*

 

Late rehabilitatie voor eerste martelares Tekla

Cokky van Limpt − 23/02/01, 00:00

recensie Haar hoofd is in Milaan, een arm in Barcelona en andere lichaamsdelen bevinden zich in Chartres, Bologna en Keulen, maar de officiële heiligenkalender van de rooms-katholieke kerk is haar naam kwijt. In de vroege christenheid uitgeroepen tot 'eerste martelares' en in de oosterse kerken nog immer vereerd als 'aartsmartelares en gelijke der apostelen', moest de heilige Tekla door de rk gelovigen kennelijk worden vergeten. In 1969, na het Tweede Vaticaans Concilie, werd haar naam letterlijk geschrapt uit het missaal en haar feestdag -23 september- doorgehaald op de heiligenkalender.

Toen de Duitse theologe Anne Jensen, hoogleraar oecumenische theologie en patristiek aan de universiteit van Graz, zich ging verdiepen in de figuur van Tekla, verbaasde dit haar zeer. Juist het op vernieuwing en modernisering van de kerk gerichte Vaticanum II had de grootste vrouwelijke heilige van de christelijke begintijd -in de vierde eeuw was er in Zuidoost-Azië sprake van een omvangrijke Tekla-cultus- stilletjes afgevoerd.

Ze schreef het Vaticaan een brief om de redenen van deze verdwijntruc te achterhalen. Prof.dr. Ambrosius Eszer, relator van de Congregatie voor de zalig- en heiligverklaringen, antwoordde haar dat Tekla weliswaar 'zonder opgaaf van redenen' was geschrapt, maar 'dat die wel voor de hand lagen': ,,Zelfs al was er kennelijk zo'n soort Tekla geweest, dan nog was alles veel te onzeker om daarop een feest voor de hele kerk te baseren.''

In de officiële canon van het Nieuwe Testament komt de naam van Tekla -'de door God geroepene'- niet voor, maar in de 'Handelingen van Paulus' is zij een prominente gestalte. Dit apocriefe geschrift van eind tweede, begin derde eeuw werd, toen de canon van de vroege kerk nog 'open' was, in veel gemeenten als een boek van de Schrift behandeld. Ook van de apostelen Petrus, Johannes, Tomas en Andreas zijn dergelijke apocriefe Handelingen bekend. Onlangs verscheen van de hand van de Groningse emeritus-hoogleraar A.F.J. Klijn een nieuwe uitgave van deze vijf geschriften.

In de apocriefe Handelingen worden verhalen verteld over de zendingsreizen van de vijf apostelen, ingekleurd door de cultuur en tradities van de plaatsen waar zij onderweg het nieuwe geloof zouden hebben gepredikt. Verrassende verhalen, vindt Klijn, en zeker de moeite van het lezen waard, maar wél fictie, vrijwel geheel berustend op de fantasie van de schrijvers en schaarse overleveringen.

Jensen bestrijdt deze opvatting van Klijn (en vele anderen) in haar studie over Tekla. Minutieus probeert zij aan de hand van talloze historische bronnen waarheid en verzinsel in het verhaal van Tekla te onderscheiden. Bij deze exercitie meent zij meer waarheid te ontdekken dan veel van haar collega-onderzoekers, voor wie het verhaal niet meer is dan een 'lieftallige legende'. Jensen wil Tekla de plaats en de eer geven, die haar in haar ogen toekomen. En dat is veeleer die van een autonome, actief en zelfstandig opererende apostel dan die van de martelares en maagd waartoe zij in de loop der eeuwen is vervaagd.

Kort samengevat gaat het Tekla-verhaal als volgt. De apostel Paulus komt aan in Ikonium, het huidige Konya in Midden-Turkije, en predikt daar in een huisgemeente over kuisheid en wederopstanding. De maagd Tekla, uitgehuwelijkt aan Tamyris, luistert vanuit een aangrenzend huis door het raam mee en komt onmiddellijk tot geloof. Ze ziet af van het huwelijk met Tamyris, die vervolgens Paulus aanklaagt bij de stadhouder. Paulus wordt in de gevangenis gegooid, Tekla gaat 's nachts naar hem toe. De volgende dag wordt Paulus gegijzeld en uit de stad verdreven. Tekla wordt veroordeeld tot de brandstapel. Maar God zorgt voor een wolkbreuk, het vuur dooft en Tekla is gered.

Dan volgt een tweede ontmoeting met Paulus, buiten Ikonium. Tekla zegt hem te willen volgen en vraagt om de doop, maar Paulus maant haar tot geduld. Ze gaat met hem mee naar Antiochië, de plaats van haar tweede martelaarschap. Ze wordt belaagd door ene Alexander, maar scheurt zijn bovenkleed en bespot hem. Vernederd laat hij haar voor de stadhouder leiden, die Tekla veroordeelt tot het dierengevecht. Leeuwen en beren worden op haar afgestuurd, maar ze blijft ongedeerd. Dan springt zij in een vijver vol woeste robben en doopt zichzelf.

De stadhouder laat haar vrij, waarna Tekla weer op zoek gaat naar Paulus. Ze vindt hem in Myra, ze praten bij en Tekla gaat met instemming van Paulus terug naar Ikonium om daar het woord van God te onderwijzen. Het verhaal eindigt in Seleucië, het huidige Silifke in Zuidoost-Turkije, waar ze 'velen verlichtte door het woord van God en vervolgens zacht in de dood ontsliep'.

In alle apocriefe Handelingen van de apostelen komen 'kuisheidsverhalen' voor: onder invloed van de prediking van de apostelen onttrekken vrouwen zich aan de omgang met hun mannen of besluiten ze helemaal niet te trouwen, en voegen zij zich in het gevolg van de betreffende apostel. Maar het Tekla-verhaal verschilt volgens Jensen op een aantal punten wezenlijk van het bekende schema van de kuisheidsgeschiedenissen. Niet de apostel Paulus, die Tekla tot onthouding 'verleidt', wordt tot het martelaarschap veroordeeld, maar Tekla zelf. En geen andere vrouw dan Tekla wordt in de Handelingen gekarakteriseerd als actieve apostel, die net als Paulus het woord van God wil verkondigen en dat ook doet.

Naar alle waarschijnlijkheid, stelt Jensen, liggen aan het Tekla-verhaal herinneringen aan een historische vrouw ten grondslag -zelfs de vrouwonvriendelijke vroege-kerkjurist Tertullianus trekt niet in twijfel dat Tekla werkelijk heeft bestaan. Bovendien wordt in de traditie van de vroege christelijke kerk steeds naar haar verwezen als naar een bijbelse persoon. En ten slotte is Tekla ook de enige vrouw uit de Handelingen van de apostelen om wie zich een cultus heeft ontwikkeld, die zich volgens Anne Jensen zeker kan meten met de later ontstane Mariaverering.

Veel onderzoekers hebben beweerd dat Tekla haar roem vooral te danken heeft aan haar contact met Paulus. Jensen is het daar niet mee eens en verdedigt liever de stelling dat de integratie van Tekla's verhaal in de Handelingen van Paulus het aanzien van de vrouwelijke apostel heeft geschaad en haar roem verminderd, wat ten slotte leidde tot haar verdwijning uit het geheugen van de westerse kerk.

mailIcon print |