opinie AMSTERDAM - ,,Shakespeare, Voltaire en ik.'' Nee, aan eigenwaan mankeert het theatermaker Bruscon allerminst, zoals hij zich in één adem vergelijkt met de groten der aarde en afgeeft op de rest der mensheid.
Eigenwaan is ook de inzet van de grote zaalversie van Thomas Bernhards 'De Theatermaker' (1985), die Het Toneelhuis nu vanuit Antwerpen door de lage landen laat reizen. Niks geen miezerige dorpszaaltjes, waar hij eigenlijk smartengeld zou moeten krijgen voor het simpele feit dát hij daar optreedt, maar op heuse schouwburgpodia mag deze Vlaamse theatermaker tekeergaan tegen alles waarover hij zich kan opwinden, over vrouwen en vetogen in de soep, over Oostenrijk en het theater. Met een podiumvullende gestiek en een stentorstem, die een Jerôme Reehuis in de gedachten roept, bereikt titelrolvertolker Vic de Wachter moeiteloos de verste uithoeken in de zaal als een brallende theatermaker zonder weerga. Dat deze Bruscon ooit een gevierd repertoirespeler was, geloof je zo. Waarom hij dan nu veroordeeld is tot onbetekenende provincieplaatsjes en gehuchten, is een prangende vraag.
Tijdens de door andere personages nauwelijks onderbroken scheldkanonnade heb ik me dat nooit eerder afgevraagd. Het is juist het vanzelfsprekende van dat gegeven, dat de teleurstelling en wrok in de met haat gevulde monoloog laat doorklinken, zodat je ondanks het lachwekkende aan situatie en woede-uitval deernis met de man en het failliet van zijn carrière voelt. Hier bekruipt me zo'n gevoel van mededogen niet. Deze Bruscon ontpopt zich als niet veel meer dan een familietiran, die vrouw en kinderen op een heilloze tournee van zijn zelfgeschreven stuk 'Rad der geschiedenis' meesleept en voor talentloos en dom uitmaakt. Dat zij zich dat laten welgevallen verbaast tegelijk van een dochter die pesterig de lippen opeen klemt om niet weer eens te moeten zeggen dat haar vader de beste acteur aller tijden is, en van een echtgenote die zich een al even pesterig hoestje heeft aangemeten.
Han Kerckhoffs, die met deze 'Theatermaker' zijn professionele regiedebuut maakt, heeft veel aandacht aan de bijrollen geschonken. Voortdurend is ergens op het toneel wel iemand bezig met een handeling die ofwel hem aanwezigheid verschaft ofwel commentaar geeft op de situatie en de titelheld. Een waard die vergenoegd de tirade aanhoort alsof ze samen aan de tap staan, een zoon die de toneelgordijnen ophangt, een meisje met een afgeplakt oog dat verveeld wiegend haar walkman verkiest boven die rare smoeshaan. De bezigheden worden door de acteurs dankbaar en met gevoel voor humor opgepakt. Dat kleedt de voorstelling aan, maar leidt ook af. Van de tekst welteverstaan, alsof het er minder toe doet wat Bernhard te betogen heeft.
Met de podiumbrede tapkast, de vele rijen uitgeklapte stoeltjes en de door decorontwerper André Joosten uit 'Minetti' (een eerder dit seizoen gespeelde Bernhard door De Appel) meegenomen bollampen, die een in weekeinden goed florerende danszaal suggereren, lijkt 'De Theatermaker' me wat te breed uitgemeten.
Over alles is goed nagedacht, maar het venijn is er een beetje uit weggemasseerd. We zien een man die zich met wellust in eigenwaan wentelt, maar tragiek kiert er niet doorheen, laat staan de cynische kijk van Bernhard op de wereld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.