*

 

Kunst voor passanten zijn

Karin van Munster − 20/01/01, 00:00

Er honderd keer langsrijden en iedere keer weer denken: wat zou dat toch zijn? Wie heeft dat gemaakt? Het is toch wel kunst? Van weinig beelden buiten de bebouwde kom, langs snelwegen en provinciale wegen, op rotondes en langs het spoor, weten we het fijne. Vanaf vandaag belicht Trouw wekelijks een beeld in de berm.

Monumentale kunst buiten de bebouwde kom wacht soms een treurig lot. Het beeld wordt op een goede dag geplaatst, meestal via een complete operatie met hijskranen en graafwerk om het stevig in de grond te verankeren. Maar dan: geen onthulling, geen champagne, en zelfs geen bordje erbij met de titel en de maker. Dat laatste heeft ook weinig zin, want het voorbij razende verkeer mag vaak niet eens stoppen om het kunstwerk nader te beschouwen. Daarna blijft het beeld tot in lengte van dagen een anonieme blikvanger, bij de één ergernis opwekkend, voor de ander een bron van plezier.

Toch komt er steeds meer kunst langs de weg. Soms op initiatief van de provincie, dan weer van Rijkswaterstaat of een gemeente. Sommige provincies vinden dat er eigenlijk bij de aanleg van wegen een eenprocentsregeling zou moeten komen, net als in de bouw. Eén procent van het bedrag dat opgaat aan de aanleg van een nieuwe weg, zou besteed moeten worden aan een nieuw kunstwerk langs die weg.

Flevoland bijvoorbeeld, hecht veel waarde aan beeldende kunst in het landschap. De afgelopen twintig jaar hebben ze bijna 60 kunstwerken her en der in het nieuwe land geplaatst. Nergens in Nederland krijgt kunst zo mooi de ruimte. Vooral langs de A6. Geen automobilist kan ze over het hoofd zien: de olifanten, de groene tong en het huisje met de schoorsteen. Maar van wie zijn deze beeldhouwwerken? En is er meer aan de hand dan we kunnen zien? In deze eerste aflevering van Beeld in de Berm belichten we drie beelden langs de A6 tussen Almere en Lelystad. Vanaf volgende week zaterdag telkens één beeld, ergens in een berm in Nederland.

Waar: Knooppunt A27/A6

Wat: Olifanten, 1999

Van wie: Tom Claassen (Heerlen, 1964)

En verder: Hoewel ze geen slagtanden hebben, niet de typerende nagels aan hun voeten en nergens huidplooien, zijn ze toch onmiddellijk herkenbaar als olifanten. Vijf grote knuffels langs de snelweg. Gemaakt van stalen balken, staaldraad, piepschuim en spuitbeton. En toch aaibaar, lijkt het. Volgens Claassen zelf zijn het dingen die op afstand aan een olifant doen denken, maar dat is wel erg zwak uitgedrukt. Niemand zal ook maar één moment aan iets anders denken dan aan een kudde olifanten, als hij langs dit grijze vijftal rijdt. Doordat ze allemaal in een andere richting gedraaid staan, laten ze zich van alle kanten bekijken.

Zeven meter hoog, zeven meter breed en elf meter lang zijn de maten - per dier. Het project was begroot op acht ton, maar werd een tikkie duurder door een ongelukkige brand. Het piepschuim waarmee de vormen werden opgebouwd, vloog in brand en twee olifanten raakten ernstig beschadigd.

Nu staan ze veilig in beton gegoten, brengen kinderen in verrukking en volwassenen in verwarring.

Beeldhouwer Tom Claassen heeft meer abstracties van dieren in de openbare ruimte neergezet. Op een dak in Haarlem zitten vier kolossale mussen met paarlenkettingen om, in Utrecht staat een gietijzeren paard en voor de sluis bij IJburg bevinden zich twee nijlpaarden in de ontwerpfase.

Er honderd keer langsrijden en iedere keer weer denken: wat zou het toch

Waar: Knardijk/A6

Wat: De tong van Lucifer, 1993

Van wie: R.W. van de Wint (1942)

En verder: Van een afstand is dit groen koperen beeld net een ci-pres, overgeheveld uit de heuvels van Toscane naar de kale uitgestrektheid van de Knardijk. Zou het een ronde vorm zijn, die ovaal ljkt doordat je er schuin tegen aankijkt? Pas na een aantal keren langsrijden, ontdek je dat dit niet zo is. Het negen meter hoge beeld bestaat uit een platte, maar zuiver ovale constructie, omwikkeld met dikke koperdraden zoals bij een dynamo. Door de oxidatie van het koper heeft het object z'n groene kleur gekregen. Omdat de reusachtige ovaal wel iets weg heeft van een tong, bedacht de kunstenaar dat het een beeld van de tong van Lucifer zou kunnen zijn, de gevallen engel die naar de hemel likt. Bovendien bedacht hij dat het mooi zou zijn wanneer het koper bij onweer de bliksem zou aantrekken, en dat dan de hele constructie in een ander beeld uit elkaar zou spatten. Dit idee is onderzocht en tot opluchting van de provincie Flevoland (de opdrachtgever voor dit beeld) onmogelijk gebleken. Wel is het beeld een tijdje van zijn plek verdwenen toen de dijk moest worden opgehoogd. Gelukkig kon het voorbijsnellende publiek na verloop van tijd constateren dat de groene tong weer terug was.

Zowel de ovale vorm als het gebruik van koperdraden zijn terugkerende elementen in het werk van R.W. van de Wint. Varianten zijn te zien in een kunstproject in een oud duingebied bij Den Helder, waar de kunstenaar een soort laboratorium voor zijn werk heeft ingericht. Hier experimenteert hij met bouwsels, sculpturen en schilderijen en af en toe ontstaat er iets wat geschikt is om elders in het land een plek te krijgen.

Waar: A6/Ketelbrug

Wat: Monument Noordoostpolder, 1993

Van wie: F. Bolink (1943) en G. Koopman (1938)

En verder: Dit bakstenen huisje heeft een omtrek van drie bij acht meter. Een mooie maat, dachten de ontwerpers Bolink en Koopman, maar later bleek dat dit ook nog eens exact de maat was van de kavels in de Noordoostpolder, zoals die ruim vijftig jaar geleden bij oplevering van de nieuwe polder, werden verkocht. Dat kregen we dus cadeau, zegt Bolink. Het ketelhuisje, zoals iedereen het kunstwerk noemt, is gemetseld van baksteen en in baksteenkleur gevoegd, zodat het huisje één brok steen lijkt. Ook de aluminium rookpluim uit de schooorsteen heeft een roodbruine kleur en ziet er daardoor onbeweeglijk uit. Toch draait de rookpluim mee in de richting van wind. Het huisje is ontworpen als een monument voor de Noordoostpolder en staat als het ware op de bodem van de zee, terwijl het bootje op de rookpluim op voormalige waterhoogte tegen de wind in vaart; symbool voor het schijnbaar onmogelijke karwei om van zee een stuk land te maken.

Er is nog meer vreemd aan dit ogenschijnlijk gewone bakstenen huisje. De muren zijn zo gemaakt dat, van welke kant je het ook bekijkt, het hele bouwsel van een afstand plat lijkt, alsof het getekend is. Pas dichterbij gekomen zie je dat het wel degelijk een driedimensinaal bouwwerk is, spottend met alle verwachtingen over perspectief.

F. Bolink en G. Koopman zijn van huis uit architecten, maar vinden het eigenlijk leuker om beelden te maken. Vooral in Twente, de streek waar dit duo woont, zijn verschillende kunstwerken van hen te vinden.

Ze maken het liefst herkenbare dingen, waar bij nader inzien iets wonderlijks mee aan de hand is. Zo maakten ze twaalf bomen van glas (Enschede), twee hoofden met een loopbrug (Hellendoorn) en een paard dat halverwege kar wordt (Deventer).

mailIcon print |