recensie AMSTERDAM - Op de kermis kocht je vroeger een zuurstok die steevast een zoetstok bleek te zijn. Iets dergelijks is aan de hand met de derde symfonie van Sergei Rachmaninov, die afgelopen woensdag op de lessenaars stond van het Koninklijk Concertgebouworkest. Rachmaninovs Derde is een symfonie vermomd als caleidoscoop van filmische muziekflarden. Het is een veel te dik uitgesponnen suikerspin, al zullen sommigen eerder een associatie krijgen met een vette bamibal.
Na een veelbelovende eerste symfonie, die moeilijk was en dus slecht ontvangen werd, bleef het een jaartje of tien stil in Rachmaninovs hoofd. Zijn Tweede werd in 1907 echter bijzonder goed ontvangen. Niet verwonderlijk, want behagen kon Rachmaninov ook en hij stopte zijn nieuwste werk vol met nostalgisch klinkende melodieën. Veel mensen kunnen er niet tegen, voelen zich overvoerd met zoetigheid. En toch hebben de grote dirigenten der aarde zich ingezet voor deze symfonie. Van Mravinsky tot Kondrasjin en van Gergjev tot Ashkenazy, die zo'n twintig jaar terug alle Rachmaninov-symfonieën met het Concertgebouworkest uitvoerde en opnam.
Meerwaarde
Er zal dus toch wel meer in het werk zitten dan behaagzieke nostalgie alleen. Een goed uur duurt de symfonie, die in elk geval via thematische verbindingen door alle vier de delen heen een opvallende structuur heeft. Ricardo Chailly, die het Concertgebouw woensdagavond met grote inzet dirigeerde, wist die verbanden goed bloot te leggen. Maar ook hij kon toch niet hoorbaar maken wat dan volgens sommigen de meerwaarde van Rachmaninovs Tweede is. Zeker, Rachmaninov orkestreerde verbluffend goed en hij wist donders goed hoe je een meeslepende melodie ontvouwde, maar dat is voor een vol uur symfonische muziek toch te weinig.
Met de uitvoering op zich was hoegenaamd niets mis. Rachmaninov en Chailly gaven de verschillende instrumentengroepen prachtige kansen die met graagte werden gegrepen. Jacques Meertens blies een opvallend mooie klarinetsolo (Chailly zette hem terecht in de bloemen aan het slot) en ook in de kopersectie werd meesterlijk gespeeld. Chailly zelf kon zich lekker laten gaan in deze echte dirigentensymfonie.
Vreemd
Al met al was het een wat vreemd programma. Voor de pauze werd de suite uit Manuel de Falla's ballet 'El Sombrero de tres picos' gespeeld. Nauwelijks een half uurtje duurt deze suite, die gemakkelijk uitgebreid had kunnen worden met de overige instrumentale en vocale delen.
Hoe dan ook was de evocatie van de Spaanse sferen bij Chailly in meesterlijke handen. Een dergelijke, ritmische en verzadigde partituur is een kolfje naar zijn hand. Schitterend hoe hij in de Farruca-dans van de molenaar de repeterende noten als het ware tegenhield in een geweldig uitgespeeld portato. Ook hier speelde het orkest in topvorm.
Met dit programma en met de combinatie Strauss-Metamorphosen/Mahler-Vijfde symfonie zal het orkest vanaf volgende week woensdag optreden in Buenos Aires, Rio de Janeiro en Sao Paulo.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.