*

 

Eenentwintig verhalen over ruziezoekers

GERTJAN VINCENT − 20/01/01, 00:00

recensie De vertaling van 'The Closer We Are to Dying', de debuutroman van de Canadese schrijver Joe Fiorito, is in Duitsland op de markt gebracht onder de titel 'Die Stimmen meines Vaters'. Dat is een wel erg doorzichtige poging om nog even mee te deinen op het succes van 'De As van mijn Moeder' van Frank McCourt.

Ook in Fiorito's roman gaat het om het verlies van een van de ouders -in dit geval de vader- dus de associatie dringt zich op. Maar de Nederlandse editie blijft dichter bij het origineel en luidt 'Hoe dichter bij ons sterven'.

Joe Fiorito is als journalist in Canada geen onbekende: in 1995 won hij The National Newspaper Award voor zijn verdiensten als columnist, maar aan het schrijven van een roman had hij zich nog nooit gewaagd. Dat veranderde toen in datzelfde jaar zijn vader aan kanker overleed. In de drie weken die daaraan voorafgingen, bezocht Fiorito hem dagelijks in het ziekenhuis en tekende uit zijn mond de oude verhalen op, 'de funderingen waarop de familie was gebouwd'.

Het boek telt 21 hoofdstukken, die parallel lopen met de nachten die hij met zijn vader doorbrengt. Dat levert evenzovele verhalen op, waarmee Joe probeert zijn familiegeschiedenis te reconstrueren om op die manier antwoord te krijgen op de vragen waar hij al jaren mee worstelt. En de tijd dringt, want onder invloed van de pijnstillende morfine worden de verhalen van zijn vader steeds verbrokkelder tot hij tegen het einde nog maar een enkel woord kan uitbrengen. Voor de zoon is dat overigens al voldoende, want zijn vader put uit een standaardrepertoire, waar hij door de jaren heen steeds weer op terugviel: ,,Hij leefde in het hier-en-nu van zijn herinneringen.'

Joe is als gerespecteerd journalist min of meer een buitenbeentje. Vooral in de mannelijke lijn -vrouwen zijn in zijn verhalen opvallend afwezig of nemen een ondergeschikte positie in- bestaat de familie uit een stelletje ruziezoekers en vrije jongens. Over de familie hangt een schaduw van erfelijk geweld: zijn oudoom is naar Canada gevlucht omdat hij in een aanval van razernij een medeweggebruiker heeft vermoord, een andere oom wordt op gewelddadige wijze om het leven gebracht, Joe's moeder wordt voor zijn ogen bijna door zijn vader gewurgd en zo plant het geweld zich van generatie tot generatie voort.

Geen wonder dus dat Joe's gevoelens ten opzichte van zijn vader nogal ambivalent zijn. Als jongen haat hij de man, die na zijn dagelijkse rondje als postbode de kroeg induikt en op feestjes en partijen als trombonist, banjospeler en contrabassist de charmeur uithangt, terwijl hij thuis met zijn dronken kop zijn frustraties afreageert op zijn vrouw en kinderen. Als Joe zelf volwassen is, wordt hij wat milder in zijn oordeel en beseft hij dat het gedrag van zijn vader te maken heeft met een jeugd waarin hij zelf beschadigd is geraakt.

Het is op zich een aantrekkelijke constructie om aan de hand van een aantal verhalen de rekening van het verleden op te maken. Maar hoewel er ontroerende en hilarische gebeurtenissen de revue passeren, blijf je als lezer na afloop toch enigszins met lege handen zitten. Dat komt vooral door de verwachtingen, die de schrijver aan het begin van de roman wekt. Alsof de verhalen, die hij aan zijn vader op diens sterfbed zal weten te ontfutselen de sleutel zullen bevatten voor het oplossen van de familiemysteries en de schrijver een beter inzicht zullen bezorgen in wie hij nu werkelijk is. Maar wat hij te horen krijgt, voegt nauwelijks iets toe aan wat hij al wist, want het repertoire van zijn vader is hem door de jaren heen zo vertrouwd geraakt, dat hij inderdaad aan een enkel woord voldoende heeft om het bijbehorende verhaal af te maken. Nieuwe inzichten levert dat dus niet op, waardoor je als lezer blijft zitten met een betrekkelijk willekeurige collectie van uitgesponnen anekdotes, sterke verhalen en familiegebeurtenissen. ,,Hij legde zelden iets uit; hij beschreef' zegt Joe over zijn vader. Dat is nu precies het manco van deze roman.

mailIcon print |