*

 

Arm, maar gelukkig

ODILE JANSEN − 21/04/01, 00:00

recensie Er zijn van die boeken die zo heerlijk weglezen dat ze vragen om lange winteravonden of lange vakantiedagen. Van een ouderwetse, haast vooroorlogse knusheid is Selma Noorts tweede boek over Pol, een tienjarige, lieve en muzikaalbegaafde jongen, en zijn alleenstaande moeder Lot.

In het eerste deel over de twee, 'De poort', was te lezen hoe moeder en zoon dakloos werden. Samen trokken ze rond met hun spulletjes in een kinderwagen. Gelukkig kan Pol gaan werken als poortwachter: op feestdagen moet hij nu de vlag bij de poort uithangen. Op het moment dat het boek begint, leven Pol en Lot in het kleine huisje boven de stadspoort. Rijk zijn ze allesbehalve. Moeder Lot is toiletjuffrouw geworden. Ze werkt in het brugwachtershuisje vlak bij de poort. Huur en andere rekeningen hoeven ze gelukkig niet te betalen. Leven doen ze van de kwartjes en guldens die de toiletbezoekers achterlaten. Ook verdient Pol, die een mooie stem heeft, geld en eten met liedjes die hij op straat zingt. En bij het grofvuil is altijd wel een stoel te vinden. Het belangrijkste is, zoals Noort in ontroerende scènes laat zien, dat Pol en Lot veel van elkaar houden.

Die ondanks alle armoe kleine idylle dreigt verstoord te worden als projectontwikkelaar Van Diemen zijn oog laat vallen op het Hollandse provinciestadje waar Pol en Lot wonen. Van Diemen wil van de stadspoort een restaurant maken en van het brugwachtershuisje een souvenirwinkeltje. En dat terwijl, o ramp, Lot niet kan bewijzen dat de poortwoning van hen is. Maar dat is nog niet alles. Ook de rust van vrienden van Pol en Lot wordt bedreigd. De oliebollenkraam van Klaas en zijn dochter Sonja op het plein moet weg, net zoals de woonboot van de ex-operazangeres Gloria. Grootse plannen heeft de projectontwikkelaar ook voor de aan het water grenzende begraafplaats, waar de weduwe van de bewaarder, de oude Celestine, woont. Hij heeft zelfs wat bedacht voor de 'tuin' achter de begraafplaats, waar het botenhuis staat dat de kunstschilder Melchior gebruikt als atelierwoning.

Misschien zouden de snode plannen die Van Diemen zo niet goedschiks, dan wel kwaadschiks uit wil voeren, doorgegaan zijn als Pol en zijn vrienden niet zo oplettend waren geweest. En natuurlijk uitgerust met slimheid en geholpen door een behoorlijke portie geluk. Pol hoort namelijk heel toevallig van Van Diemens ideeën als hij met zijn klas een rondleiding krijgt op het gemeentehuis. Hij verstoort de vergadering waarop de man zijn project verdedigt en maakt duidelijk dat de poort niet onbewoond is zoals Van Diemen beweert. Die actie van Pol zet de gemoederen hevig in beweging. Noort beschrijft op een meeslepende manier de aandacht van de pers, de gemene acties van Van Diemen die nergens voor terugdeinst en de vindingrijkheid van de vrienden. Om te voorkomen dat Celestine weg moet van de verwaarloosde begraafplaats gaat bijvoorbeeld moeder Lot de uitgeschoten coniferen ter plekke knippen. Maar dan wel op heel speciale manier. Ze worden, nogal ongebruikelijk voor een kerkhof, getransformeerd in dansende mannen en vrouwen. Maar echt spannend wordt het pas als de schrijfster de middelen van de traditionele kinderdetective inzet: verborgen gangen, gevaarlijke mannen en kistjes met waardevolle (eigendoms)papieren. De geheimen die de stadswal herbergt worden door Pol, zijn vriend Jan-Willem en Sonja doorgrond in een ijzelingwekkend avontuur, dat eindigt met de arrestatie van Van Diemen. Die klassieke thrillerelementen integreert Selma Noort behendig in haar beschrijving van het leven van Pol, Lot en hun vrienden. Dat doet ze bovendien zo beeldend en poëtisch dat je het oud-Hollandse stadje bijna kunt ruiken en voelen: het rumoer van de marktkooplui, de oliebollenlucht die uit Klaas' dampende kraam over het winterkoude plein waait. De charme van dit boek ligt niet het minst in de warme relatie tussen de vrienden. Ze zijn er echt voor elkaar, door dik en dun. Aandoenlijke voorbeelden zijn er te over. Bijvoorbeeld als Gloria zo gek is om met Pol op het station te gaan zingen, hoewel ze dat eigenlijk beneden haar waardigheid acht -een concert dat zo goed slaagt dat de verrukte reizigers vergeten in hun trein te stappen. Het hoge 'Kruimeltje'-gehalte van dit boek wordt bevestigd aan het slot, als de goedaardige reus Melchior zich ontfermt over Pol en Lot. Hun boottochtje, gedrieën in de maneschijn, lijkt de voorbode van nieuw levensgeluk. Maar daarover horen we hopelijk meer in een nieuw deel over Pol en Lot.

mailIcon print |