*

 

Hoppa, Hermine, ervandoor!

ONNO BLOM − 09/02/96, 00:00

recensie Hermine Landvreugd: Margaretha bleef het langst liggen. De Bezige Bij, Amsterdam; 150 blz. - ¿ 29,50.

Carvers zin gaf inderdaad - zij het ironisch - weer hoe de meeste karakters uit 'Het zilveren theeëi' een sterk verlangen tentoonspreidden naar een baanbrekende verandering in hun leven. Dit verlangen bleek steeds tevergeefs. Ondanks een stevige dosis seks en geweld gebeurde er in Landvreugds verhalen bitter weinig. Haar personages konden slechts hopen op 'iets', maar kwamen altijd bedrogen uit.

In het eerste van de twee verhalen uit Landvreugds nieuwe bundel, 'Margaretha bleef het langst liggen', herhaalt zich dit procédé. Een meisje dat in een schietclub werkt, gaat op een avond mee naar huis met Marlow, een nazi-skin. In zijn verschrikkelijk stinkende appartement haalt Marlow een collecterende padvinder binnen, voert het jongetje een XTC-pil en scheert hem kaal. Schijnbaar onaangedaan laat het meisje dit allemaal toe. Sterker nog, eenmaal in de ban van het ritueel stopt ze een smiley-drop half bij zichzelf naar binnen en laat die door het gedrogeerde padvindertje aflikken.

Meer nog dan aan Carver doen deze schokkende gebeurtenissen denken aan 'dirty realist' Bret Easton Ellis. Zijn 'American Psycho' - de bijbel van veel Nix-schrijvers en de redacteuren van het literaire tijdschrift Zoetermeer - gaat alleen nog een stapje verder. Patrick Bateman, de held van Ellis' boek, vermoordt en verkracht er letterlijk op los. Hij nagelt vrouwen aan de grond met een nietpistool, snijdt ze aan stukken, of laat ze langzaam doodvreten door een uitgehongerde rat.

Landvreugd heeft over dit soort geweld in een interview in De Groene Amsterdammer eens gezegd: “Geweld is zinvol voor mensen die geen andere mogelijkheden hebben om iets mee te maken dat ze raakt. Het is een uiting van onvrede en het is handiger als het wordt gericht tegen mensen die zwakker zijn. Het geeft een fysieke kick, eigenlijk is het de herwaardering van een primitieve behoefte. Als de hooggewaardeerde methoden, het gepsychologiseer uit de jaren zeventig en de dialoog uit de jaren tachtig, niet haalbaar zijn, waarom dan niet gewoon rammen?”

En geramd wordt er in 'Margaretha bleef het langst liggen'. De mishandelingen voltrekken zich op de beukende beat van bands als Snoop Doggy Dog en Störkraft: 'Wir sind Deutschlands rechte Polizei, wir machen die Strassen Türkenfrei'. En 'gepsychologiseerd' wordt er dus niet. Het is zelfs opvallend hoe scherp stijl en inhoud contrasteren: de bizarre scènes worden heel koel en registrerend beschreven. Landvreugd levert nauwelijks commentaar op wat haar personage overkomt. Ze heeft eigenlijk alleen maar aandacht voor de buitenkant. Belangrijk is of haar heldin wel de juiste kleren draagt - Reeboks, een bomberjack en Levi's 501 - en of ze Ricki Lake wel op TV kan zien (in 'American Psycho' zijn Armani en de 'Patty Wintershow' steeds onderwerp van gesprek).

In dit holle leven vormt geweld een wanhopige poging de blasé-wereld te veranderen. Het moge duidelijk zijn dat deze poging tot mislukken is gedoemd. Het verhaal eindigt zonder een werkelijke plot of moraal, al zou je kunnen zeggen dat de titel een impliciete boodschap in zich draagt. 'Margaretha bleef het langst liggen' blijkt namelijk te slaan op het lijk van een eenzame travestiet, dat maanden heeft liggen rotten in de flat naast die van de nazi-skin. Daar komt de verschrikkelijke stank vandaan. Zelfs de gruwelijkheden in de flat van de skinhead blijken nog niet 'het ware leven'. Alles kan altijd nog erger.

Het verschil tussen de hel uit het eerste verhaal en de sfeer van rust en geborgenheid in het tweede verhaal is enorm. 'Laatste boot half tien' is een betrekkelijk conventioneel en realistisch verhaal over de seksuele ontluiking van de veertienjarige Marc Rieteco die in een klein dorp op een eiland woont. Hier gebruikt Landvreugd nu juist wel emotie en fantasie om de sfeer van haar verhaal te bepalen.

Deze stijlbreuk heeft een heel vreemd effect, zeker als je - zoals ik heb gedaan - de twee verhalen direct na elkaar leest. De opstandige, rustige, laffe en moedige stemmingen van de kleine Marc zouden misschien best goed zijn na te voelen, ware het niet dat deze 'subtiliteiten' nog worden overschaduwd door de heftige scènes in het voorafgaande verhaal.

Kennelijk heeft Hermine Landvreugd in deze bundel noch in haar stijl, noch in haar onderwerpen een echte keuze willen maken. Ze wendt haar literair talent, waar het tweede verhaal toch hier en daar wel van getuigd, slechts sporadisch aan. De te zeldzame geslaagde momenten van verbeelding worden even abrupt afgebroken als ze zijn begonnen. Het lijkt wel of ze, net als haar personage uit het eerste verhaal, 'overal haar karretje aan wil hangen'.

Het gevolg is dat Landvreugds meanderende schrijfopvatting meer irriteert dan intrigeert. Haar proza doet verlangen naar de heldere lijn, die ze in 'Margaretha bleef het langst liggen' maar af en toe weet te treffen. Maar dit is ogenschijnlijk niet wat Landvreugd wil. Zij volhardt nog in de stelling dat niet kiezen ook een keuze is. Of, zoals ze zelf schrijft: “Het handigste is als je nooit kiest. Als je kiest ga je voor- en nadelen afwegen en maak je het onnodig ingewikkeld. Niet gereedschap zoeken om die slang aan de uitlaat te bevestigen en denken aan je vrouw die je verdriet doet. Zij vindt je straks, je hoofd schuin tegen het zijraam, je gezicht blauw aangelopen. Het beste is als je huis gewoon volstroomt met giftige damp en je stikt in je slaap, zonder eerst allerlei morele oordelen af te wegen. Hoppa, ervandoor.”

mailIcon print |