recensie Paul de Wispelaere heeft zich in de loop der jaren op heel verschillende manieren rekenschap gegeven van zijn leven. Hij deed dat altijd in geschriften, die een onmiskenbaar autobiografisch karakter vertonen, maar tegelijkertijd niet verhullen dat ze een artistieke constructie van het verleden zijn. Het lijkt er op dat deze schrijver van de levensweg die hij aflegt op gezette tijden en vanuit een nieuw gezichtspunt een nieuw ontwerp wil geven. Dat levert natuurlijk veel bekends op, maar ook kunnen de accenten verschoven zijn waardoor de voorstelling van het verleden een verandering ondergaat.
De spanning die er in zijn werk optreedt tussen, kort gezegd, leven en literatuur, tussen werkelijkheid en verbeelding, maakt De Wispelaere ook graag binnen zijn werk zelf tot onderwerp van bespiegeling. Bovendien speelt hij met de vorm en benut hij de suggestie van authenticiteit die uitgaat van bijvoorbeeld de brief, de dagboekachtige notitie of de ik-vorm. Wat die laatste vertelwijze betreft, hij zet daar gewoonlijk direct het vertellen in de derde persoon tegenover, om te benadrukken dat het leven als literatuur of de literatuur als leven wordt gepresenteerd.
In zijn nieuwste roman, 'En de liefste dingen nog verder', vindt de omslag van 'hij' naar 'ik' al na drie bladzijden plaats en lezen we vrijwel meteen: “De 'hij' uit mijn aantekeningen ben ik zelf, maar berust het idee van de identiteit niet op de zekerheid dat morgen de voortzetting van gisteren is?” Telkens weer in deze roman zal de ik-figuur over zichzelf vertellen in de derde persoon en van zichzelf een personage maken: “Lang geleden, een tijd waarin ik van hieruit gezien de rol van een personage lijk te spelen.” Het is een gevarieerde vertelwijze, waar De Wispelaere natuurlijk niet het patent op heeft, maar die hij wel voortreffelijk beheerst en aantrekkelijk doseert.
De roman is opgedragen aan de nagedachtenis van de dichter Herman de Coninck, van wie ook de titel afkomstig is. Het eerste van de drie motto's luidt:
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder. Maar door het verleden wordt het bij elkaar gehouden, als schapen door een herder.
Over dat verleden en over de liefste dingen, maar vooral ook over het leven en de dood, gaat het in deze roman. De Coninck kreeg de dood niet aangezegd: die overviel hem toen hij vorig jaar in Lissabon over straat liep. De bijna zeventigjarige hoofdfiguur van De Wispelaeres roman krijgt te horen dat hij een vorm van bloedkanker heeft en nog hooguit een jaar te leven heeft. De roman is zijn manier om afscheid van de wereld en van zijn leven te nemen: nog één keer vastleggen hoe zijn bestaan is verlopen, oproepen wat geweest is en wie er een rol in gespeeld hebben:
“Voor mezelf ben ik tot het besluit gekomen dat mijn leven de mogelijkheid is om nog een laatste maal verteld te worden, dat het vertellen de mogelijkheid biedt het nog een laatste keer mee te maken. Want op de keper beschouwd: als dat leven al kant-en-klaar zou bestaan, zou ik het niet meer hoeven te beschrijven. Het bestaat pas echt doordat ik het vertel, of beter: ik probeer het te doen bestaan door het op een bepaalde manier te vertellen.”
De roman bestrijkt precies de tijd van een jaar - net als De Wispelaeres roman in dagboekvorm 'Het verkoolde alfabet' - maar binnen dat jaar wordt, weliswaar gefragmenteerd, een heel leven van jeugd tot ouderdom uitgebeeld. Daar komt nog bij dat de persoonlijke geschiedenis steeds geplaatst wordt tegen de achtergrond van de historische omstandigheden, waardoor de roman tevens een indruk geeft van de jaren dertig tot en met de jaren negentig. De gedragingen en ideeën van mensen in die verschillende perioden gaan een verbinding aan met hun tijd. De veranderingen in meer dan een halve eeuw legt De Wispelaere, melancholisch en kritisch, vast.
Onwillekeurig bijna, want trouw aan het startpunt van de roman, staat alles erin in het teken van de vergankelijkheid; ook het jonge leven, zoals dat van het zestienjarige buurmeisje Cathy, vervult in oppositie die rol. De wisseling der seizoenen in de natuur wordt nog één keer scherp en sensibel waargenomen, vooral de vogelpopulatie krijgt een deskundig commentaar.
De locatie is trouwens dezelfde als die van De Wispelaeres latere boeken: een boerderij gelegen in een landelijke omgeving, waar steeds meer inbreuk op wordt gemaakt. De toenemende industrialisatie, het oprukken van snelwegen, de milieuverstoringen - ze staan in deze roman voor de kanker in het lichaam van de samenleving.
Op meerdere plaatsen komen nostalgische herinneringen voor aan de wereld van de jeugd, aan de bakker, de brouwersknecht, de slager. “En Kamiel de smid met zijn besmeurde oliebollengezicht in zijn halfdonkere, spelonkachtige werkplaats, waar het stonk naar het verbrande hoorn van paardenhoeven en de stoom van nog roodgloeiend ijzer in een waterbak. En Marie van de melkboer, die langs de deur ging met twee bussen aan een juk. Het lijken acteurs uit een tv-feuilleton dat in een vervlogen wereld speelt. Zij markeerden mede de indeling van de dag of de dagen van de week, zij kwamen een praatje slaan in de keuken, haast en jachtigheid bestonden nog niet, de mensen hadden tijd voor elkaar. Met al hun tekorten en gebreken beschouwden zij de wereld nog niet louter als een wingewest, zij waren nog niet aangestoken door de geldzucht en de concurrentiedrift die die wereld inmiddels naar de verdoemenis helpt.”
Dat het personage op termijn de dood krijgt aangezegd is het belangrijkste vormgevingsprincipe van de roman. Het zorgt ervoor dat de levensbalans wordt opgemaakt, het genereert de herinneringen en stuurt de kijk op de dingen van de dag. Maar eenmaal binnen dit kader doende, blijken de vrouwen in het leven van deze man een structurerend principe van niet minder belang. “Alsof mijn leven door vrouwen in tijdperken is verdeeld die ik, als mijn laatste opdracht, zorgvuldig uit elkaar moet proberen te houden.”
Zo is er het tijdperk Cécile, in de oorlog. Een meisje dat in lichamelijke zin terughoudend bleef optreden, want zij vatte een orgasme voor het huwelijk als een doodzonde op. Vlak voordat het tot een verloving zou komen, vlucht de jongen weg uit deze hem alle vrijheid benemende verhouding. Ook bij andere vrouwen zal zijn ambivalentie - romantische overgave naast angst voor binding - voor moeilijkheden zorgen, al nemen veelal de vrouwen zelf uiteindelijk het initiatief te vertrekken.
De vrouw die in de roman de belangrijkste rol speelt is Marlies. Ongeveer tien jaar geleden heeft hij haar in Guatemala ontmoet, waar zij als fotografe bezig was de resten van verdwenen beschavingen vast te leggen. Een bezigheid die wel niet toevallig parallel loopt met het memoire-karakter van de roman.
Zodra de man zijn doodvonnis verneemt, schrijft hij Marlies - die maar een korte tijd zijn leven gedeeld heeft, maar met wie hij aldoor contact heeft gehouden - een brief over zijn toestand. Er volgen er nog enkele en ten slotte komt zij over - zij woont, gehuwd, in Mexico - en maken ze samen nog een laatste gedenkwaardige reis door Frankrijk.
'En de liefste dingen nog verder' is een van de mooiste accolades die Paul de Wispelaere via zijn autobiografische fictie gezet heeft boven zijn leven en zijn wereld van een halve eeuw. Het is een gedenkboek, vitaal bij alle droefgeestigheid, sereen bij alle besef van vergankelijkheid.
In de slotfase wordt niet alleen het leven van het personage om zo te zeggen beëindigd - de roman loopt af - maar wordt ook in zijn verbeelding zijn bibliotheek aan de verstrooiing prijsgegeven. Want met het levenseinde komt er ook een eind aan het leven met de literatuur. Hij ziet jonge mensen de boeken van de plank nemen, ze lezen eruit voor aan elkaar en leggen thuis hun eigen verzameling aan. Boeken, in tegenstelling tot mensen, gaan niet dood en zijn in staat een nieuw leven te leiden. Dat is precies waarom het leven volgens De Wispelaere te boek gesteld moet worden, telkens weer, telkens anders, want de waarheid omtrent het leven duurt maar één boek lang.
Misschien, dacht ik, kondigt het slot van deze roman een nieuwe roman aan die dan niet de levens- maar de leesgeschiedenis van het personage behelst. Maar misschien is de wens hier de vader van de gedachte. In elk geval zou ik ook die roman van De Wispelaere graag lezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.