomatische missers als in de passage waarin er over Honnecker gesproken wordt als een 'gelernter Dachdecker' hetgeen betekent: iemand die het vak van dakdekker heeft geleerd en niet: 'een geleerde dakdekker', mogen eigenlijk niet voorkomen, maar veel irritanter zijn talrijke germanismen als 'we hebben het nog niet schriftelijk' en de voortdurende vermenging van verschillende registers zodat er een hortende tekst met een hoog Lulu Wang-gehalte ontstaat.

Het zou interessant zijn na te gaan waarom juist dit romandebuut zo goed verkocht wordt, getuige de bestsellerlijsten: het zijn waarschijnlijk niet alleen factoren van literaire aard.

mailIcon print |