*

 

Geen nieuwe 'Bohème' maar een nieuwe Bocelli

Peter van der Lint − 18/01/01, 00:00

recensie In de platenzaak hoorde ik laatst de ene mevrouw opgewonden tegen de andere zeggen: ,,Kijk, daar ligt zijn nieuwe!' Ze wees daarbij op een gloednieuwe complete opname van Puccini's 'La Bohème' waarin de rol van Rodolfo gezongen wordt door de populistische tenor Andrea Bocelli. Die mevrouw gaf met haar woorden exact aan waar het de platenmaatschappij met deze uitgave om te doen is, namelijk niet zozeer een nieuwe 'Bohème', maar een nieuwe Bocelli. Hoe valt anders te verklaren dat zo kort op de succesvolle Decca-uitgave van dezelfde opera onder leiding van Riccardo Chailly (amper twee jaar oud) alweer een andere Decca-'Bohème' in de schappen ligt. Het is dit soort 'planning' dat mede oorzaak is van het feit dat het op dit moment zo slecht gaat op de klassieke cd-markt. Er zijn jarenlang gewoonweg te veel opnamen van hetzelfde over de consument heen gestort.

De uitgave (LA BOHÈME - Decca 464060-2, 2 cd's) betekent het debuut van Bocelli in een complete opera-opname. Eerder trad hij in het Zuid-Italiaanse Cagliari al scenisch op in dezelfde rol; een hele prestatie gezien het feit dat de blinde tenor geen enkel visueel contact met de dirigent had en door collega's over het toneel geleid moest worden. In de opname houdt Bocelli zich redelijk staande tussen de andere 'echte' operazangers - allemaal Italianen overigens en dat komt de teksten zeker ten goede.

Bocelli's Mimì is Barbara Frittoli, die zich in een interview nogal koel uitliet over haar collega. ,,Ik denk dat er een probleem ontstaat als je zowel popzanger als operazanger wilt zijn. Je bent of het ene of het andere', meldde zij. Er zit wat in haar uitlatingen en het is moeilijk te zeggen hoe de microfoonstem van Bocelli in de akoestische omgeving van een operahuis klinkt. Zijn opvallend nasale geluid is aan de lichte kant en hij heeft beslist problemen in de passaggio, daar waar zijn stem van borstregister naar kopstem wisselt. Gelukkig overdrijft hij de karakterisering nergens, maar tegelijkertijd heeft hij weinig aandacht voor Puccini's gedetailleerde fraseringen en accentjes. En soms klinkt hij gewoon moe en zwak, alsof hij het allemaal maar net aankan.

Frittoli is een aandoenlijke, zij het soms verontrustend vibrerende Mimì en Paolo Gavanelli klinkt hol en wobbelig als Marcello. Ook in de overige rollen geen werkelijk opzienbarende ontdekkingen die aanschaf van het nieuwe cd-boxje noodzakelijk maken. Zubin Mehta leidt het Israëlisch Philharmonisch Orkest met overwicht door de partituur, maar zijn tempo-keuzes roepen vragen op en veronderstellen allerminst het bruisend-jeugdige kunstenaars- en studentenmilieu dat Puccini 105 jaar geleden zo treffend in noten ving.

mailIcon print |