recensie AMSTERDAM - Van te voren had Hartmut Haenchen laten weten dat we de uitvoering van Mahlers Zesde symfonie, bijgenaamd 'de Tragische', juist op dit tragische moment in zijn verbintenis met het Nederlands Philharmonisch Orkest niet al te symbolisch moesten opvatten. Toch viel zaterdagavond in het Concertgebouw niet te ontkomen aan het gevoel dat Haenchen zich wel degelijk liet meeslepen door boosheid over het feit dat zíjn orkest dertien musici moet inleveren.
Het is de reden dat hij eind volgend seizoen opstapt als chefdirigent. ,,Ik ben in de steek gelaten'', zei hij zaterdag in deze krant. De pijn daarover was in bijna elke maat van Mahlers meest persoonlijke symfonie voelbaar.
Het leek wel alsof de aanwezigen in de zaal zich heel bewust waren van deze bijzondere samenloop van omstandigheden. Het publiek, waarvan Haenchen verklaarde dat hij dát het meest zal missen als hij Nederland verlaat, bereidde hem een ovationeel en emotioneel applaus toen de laatste zwartgallige klanken van de symfonie verklonken waren. Vier keer moest Haenchen de trap op en af en elke keer werden de toejuichingen stormachtiger. Het kan niet anders of Haenchen moet zich na afloop behoorlijk aangedaan hebben gevoeld.
Het gebeurt niet vaak dat de rationele Haenchen zich zo door zijn en Mahlers emoties laat meeslepen als afgelopen zaterdag. Hij zal het waarschijnlijk een gruwel vinden om te lezen, maar in zijn benadering kwam Haenchen dicht in de buurt van een uitvoering à la Leonard Bernstein, die bekend stond om zijn totale identificatie met de jankende, schreeuwende, gillende en snotterende Mahler. Haenchens identificatie staat op een cerebraler en wetenschappelijker niveau -getuige ook de verzameling fictieve brieven die hij in Mahlers naam aan het schrijven is-, maar zelden klonk Mahlers aanduiding 'zart' zo teder en gevoelig als in het schitterend gespeelde andante.
Dit andante vormde overduidelijk de kern in Haenchens interpretatie en hij vond een ongelooflijk geïnspireerd spelend NedPho aan zijn zijde. Magnifiek zoals twee fluiten zich aan het begin mengden met de strijkers en hoe de solohoorn het wringende thema even later oppakte. Haenchen toverde met het 'wiegmotief' dat zich door dit andante heenslingert en toewerkend naar de climax zette hij werkelijk alle sluisdeuren open. Machtig ook hoe hij deel een en twee met elkaar in verband bracht en hoe hij in het slotdeel coherentie bracht in Mahlers waanzinnige deconstructivisme. Dit was in Haenchens Mahler-serie zijn meest persoonlijke interpretatie tot nu toe. Waarvoor dank en hulde!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.