*

 

'Onze Hamlet is de tijdgeest te slim af'

Arend Evenhuis − 20/01/01, 00:00

opinie De vraag wie de hoofdrol zou spelen, kwam tussen regisseur Jan Ritsema en theatercollectief 't Barre Land niet eens aan de orde. In hun 'Hamlet' staan drie Deense prinsen op het toneel, zoals er ook drie Horatio's en drie Ophelia's opdoemen.

Waarom Hamlets enige vriend en vertrouweling Horatio - die welbeschouwd niets anders doet dan rondhangen en aanhoren - tot en met het laatste bedrijf niet ingrijpt? Regisseur Jan Ritsema blikt verstoord. Uitgerekend de verkeerde vraag. Met zoetwaterpsychologie moet je niet bij hem aankomen, en zeker niet als het zijn Hamlet-enscenering betreft. Overigens: ,,Horatio als Hamlets beste vriend? Dat moet je ook niet overdrijven. Hamlet wantrouwt iedereen, hij vraagt al bij de eerste begroeting wat Horatio vanuit Wittenberg komt doen en wat hij in Denemarken te zoeken heeft.''

En nee, de hovelingen Rosencrantz & Guildenstern zijn geen slaafse spionlakeien, maar hebben een gewiekste tekst met Hamlet. ,,Er zijn geen domme mensen in het stuk. Ook al laten zij zich door de koning gebruiken, zijn Rosencrantz & Guildenstern geen domme gansjes want hun teksten zijn slim.''

Daarmee is Ritsema's verhaal eigenlijk verteld. Hij regisseert 'Hamlet' met het theatercollectief 't Barre Land bij het Brusselse Kaaitheater vanwege de taal, de taal en nog eens de taal. Niet 'het Hamletverhaaltje', maar 'het hoofd van Shakespeare' heeft zijn voorkeur. Ritsema probeert te achterhalen wat voor losse aantekeningbriefjes Shakespeare al schrijvend aan de tragedie op zijn bureau had. Daaruit kan maar één conclusie voortkomen: 'het zoeken naar waarheid is een uitermate zinloze bezigheid'.

,,'Hamlet' is een essay over zijn en schijn'', duidt Ritsema. ,,Elke scène is een gestalte van schijn. Het summum van een schijnvertoning is 'de waarheid' door een geest te laten zeggen. Terecht twijfelt Hamlet daar aan.''

,,We zijn steeds op zoek naar een heldere manier van spelen, waarin de acteur spreekt alsof het zijn eigen woorden zijn die de rol hem in de mond legt. Let op de klemtonen: het spel moet 'echt' lijken, echt lijken, maar niet zijn. We spelen zo 'waar' mogelijk. Aangezien ik erg van taal houd, regisseer ik met mijn oren, niet met mijn ogen. We spelen het stuk integraal, er is geen regel geschrapt, in tweeënhalf uur. Nee, niet op een holletje, maar: helder. Het is heel plezierig om met 't Barre Land te werken, omdat zij exact snappen wanneer het goed is en waar we het willen hebben. Die verwantschap is meteen ook een nadeel: de spelers horen zelf meteen wanneer het goed is of niet. Zij hebben mij niet als kompas, maar als monteur van de principes nodig.''

't Barre Land speelt zelden met regisseurs; de spelers regisseren en dramatiseren elkaar, en hanteren doorgaans ook hun eigen vertalingen. Ook tijdens de 'Hamlet'-repetities bleven de acteurs elkaar aanwijzigingen geven. Luchthartig en frivool, maar terzake. 'Moet er nou geen Liedje op de Tijd in?' 'Let it be'? 'Time is on our side'? 'Ik dacht: misschien moet je die Fortinbras wel op z'n Frans uitspreken. Fortienne-brââh'. 'Hamlet zou een fantastische advocaat zijn geweest, hij spreekt zichzelf helemaal vrij.'

Regisseur Ritsema laat de Barre Landers begaan, en stuurt mondjesmaat bij. Acteur Martijn Nieuwerf, in het dodelijke degengevecht verwikkeld, krijgt te horen dat hij niet moet zeggen: 'De hemel zal je vrijspreken', maar: 'De hemel zal je vrijspreken'.

Na de repetities gaat aan de maaltijd het 'Hamlet'-overleg onverdroten voort. De spelers Czeslaw de Wijs en Ingejan Ligthart Schenk roemen het 'snelvoetig denken' van Hamlet dat zich ook in de Barre Landtroupe openbaart, zeggen naar de 'rafels' in de tragedie te zoeken zoals ze dat in elk toneelstuk doen, zijn verrast over de hoeveelheid echo's in het stuk, beschouwen hun 'Hamlet' niet als klassieke orkestratie maar eerder als jazz en dan nadrukkelijk niet-geïmproviseerde jazz, erkennen het gevaar van flegmatisme maar zijn allerminst bevreesd voor overmatige soberheid: ,,Ook de toeschouwers moeten erg hun best doen.''

Al vroeg was duidelijk dat de vraag 'Wie gaat Hamlet spelen?' in de samenwerking tussen Ritsema en 't Barre Land niet aan de orde is. Er staan steeds drie Hamlets op het toneel, zoals er ook drie Ophelia's, drie Horatio's, drie Claudiussen en drie Gertrudes zijn, die door steeds drie elkaar net niet overlappende acteurs worden gespeeld. Nog in dezelfde monoloog of dialoog neemt de tweede of derde acteur de woorden van hetzelfde personage over. Dat komt voort uit de liefde voor taal die Ritsema en de Barre Landers met elkaar delen.

,,Hamlet is bij ons niet het zielige, amechtige jongetje, niet de twijfelzieke slapjanus vol zelfbeklag, de goetheaans/freudiaans lijdende Werther zoals die de afgelopen 150 jaar stelselmatig op het toneel verscheen. Hamlet als slachtoffer van een generatieconflict - met zo'n beperkte visie op het stuk kan ik niets. Hoewel ik me niet buiten de tijdgeest wil scharen, hopen wij met onze 'Hamlet' de tijdgeest te slim af zijn. Hamlet is bij ons, net als de andere personages, een rationalist met beargumenteerde betogen. Ophelia speelt bij ons onder één hoedje met Hamlet, ze speelt mee dat Hamlet 'gek' is geworden.''

Of die driedubbele rolbezetting voor hetzelfde personage geen onnodige verwarring oplevert? Ritsema: ,,Dat moet het niet worden. Het moet helder blijven zonder in stemmetjes te vervallen. Wát zegt iemand? De muziek van spreken als koning Claudius een staatstoespraak houdt, is anders dan de woede waarmee de geest Hamlet toespreekt. Ik hou niet van kleuring, en al helemaal niet van 'emotionele kleuren'. Want dan doop je een pakketje tekst in vrolijkheid of droefenis. Het moet er 'uit zichzelf' uitkomen. De taal moet het zeggen. Het gaat niet om kleuring, maar om dynamiek. Ik doe ook niet aan esthetische of ethische kadering, want dan is Hamlet louter of goed of slecht. Het gaat erom inzicht in alle argumenten te geven.''

Met hun minieme motoriek (de schermwedstrijd wordt zonder degens letterlijk en figuurlijk in een handomdraai uitgevoerd: razendsnel en alsof de acteurs broodkruimels aan de eendjes voeren), vrijwel afwezige stemverheffingen en vaak ronduit mompelend praten ('Verraad, verraad! Verrekte Deen!', weerklinkt zelfs fluisterend), valt de Barre Landstijl met 'ogenschijnlijke terloopsheid' te karakteriseren.

Maar dat is Ritsema niet zuiver genoeg: ,,Dat suggereert laconiekheid en ironie. En dat proberen we in te perken, want dat heeft een zeker gemak in zich. Noem het 'plaatsvervangend spelen', of: met droge ogen liegen. Die manier van toneelspelen vergt oefening, want die slaagt alleen als je weet wat er staat. Of beter nog: 'denkend spelen'. Je biedt een tekst aan je medespeler aan. De ene acteur moet het tegen de andere acteur (en niet tegen Hamlet of Ophelia) zeggen alsof die het ter plekke vindt en verzint.

'Tonend spelen', noemde Brecht dat. Je zet de rol naast je neer, je wórdt het personage niet. Ik wil proberen dat het stuk als een wolk boven de spelers hangt.''

Ritsema trok voor de metrische vertaling Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes aan. In bestaande Shakespearevertalingen trof hij veel slordigheden, ouderwetsheid en interpretaties aan.

,,Ik heb de vertalers expliciet gevraagd om aandacht te besteden aan Shakespeares rijke taal, aan zijn argumenten en redeneringen. En ik vroeg ook om geen leuke of gewiekste vertaling te maken, maar om dicht bij het origineel te blijven.'' Ritsema volgde de vorderende vertaling op de voet en gaf 'soms commentaar, vaak niet'.

Zodoende leggen de vertalers Hamlet niet in de mond:

'Tis of

Tisni

Daddist.',

zoals in de Vlaamse Toneelhuisversie van Jan Decorte die gelijktijdig met de Kaaitheater-Hamlet in première gaat,

maar: 'Zijn of niet zijn, dat is de vraag'.

Waaraan de spelers van 't Barre Land dan meteen toevoegen: ,,Bij ons is dat overigens niet de vraag, omdat het gaat om het gebied ertussen en hoe je daarmee omgaat.''

mailIcon print |