Het was een goedgeslaagde hype die Camille Claudel veertig jaar na haar dood vanuit volstrekte anonimiteit plotsklaps wereldberoemd maakte. Eerst was er de roman van Anne Delbée, 'Camille Claudel, een vrouw', in 1984 gevolgd door de studie van Reine-Marie Paris, het achternichtje van de beeldhouwster die wel wist van haar beroemde grootvader en dichter Paul Claudel, maar van diens zuster en haar oudtante Camille Claudel geen kennis had. In 1988, kwam de film naar het boek uit: onder regie van Bruno Nuytten voerden Isabelle Adjani als Camille en Gerard Depardieu als haar minnaar Auguste Rodin een oppervlakkig levensverhaal op. Maar de naam van Camille Claudel was voorgoed gemaakt.
De eerste grote tentoonstellingen lieten niet lang op zich wachten: Parijs en vervolgens 'de provincie' beten het spits af. In Nederland, waar de roman eveneens een groot succes werd, groeide Claudel uit tot een boegbeeld van de vrouwenbeweging; een vroeg voorbeeld van een zelfstandig levende en werkende vrouw met een eigen mening in een vrouwvijandige omgeving.
Al die tijd was er hier geen stukje brons van haar hand te zien. Het Singer Museum in Laren, dat eerder veel belangstelling trok met de beelden van Rodin, zocht voor de eerste grote presentatie van Claudel in ons land samenwerking met de achternicht. Reine-Marie Paris is niet alleen een bekend Claudel-kenster, ze bezit ook zelf een schat aan beelden en documenten van haar oudtante. De expositie in het Gooise museum is geheel op basis van haar verzameling gemaakt.
Dat alles tezamen hoefde nog niet tot een goede presentatie te leiden. Tijdens de hype in de jaren 1980 richtte de belangstelling voor de beeldhouwster zich vooral op de meer triviale aspecten van haar leven, zoals haar relatie met Rodin en de toestand van geestesziekte die een eind aan haar werken heeft gemaakt. Het siert het Singer dat het in zijn presentatie ver is gebleven van allerlei ranzige interpretaties. Het zijn vooronderstellingen die nog zelfs tijdens Claudels leven (1864-1943) tot publicaties leidden die als 'liederlijk' worden omschreven.
Zo suggereerde de kunstcriticus Octave Mirbeau dat het verloop van haar relatie met de componist Claude Debussy haarfijn terug te vinden is in het beeld 'La Valse'. ,,De lichamen zijn jong, ze trillen van leven, maar de gedrapeerde stof om hen heen (...) klappert als een lijkwade. Ik weet niet waarheen ze dansen, naar de liefde of naar de dood, maar ik weet dat uit dit dansende paar een verscheurende droefheid oprijst.''
Mirbeau trapte in de val die menigkunstcriticus kent, door het werk vanuit de levenswijze van de maker te verklaren.
Toch ontkomen ook de samenstellers van deze expositie er niet aan om Claudels leven als richtsnoer voor de verklaring van het werk te nemen. Claudel gaf daar in haar werk trouwens veel aanleiding toe. Wanneer je nu haar werk ziet, ontdaan van het stempel van navolging van Rodin, kom je tot de conclusie dat het hoogstpersoonlijk, heel authentiek tot stand is gekomen. Het is alsof ze haar autobiografie van zelfgemaakte illustraties voorziet: elke ingrijpende gebeurtenis in haar leven vond zijn beslag in een sculptuur.
Het feit dat Claudels beelden vaak voor die van Rodin zijn versleten, is eigenlijk niet zo vreemd. Claudel werd op 20-jarige leeftijd leerling en model van Rodin, die als 44 jaar oude beeldhouwer respect afdwong. Claudel moet zeker onder de indruk zijn geweest van zijn kwaliteiten, haar eerste beelden zijn ware hommages aan Rodins opvattingen. Toch slaagde ze er in zich te ontworstelen aan de druk die Rodin onmiskenbaar op haar moet hebben uitgeoefend. Claudel heeft tussen tussen 1888 en 1892 met Rodin samengewoond. Het eerste grote beeld dat ze in 1892 in haar eigen atelier maakte, laat een alleszins uitgerijpte kunstenaar zien. In dat jaar ontstond het beeld 'La Valse' dat een tedere belangstelling voor muziek en ritme belichaamt in twee samengestrengelde figuren. Claudel is, hoewel niet onberoerd door de afloop van haar relatie met haar leermeester, op dat moment een eigen weg ingeslagen die haar zelfbewust maakte.
Rodin zocht het in een hoogst plastische uitdrukking van sensualiteit, van een fysieke en daardoor bijna tastbare verheerlijking van het lichaam, die zijn uitweg vond in een krachtige monumentale aanpak. Claudel daarentegen voerde haar gevoeligheid op en vond een eigen stijl in de emotionele verwerking van grote thema's, het leven, de liefde en de dood. Daarenboven toonde ze zich in elk beeld van haar meest kwetsbare kant, juist om zich niet te willen verschuilen achter wat tot een cliché had kunnen uitgroeien.
Haar ontwikkeling als kunstenaar is helaas van korte duur geweest. Tussen haar eerste lessen aan de Academie Colarossi in Parijs in 1881 en haar opname in een inrichting, liggen dertig jaren. Claudel heeft tussen de eerste dag van haar opname in 1913 en haar dood in 1943 geen enkel beeld meer gemaakt. De vele liefhebbers van haar werk moeten het dan ook doen met de productie die in musea en in particulier bezit is terechtgekomen. Zelfs een bedevaart naar haar graf zit er niet meer in. Haar graf op de begraafplaats van het dorpje Montfavet (bij Avignon) is in alle stilte geruimd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.