recensie In de debuutbundel, 'De code', liet de Vlaming Peter Terrin zien dat hij veel ongezegd durfde te laten. De gewone wereld van gewone mensen gaf hij een kleine draai, en plots werd hun leefomgeving bizar, somber en dreigend.
In zijn roman 'Kras' probeert hij opnieuw een dergelijke wereld op te roepen. Aanvankelijk met succes. Met grote terughoudendheid introduceert hij Firmin, Jozef en Roger, drie mannen van tegen de zeventig die hun leven slijten in een troosteloos appartementsgebouw in een buitenwijk van een stad. Hun dagelijkse verzetje is de 'inkom', de ontvangstruimte van het complex. Daar komen de mannen bij elkaar, roken wat en bediscussiëren de komende lottotrekking. Ze leven op wanneer een lekkere, volslanke schoonmaakster met gevoel voor humor hun oude dikke poetster komt aflossen.
Met de komst van poetster Rosita neemt het boek een absurde wending. Maar verontrustend wordt het nergens. Banaal wel. Rosita weet de mannen het hoofd op hol te brengen: ze kleden zich plots paasbest, sloven zich voor haar uit. Oude haantjes vol nieuw elan. Maar gaandeweg wordt duidelijk dat geen van de mannen kan teren op een geweldig seksverleden. 'Kras' kent veel frustratie die maar geen verdriet wil worden. Maar die wel tot uitbarsting komt wanneer de langverwachte lottotrekking niet het gewenste resultaat brengt. Rosita is het voor de hand liggende slachtoffer. De voorspelbare verkrachtingsscène is goed en koud beschreven: ,,Hij propte een deel van mijn topje in mijn mond. Ik kokhalsde. 'Teef,' zei hij. Zijn stem klonk ijzig kalm. Hij boog zich over me heen. Hij bracht zijn mond naar mijn rechterborst, beet.'' Maar een stuk of wat goede regels, is dat genoeg ter rechtvaardiging van een roman?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.