*

 

BOELVAAR POEF

T. van Deel − 29/09/01, 00:00

recensie Het Vlaamse Louis Paul Boon Genootschap is al net zo taai als de Nederlandse Vestdijkkring.

Beide hadden tot voor kort tijdschriftachtige jaarboeken, waarin ze een vracht aan nieuws over het leven of het werk van hun literaire helden kwijt konden, maar kennelijk werkte die formule niet goed en moeten ze nu terugkeren naar het echte, driemaandelijks of minder verschijnende, tijdschrift. De Vestdijkkroniek is een paar jaar geleden weer opgestart, na een intermezzo van drie mooie Vestdijk-jaarboeken, en 'De Kantieke Schoolmeester', een volumineus maar waardevol Boon-jaarboek, wordt nu opgevolgd door Boelvaar poef, het nieuwe tijdschrift van de Boon-fans. Het is zowel clubblad als serieus podium, ook voor gepopulariseerde, wetenschappelijke Boon-studie. In Aalst, waar de jonge Boon zeven jaar van zijn leven heeft gewoond, werd de Sint-Annalaan 'Boelvaar poef' genoemd: kleinburgers, zoals Boons ouders, leenden (in 1930) geld om zich een huis op stand te kunnen veroorloven, vandaar deze smalende betiteling. Het eerste nummer is vrijwel geheel gewijd aan een uitzonderlijk boek van Boon, namelijk het 'volksboek' 'De bende van Jan de Lichte'(1957). Het gaat door voor zijn meest traditionele boek, echt geschreven om in de populaire Arbo-reeks van De Arbeiderspers te kunnen worden opgenomen. Het is een bandietenroman die Boon een, voor zijn doen, ongekend hoog bedrag aan royalty's heeft opgeleverd. Behalve de ontvangst in de kritiek van het boek, zijn er verhandelingen opgenomen over het modernistische van deze titel, de beslommeringen rond een standbeeld van Jan de Lichte, een lang gedicht van Hugo Claus over de schelm en zo nog wat meer.

mailIcon print |