BERLIJN - Saskia Bos, directeur van Stichting De Appel, beleeft hectische dagen. Als curator van de tweede Biënnale voor moderne kunst in Berlijn die gisteren voor het publiek werd geopend, wordt ze met interviewaanvragen bestookt. De vraag die haar het meest gesteld werd, luidde: heeft Berlijn zo'n Biënnale nodig? Een goede vraag, die ze in deze trant beantwoordt; ,,Ik ben niet de initiator ervan, maar van de idee ben ik wel overtuigd. Berlijns jonge, energieke kunstkring heeft zo'n stimulans nodig. Mijn Biënnale biedt het karakter van een werkplaats, waarin ik in Berlijn onbekende kunstenaars wil voorstellen..''
Die kunstenaars komen uit uiteenlopende landen, soms jong en betrekkelijk onervaren, soms met gevestigde reputatie. Waling Boers, plaatsvervangend curator in Berlijn, spreekt van een 'vervlechtingsstructuur van kunstenaars, galeristen, critici en curatoren'. Volgens hem heerst in de stad ,,een gretigheid naar moderne, actuele kunst''.
Idealiter is zo'n biënnale dus één grote bevruchting. En de ideale biotoop van de stad is Mitte, het hippe, trendy stadsdeel in het oude centrum, waar zich vrij snel na de val van de Muur in 1989 de artistieke bohème vestigde en de ene galerie na de andere opende. Hoewel de Biënnale een schuchtere poging doet haar locaties ook naar andere stadsdelen te verleggen, naar Friedrichshain en naar Treptow, blijft het zwaartepunt van de expositie in Mitte, in het oude Postfuhramt, waar ooit de posterijen hun paarden stalden, en in Kunst-Werke, een al tot institutie uitgegroeid centrum van moderne kunst.
Dat Berlijn naar deze kunst hunkert, is zeer wel mogelijk. Jarenlang hebben zowel het west- als het oostgedeelte van de stad nogal droog gestaan, voordat het strovuur in de jaren '90 begon op te vlammen. Tot de opening van het Hamburger Bahnhof, vijf jaar geleden, was er nauwelijks een museale inrichting die de moderne, jonge kunst op een structurele wijze een platform bood. De Neue National Galerie in het westelijke deel van de stad -dat superieure bouwwerk van Mies van der Rohe uit 1965- leverde vooral dure exposities van moderne klassieken. Een instelling als het Stedelijk Museum in Amsterdam, met zijn potentie om, geleid door een inspirerende directeur, een Europees portaal voor de moderne kunst te zijn, ontbrak in Berlijn.
Als een hongerige menigte heeft de buitenwereld zich nu op de Biennale gestort, de aandrang van de media is enorm. Saskia Bos heeft haar bijna vijftig kunstenaars weliswaar vanuit de hele wereld gehaald, maar van een spraakverwarring of spraakverstarring is geen sprake, zelfs nu heel bewust van een concept of een bindend thema is afgezien. Wat de kunstenaars gemeen hebben is in de terminologie van Bos hun 'engagement' en 'connectedness'. Meer jargon zul je van haar niet vernemen: ,,Was men in de jaren '90 nog erg in de weer met eigen lijf en geest (zoals Bos zelf liet zien op Sonsbeek-red.), nu is die zelfreflexie achterhaald, en neemt men de buitenwereld versterkt waar. Men zoekt de sociale verbinding, de communicatie met het publiek.''
Dat laatste vindt op zo'n intensieve en intieme wijze plaats dat Duitse critici er wat radeloos mee omgaan en krampachtig zoeken naar een theoretische bovenbouw. Zoveel Hollandse ongedwongenheid in de keuze van Bos is hen soms wat al te machtig. Het gebodene is nu eens zinnelijk, dan weer confronterend en vrijwel voortdurend een commentaar. Zinnelijk is de grote postertekst (ook om mee te nemen!) van Fiona Banner (Engeland) -een lange pornografische beschrijving in roze letters-, zinnelijk is de massagesalon van Surasi Kusolwong (Thailand), waar de bezoeker zich tussen monochrome zijden doeken kan laten masseren. Zinnelijk is de minibar van Alicia Framis (Spanje), maar dan alleen voor vrouwen; in de zacht gestoffeerde bar verscholen wacht een 'comfort-man' in een ochtendjas.
Zinnelijk zijn ook de Truck Babies van Patricia Piccinini (Sierra Leone), twee rose en blauw gelakte vrachtwagens met bilvormig achterwerk die vanuit rondom opgehangen schermen door giechelende meisjes becommentarieerd worden. Confronterend zijn de televisiekamers van Kutlug Ataman (Turkije), die waarschuwend voor seksueel expliciete scnes de bezoeker meeneemt in de onderwereld van de Turkse travestie. Commentaren zijn er van Arturas Raila (Letland) op het rechtsextremisme in zijn land, van Manuel Ocampo (Filippijnen) op het werk van Baselitz.
Geschilderd wordt er nauwelijks, de videocamera is een veel gehanteerd werktuig, de bijdragen hebben een haast documentair karakter. Soms sprookjesachtig, zoals in het roerende Kitsume van João Penalva (Portugal); op een zwartwit scherm ziet men een berglandschap met nevelwolken, uit luidsprekers klinkt een in Japans gevoerd tweegesprek waarin als in een volksverhaaltje verteld wordt hoe de eerste mug ontstond.
Saskia Bos, zo schreef gisteren een Berlijnse krant, is het gelukt om de Biennale professionaliteit en internationale flair te geven. In een stad die jarenlang zuchtte onder de eigen provincialiteit is dat een groot compliment en tevens een antwoord op die veelgestelde vraag naar de noodzakelijkheid van zo'n manifestatie. Maar de stad, zo heeft ook Bos opgemerkt, verandert. De intimiteit van deze Biennale is vooral te danken aan dat onopgesmukte, wonderlijk ingedeelde Postfuhramt. De tijd van de ruïneuze charme, het fascinerende verval, is echter snel voorbij - ook het oude Postfuhramt wordt na deze Biennale gerestaureerd en zal dan voor exposities niet meer ter beschikking staan. Voor de jonge kunst moet de stad straks nog nieuwe en authentieke plaatsen moeten zien te vinden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.