recensie Zag het Koninklijk Concertgebouworkest-programma van donderdagavond er op papier al spannend uit, in de klinkende werkelijkheid van de Grote Zaal bleek de combinatie van werken van Ton de Leeuw, Lutoslavski en Bartók een verrukkelijk driemanschap. De intensiteit en het muzikale richtingsgevoel waarmee dirigent Iván Fischer het orkest leidde, werkte hoorbaar aanstekelijk op de musici.
,,De beste manier om naar 'De houten prins' te luisteren, is u voor te stellen wat er op het toneel gebeurt'', sprak Iván Fischer vóór de sublieme uitvoering van Bartóks werk het publiek toe. In perfect Nederlands, de taal die de Hongaarse dirigent door zijn Nederlandse echtgenote kent. Fischer liet de klarinet wat motiefjes spelen als verluchting bij zijn humoristische uitleg. Het publiek at uit zijn hand.
Het tekende Fischer dat hij zo de nadruk legde op het verhalende element van Bartóks 'Houten prins'. Ook in de werken van Ton de Leeuw (Symphonies of winds) en Witold Lutoslavski (Celloconcert) manifesteerde de dirigent zich als een uitstekend verstaander van de boodschap in de muziek. De grote vorm leek zich steeds vanuit het hart van het werk te ontvouwen, met de klankwarmte van het Concertgebouworkest als zinderend voertuig.
Het was gedurfd om het concert te openen met De Leeuws kwetsbare blazersstuk Symphonies of winds (1963). De Nederlandse componist verwees niet alleen met de titel en de bezetting naar Stravinskys bijna-gelijknamige werk. De Leeuw citeerde zijn grote voorbeeld in een paar passages ook letterlijk. 'Symphonies of winds' is vooral een verstild en zoekend werk, waarin Ligetiaanse klankvlakken tegen het muzikale pointilisme à la Boulez wordt afgezet. De Leeuws formele taal klonk onder Fischer als een ritueel, een klankprocessie die uitwaaierde om steeds opnieuw gelouterd terug te keren naar één toon.
Ook in Lutoslavskis Celloconcert (1970) was Fischer de eigenlijke ster, hoewel de voortreffelijk spelende cellist Heinrich Schiff had getekend voor de solopartij. De uitvoering klonk als een kleine volksopstand, met brutale blazers die het Schifs betoog telkens met veel fanfare lekprikten. Welgemikte en kleurige antwoorden van Fischer op de vurig gespeelde lijnen van Schiff.
En dan zo'n uitvoering van Bartóks Houten prins! De dirigent wist heel goed wat hij van het lange stuk wilde. Inhoudelijk richtingsgevoel, gekoppeld aan een enorme inzet deden je het werk ademloos aanhoren. Fischer mag zonder meer worden bijgezet in het rijtje van grote Bartók-vertolkers. Naast Antal Dorati of zo.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.